Henri Knap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Henri Knap
Henri Knap in 1981
Algemene informatie
Volledige naam Henri Alexis Anne Reinier Knap
Geboren 8 februari 1911 te Amsterdam
Overleden 4 maart 1986 te Amstelveen
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep auteur en journalist
Werk
Jaren actief 1930 - 1986
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Henri Alexis Anne Reinier (Henri) Knap (Amsterdam, 8 februari 1911 - Amstelveen, 4 maart 1986)[1] was een Nederlands journalist, schrijver en een verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Jeugd, opleiding en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Knap werd geboren als zoon van een accountant[2], in een familie van beeldend kunstenaars. Zijn moeder Letje Ansingh was een zuster van schilderes Lizzy Ansingh. Een andere tante, Threesje Ansingh, schilderde ook. Zijn grootmoeder Clara Ansingh-Schwartze was een zuster van schilderes Thérèse Schwartze. Knap volgde het gymnasium en was vanaf 1930 werkzaam als journalist bij de Arnhemse Courant, hoewel zijn vader, inmiddels hoofdredacteur van die krant, hem dit had afgeraden.[2]

Oorlogstijd[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de Duitse bezetting schreef Knap onder pseudoniem hoorspelen voor de Nederlandsche Omroep, maar in 1943 stopte hij daarmee. In dezelfde tijd nam hij ook ontslag bij de Arnhemse Courant, toen daar een NSB-hoofdredacteur was benoemd. Tijdens de oorlog had Knap Joodse onderduikers in huis. In 1944 was hij hoofd van de inlichtingendienst van de NBS, afdeling Arnhem, een verzetsorganisatie die onder andere de geallieerden inlichtingen verstrekte tijdens de Slag om Arnhem, een onderdeel van operatie Market Garden.[3]

In zijn in 1974 verschenen standaardwerk Radio Hilversum 1940-1945 had de journalist Dick Verkijk aangetoond dat Knap tijdens de Tweede Wereldoorlog onder pseudoniem propagandistische hoorspelen had geschreven voor de Duitsers. Knap ontkende aanvankelijk, en verdedigde zich vervolgens met de bewering dat hij dit had gedaan om via de Nederlandse radio codeberichten naar Engeland te kunnen sturen, wat door Verkijk als ongeloofwaardig terzijde werd geschoven. Toen De ronde van '43 verscheen, werd deze kwestie door Hugo Brandt Corstius weer opgerakeld. Philip Mok nam het voor Knap op.[2]

Naoorlogse werkzaamheden[bewerken | brontekst bewerken]

Na de oorlog werkte Knap voor het uit het verzet voortgekomen Amsterdamse dagblad Het Parool. Hij had hierin jarenlang de veelgelezen dagelijkse rubriek Amsterdams Dagboek, waarin hij Amsterdamse kwesties behandelde. Volgens sommigen was hij daarbij een scherp observator met een besliste stellingname. Anderen vonden zijn stukjes oubollig en burgerlijk.[4] Daarnaast was hij docent aan het Instituut voor Perswetenschappen. Door sommige van zijn oud-leerlingen zou hij later worden herinnerd als een docent met dogmatische opvattingen, zonder oog voor New Journalism. Begin jaren zeventig was hij vast panellid in De Berend Boudewijn Kwis en later jureerde hij in het KRO-spelprogramma Cijfers en Letters, gepresenteerd door onder anderen Maartje van Weegen en Robert ten Brink.

Dagboekanier[bewerken | brontekst bewerken]

Naar zijn rubriek noemde hij zichzelf Dagboekanier. De naam van het bekende Amsterdamse beeld Het Lieverdje is in deze rubriek ontstaan. Verder was Knap de bedenker en inspirator van het Witte Bedjesplan uit 1946, dat Sinterklaascadeautjes voor zieke kinderen in ziekenhuizen verzorgde. Elk jaar hield Het Parool daarvoor in de krant een inzamelactie, waarbij Fiep Westendorp tekeningen verzorgde.

Romancier[bewerken | brontekst bewerken]

Naast columns schreef Knap ook romans. Hij schreef het Boekenweekgeschenk voor 1981, nadat het manuscript van Gerard Reve door de organiserende CPNB was afgekeurd omdat deze zich niet gehouden zou hebben aan de afspraak om geen herenliefde te beschrijven. (Het zou later verschijnen onder de titel De vierde man.) Knap leverde een (autobiografisch) manuscript in met als titel De ronde van '43, over een moeilijke en vergeefse zoektocht van een man met een joods meisje achter op zijn fiets naar een onderduikadres voor haar. Dit speelt zich af op één dag in de Tweede Wereldoorlog in een provinciestadje. De novelle verscheen in een oplage van 386.000 exemplaren. De kritiek was vernietigend.[2]

Persoonlijk leven[bewerken | brontekst bewerken]

Knap was van 1952 tot 1956 gehuwd met Jacqueline Jochems (1924-2006) en had twee dochters uit een eerder huwelijk. Hij was lid van de Amsterdamse Vrijmetselaarsloge Concordia Vincit Animos.[2]

Uitspraken[bewerken | brontekst bewerken]

"Ik ben het gelukkigst in mijn loge."
"Het feit dat Mozarts lidmaatschap van de Vrijmetselarij hardnekkig wordt verzwegen is louter hypocrisie."
"Dat de gehuwde man hier in den lande als gastarbeider lange tijd zonder zijn vrouw en kinderen moet doorbrengen is onhygiënisch!"

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Van Knap zijn een dertigtal boeken en bundeltjes verschenen. Een selectie:

  • Sanatorium (1946)
  • Appels in het gras (1963)
  • Meneer recht, mevrouw averecht (1963; met Annie M.G. Schmidt)
  • Twintig manieren om uw rijbewijs kwijt te raken (1968)
  • Het knapste uit het dagboek (1970)
  • Henri Knap Omnibus (1977), bevattend: Bent u ook zo'n vader? (1954), Rijdt u ook zo auto? (1953), Bent u ook van gisteren? (1955)
  • De weg naar Péruwelz (1979)
  • De ronde van '43 (1981; boekenweekgeschenk)
  • Met voorbedachten rade (1981)
  • Gezelligheid kent geen tijd (1983; met Anton Pieck)
Zie de categorie Henri Knap van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.