Henri Bellechose
| Henri Bellechose | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | ca. 1380? | |||
| Overleden | 1440/1444 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | Kunstschilder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl | gotiek | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Henri Bellechose (bekend vanaf 1415 – 1440/1444) was een schilder, oorspronkelijk afkomstig uit Brabant, uit de gotische periode, die werkzaam was te Dijon en wordt gerekend tot de Franse primitieven.
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]Henri Bellechose is pas bekend vanaf 13 mei 1415[1] omdat hij dan de officiële schilder en kamerheer (valet de chambre ) werd van Jan zonder Vrees, de hertog van Bourgondië. Hij volgde daarbij Jan Maelwael op, in wiens atelier hij mogelijk al werkzaam was. Bellechose voltooide het door Maelwael begonnen retabel van Sint Denijs, dat werd geschilderd voor het kartuizerklooster van Champmol, nabij Dijon, en thans in het Louvre hangt. Bellechose verrichtte ook decoratief werk, zoals het schilderen van vlaggen voor het kasteel van Talant en het schilderen van het wapenschild voor de begrafenis van Jan zonder Vrees in 1419.
In 1420 werd hij hofschilder van de nieuwe hertog van Bourgondië, Filips de Goede. Tijdens de jaren twintig had hij zo’n acht assistenten en twee leerjongens. Hij huwde ook met Alixant Lebon, de dochter van een notaris uit Dijon.[2][1] Tijdens deze jaren ontving hij meerdere opdrachten van zijn beschermheer, o.a. voor altaarstukken, bijvoorbeeld voor de kapel van het kasteel van Saulx-le-Duc en voor de Sint-Michielskerk van Dijon. Hij verrichtte ook weer decoratief werk voor begrafenissen, zoals voor die van Margaretha van Beieren in 1423.
In 1430 verscheen Bellechoses naam voor het laatst in de hertogelijke rekenboeken. Het salaris van Bellechose was sinds 1426 met twee derde afgenomen en sinds 1429 werd Bellechose zelfs helemaal niet meer betaald. Doordat Filips de Goede zijn hof had verhuisd naar de Nederlanden en vaker een beroep deed op Jan van Eyck, nam het prestige van het hof in Dijon en bijgevolg de artiesten die daar werkzaam waren af.
Bellechose was nog steeds in leven in 1440, maar verbleef niet meer te Dijon.

- 1 2 Cassagnes-Brouquet, Sophie (1999). Des étrangers à la cour. Les artistes et les échanges culturels en Europe au temps du gothique international. Actes des congrès de la Société des historiens médiévistes de l'enseignement supérieur public 30 (1): 165–177. DOI:10.3406/shmes.1999.1767.
- ↑ zijn stamboom gaat verder in Dijon, waar zowel zijn zoon Guillaume als zijn kleinzoon Anselme het beroep van apotheker uitoefenden en aldaar tot de bourgeois behoorden. In de eerste helft van de 16e eeuw verdwijnt zijn naam uit de documenten van Dijon.
- ↑ Stufkens, André (2023). Johan Maelwael en de gebroeders van Lymborch: grondleggers van de Nederlandse schilderkunst. Walburgpers, Nijmegen, p. 89-91. ISBN 978-94-6456-331-3.
- de Beaucorps, Monique en Raoul Ergmann. Great masters of European painting, 1998, California, p.30; 0810941317, 9780810941311
- Le Guide du Louvre, Editions de la Réunion des musées nationaux, 2005, Paris, p. 160, ISBN 2-35031-012-4
- Biografie van Bellechose op artnet.com
- Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch, Clemens Verhoeven en André Stufkens, ISBN 9789464563313