Henri Verneuil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Henri Verneuil, geboren als Achod Malakian (Armeens: Անրի Վերնոյ) (Rodosto, 15 oktober 1920Bagnolet, 11 januari 2002) was een Frans-Armeens filmmaker en scenarioschrijver.

Voor zijn films schreef hij heel dikwijls mee aan het scenario. In veertig jaar tijd verwezenlijkte hij 32 speelfilms waarvan de meerderheid heel succesvol was en waarvan enkelen zoals La Vache et le Prisonnier (1959) en Le Clan des Siciliens (1969) zich een plaats in het collectieve filmgeheugen verzekerd hebben. Hij maakte vooral populaire (tragi)komedies, thrillers en politie- en actiefilms, soms met spectaculaire achtervolgingsscènes (Le Casse, Peur sur la ville).

Leven en werk[bewerken]

Afkomst[bewerken]

Verneuil was de zoon van Armeense ouders en werd in Turkije geboren. In de nasleep van de Armeense genocide ontvluchtten zijn ouders Turkije. Ze vestigden zich in Marseille. In 1985 verhaalde Verneuil zijn kindertijd in de romans Mayrig (die hij in 1992 ook verfilmde) en 588 Rue Paradis, het vervolg dat hij eveneens zou verfilmen. Met de verfilming van dit autobiografisch tweeluik sloot hij zijn regisseursloopbaan af.

De jaren vijftig: Fernandel en internationale doorbraak met La Vache et le Prisonnier[bewerken]

In de jaren vijftig maakte hij acht films met Fernandel, die toen al een bekend acteur was. De tragikomedies Le Fruit défendu (1952) en Le Mouton à cinq pattes (1954) sloegen erg aan bij het Franse publiek. Met het eveneens tragikomische La Vache et le Prisonnier, waarin Fernandel als ontsnapte oorlogsgevangene met zijn koe Marguerite een stuk Duitsland doorkruiste op weg naar huis, brak hij in 1959 internationaal door. De film werd hét kassucces van dat jaar.

De jaren zestig: Gabin en Belmondo[bewerken]

In de jaren zestig bevestigde Verneuil zijn filmtalent. Steracteur Fernandel werd afgelost door Jean Gabin (vijf films) en Jean-Paul Belmondo (acht films). Hierdoor werd hij een van de filmregisseurs die de naoorlogse carrière van Gabin nieuw leven inbliezen. Meerdere van zijn films waren een commercieel succes, waaronder ambitieuze producties als Un singe en hiver (1962) en Mélodie en sous-sol (1963). Verneuil regisseerde ook Anthony Quinn in twee internationale producties. In 1969 wist hij drie supersterren van die tijd (Alain Delon, Jean Gabin en Lino Ventura) samen te brengen in de enorm succesvolle politiefilm Le Clan des Siciliens.

De jaren zeventig: Belmondo[bewerken]

In de jaren zeventig ging Verneuil op zijn elan door, voornamelijk in samenwerking met Jean-Paul Belmondo die meer en meer zijn acteur fetiche werd. Met de thrillers I comme Icare (1979) en Mille milliards de dollars (1982) verwezenlijkte hij ook nog twee politiek getinte films.

De jaren tachtig[bewerken]

Zijn commerciële succesreeks sloot hij in 1984 waardig af met de actiefilm Les Morfalous waarin Belmondo, precies twintig jaar na het oorlogsdrama Week-end à Zuydcoote, terugkeerde naar de Tweede Wereldoorlog.

De jaren negentig: twee intimistische films[bewerken]

Met de verfilming van Mayrig (1992) en 588 rue Paradis (1993), gebaseerd op zijn autobiografisch tweeluik, beëindigde hij zijn regisseursloopbaan.

Nominaties[bewerken]

Verneuil werd in 1956 genomineerd voor de Oscar voor het beste scenario (Le mouton à cinq pattes). In 1964 werd hij genomineerd voor een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes (Cent mille dollars au soleil). In 1980 werd hij voor zijn thriller I... comme Icare genomineerd voor twee Césars (beste film en beste scenario). In 1996 kreeg hij een ere-César voor zijn gehele oeuvre.

Filmografie[bewerken]

Korte films[bewerken]

Lange speelfilms[bewerken]