Hendrik Fagel (1765-1838)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Portret van Hendrik Fagel, geschilderd door Charles Howard Hodges

Hendrik baron Fagel (Amsterdam, 21 maart 1765Den Haag, 22 maart 1838), ook genoemd Hendrik Fagel de Jonge, was een Nederlands ambtenaar, politicus en diplomaat. Hij verkreeg op 28 augustus 1814 het adellijke predicaat van jonkheer en op 16 september 1815 de titel van baron.[1]

Hendrik Fagel, telg uit het regentengeslacht Fagel, studeerde Romeins- en hedendaags recht aan de hogeschool van Leiden en promoveerde in 1785 op de dissertatie 'De foederum sanctitate'.

In 1790 huwde Fagel, met Agneta Margaretha Catharina Boreel.

Fagel was in de periode 1787 - 1795 werkzaam voor de griffie van de Staten-Generaal, vanaf 1790 als griffier. Hij ging in 1794 als gedeputeerde naar Engeland en werd later dat jaar 'agent' (gelijk te stellen met het ministerschap) voor het Huis van Oranje-Nassau en bleef dat tot 1813.

Tijdens de Bataafse Revolutie werd zijn commissie ingetrokken, waardoor hij zijn bibliotheek en schilderijen moest verkopen. De Fagelbibliotheek werd gekocht door Trinity College Dublin in 1802 - bijna een verdubbeling van hun bibliotheek.[2]

Hij werd buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur werd in Londen (18141815). Vanaf 1815 was Fagel in buitengewone dienst als lid van de Raad van State en van 1815 tot 1823 buitengewoon ambassadeur en gevolmachtigd minister te Londen. Hij weigerde in mei 1824, dit tot ongenoegen van de koning, het ministerschap voor het departement van Buitenlandse Zaken.

Fagel was vanaf 1814 ook lid van het Ridderschap van Holland en grootmeester in het Huis van de Prins van Oranje (1828 – 1830). In 1830 werd hij benoemd tot minister van Staat.

Hendrik Fagel was drager van het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Voorganger:
Hendrik Fagel (1706-1790)
Griffier van de Staten-Generaal
1790-1795
Opvolger:
Willem Quarles van Ufford