Henri Ernest Moltzer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Henri Moltzer
Henri Ernest Moltzer.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Henri Ernest Moltzer
Geboren 20 mei 1836
Geboorteplaats Wassenaar
Overleden 25 oktober 1895
Overlijdensplaats Utrecht
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Henri Ernest Moltzer. Postuum portret door Herman Petrus van der Haar (1898)

Hendrik Ernest (Henri) Moltzer (Wassenaar, 20 mei 1836 - Utrecht, 25 oktober 1895) was een vroege medioneerlandicus en historisch letterkundige, als hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en nadien aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

Studie en loopbaan[bewerken]

Leiden[bewerken]

Moltzer studeerde theologie (alleen aanvankelijk), letteren en rechten te Leiden. Hij promoveerde op 11 april 1862 tweemaal te Leiden, eerst in de rechten en een uur later in de letteren en wijsbegeerte. De titels van zijn proefschriften luidden: Dissertatio de ratione qua ex auctoritate Alarici II, regis Visigothorum, gaii institutionum commentarii in epitomen redacti sunt en Geschiedenis van het wereldlijk tooneel in Nederland, gedurende de Middeleeuwen. Bij Letteren waren zijn leermeesters M. de Vries en W. Jonckbloet.

Groningen[bewerken]

Na het vertrek van Jonckbloet te Groningen werd Moltzer in 1865 aldaar benoemd tot hoogleraar in de vakken: Nederlandse taal- en letterkunde, Vaderlandse geschiedenis, Gotisch en Welsprekendheid. Na 1877 werd hij ontheven van ‘Vaderlandse geschiedenis’; aan zijn leeropdracht werden toegevoegd: Middelnederlands, Angelsaksisch en Middelhoogduits (1865-1882). Hij was in 1880-1881 te Groningen rector magnificus.

Utrecht[bewerken]

Als opvolger van W.G. Brill werd Moltzer vervolgens in 1882 te Utrecht benoemd tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde, in het bijzonder het Middelnederlands. Zijn oratie (26 oktober 1882) was getiteld: 'De historische beoefening der Nederlandsche letteren'. Hij was rector magnificus te Utrecht op zijn moment van overlijden in 1895.

Lidmaatschappen[bewerken]

Moltzer was lid van de KNAW en van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, en buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie.

Publicaties[bewerken]

Moltzer heeft door zijn studies en tekstuitgaven de bestudering van de Middelnederlandse letterkunde bevorderd in een tijd dat het vak nog in de kinderschoenen stond. Hij is met name bekend geworden doordat hij samen met dr. Jan te Winkel in 1868 de Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde (Groningen 1868-1895) opzette en daarin ook zelf verscheidene betrouwbare tekstedities publiceerde, onder meer Floris ende Blancefloer (deel 23; 1879) en de Brandaan (deel 45; 1891[1]). Zijn belangstelling ging vooral uit naar het toneel. Zijn belangrijkste werk is de uitgave van alle op dat moment bekende Middelnederlandse wereldlijke en een aantal geestelijke toneelstukken in De Middelnederlandsche dramatische poëzie (delen 1, 3, 9, 13 en 16; 1875). In de inleiding van dit werk verdedigde hij de opvatting dat het Middelnederlandse wereldlijke toneel onafhankelijk van het geestelijke was ontstaan.
Op het gebied van de letterkunde na de Middeleeuwen verzorgde Moltzer uitgaven van Bredero's Moortje en De Spaanschen Brabander Ierolimo (1886).[2] Ook in zijn Studiën en Schetsen van Nederlandsche letterkunde (1880) behandelde hij diverse onderwerpen uit de 16e- en 17e-eeuwse letteren.

Over Moltzer als taalkundige, zie Noordegraaf 1994.[3]

Bibliotheca Moltzeriana[bewerken]

Moltzer verzamelde een belangrijke collectie boeken en handschriften op het gebied van de Nederlandse letterkunde, die na zijn dood aan de Utrechtse Universiteitsbibliotheek werd geschonken. Deze ‘Bibliotheca Moltzeriana’ omvat meer dan 3000 banden.[4]

Persoonlijk[bewerken]

Prof. dr. mr. H.E. Moltzer was een telg uit de Nederland's Patriciaatsfamilie Moltzer en een zoon van ds. Marius Nicolaas Jakob Moltzer (1805-1893) en diens eerste vrouw Henriette Jeannette Maria Certon (1803-1836); zijn moeder overleed een maand na zijn geboorte. Hij trouwde in 1862 met zijn achternicht Sara Johanna Ploos van Amstel (1835-1889), met wie hij een zoon en een dochter kreeg.[5]

Noten[bewerken]

  1. Levens en legenden van heiligen; naar het Utrechtsche handschrift. I: Brandaen en Panthalioen.
  2. Zie ook: G.A. Bredero : De werken van G.A. Bredero. Volledige uitgave, naar de beste oude drukken bezorgd en opgehelderd. Deel I t/m III; bezorgd door J. ten Brink, H.E. Moltzer, G. Kalff, R.A. Kollewijn, J.H.W. Unger en J. te Winkel; inleiding door G. Kalff, Amsterdam 1890.
  3. Jan Noordegraaf: ‘Oorsprongsproblemen’. In: Het is kermis hier. Lezingen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Nederlands aan de Vrije Universiteit. Red. Tieme van Dijk en Roel Zemel. Münster, 1994, p. 71-91.
  4. Pierre Pesch: ‘Collectie Prof. H.E. Moltzer’. In: Handschriften en Oude Drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Samengesteld bij het 400-jarig bestaan van de bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1584-1984. Red. K. van der Horst e.a., 2e dr. 1984, pp. 316-17.
  5. Nederland's Patriciaat 53 (1967), p. 205-206.

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Dirk Huizinga
Rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen
1880–1881
Opvolger:
Rudolf Modderman