Herman Van den Reeck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Herman Van den Reeck (Borgerhout, 21 april 1901- Antwerpen, 12 juli 1920) was een Vlaams student die tijdens een betoging door de politie werd neergeschoten.

Militant[bewerken]

Van den Reeck was al op zeer jeugdige leeftijd bedrijvig in de Vlaamse Beweging en engageerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Activisme. Na de bevrijding schreef hij zich in aan de Université Libre de Bruxelles en ging er Natuurwetenschappen studeren. Door zijn flamingantisme kwam hij er in de problemen. Hij gaf voordrachten over Transvaal en Zuid-Afrikaanse letterkunde voor de Vlaamsche Bond. Ook na de oorlog behield hij zijn Vlaams-maximalistisch standpunt dat hij koppelde aan een sterk sociaal engagement. In 1918 trad Van den Reeck toe tot de Activistische Schoolbond. Hij schreef in het pro-activistische blad Staatsgevaarlijk en in het in 1919 heropgerichte jongerentijdschrift De Goedendag. Tevens was hij een bezielend lid van de Jeugdgemeente, een naar cultuurautonomie strevende vereniging van jonge intellectuelen die in 1918 door Lode Craeybeckx was opgericht.[1]

Zijn afkeer van de Franstalige bourgeoisie vertaalde zich in Vlaamsgezindheid en links radicalisme. De politieke en culturele ontvoogding van Vlaanderen waren voor hem onlosmakelijk verbonden met de "bevrijding van het proletariaat".[2] Hij was pacifist en sloot zich aan bij de "Internationale van de Gedachte"-beweging van de Franse marxist Henri Barbusse, beter bekend als de Clarté-beweging. Zo schreef hij voor De Nieuwe Wereldorde, het orgaan van de Antwerpse Clarté-groep 'Ca ira', en wat later ook voor Opstanding, een 'algemeen Vlaams' Clarté-tijdschrift. Hij werd tevens secretaris van de Vlaamse afdeling van de 'Internationale Anti-Militaristische Vereeniging', die in 1904 door de Nederlandse anarchosocialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis was opgericht.

Martelaar[bewerken]

Ondanks een officieel verbod van de liberale burgemeester Jan De Vos kwamen op 11 juli 1920 ongeveer 30.000 Vlamingen samen in Borgerhout voor een Guldensporenviering. Na de manifestatie begaven een drieduizendtal van hen zich naar het stadhuis op de Grote Markt van Antwerpen. Daar kwam het tot schermutselingen met de politie die op bevel van schepen Louis Straus overging tot chargeren [3] en trachtte de ontrolde leeuwenvlaggen van de manifestanten in beslag te nemen. Toen Herman van den Reeck probeerde te beletten dat de vlag van een groep meisjes werd afhandig gemaakt, werd hij van op korte afstand door een politieman neergeschoten. De kogel drong binnen via de bovenarm en doorboorde beide longen. Na drie kwartier in het politiebureau gelegen te hebben werd hij naar het ziekenhuis overgebracht, echter niet voordat de levensgevaarlijk gekwetste Van den Reeck onder dwang een schuldbekentenis had ondertekend. De volgende dag bezweek hij aan zijn verwondingen.

De begrafenis en rouwstoet van Herman van den Reeck op 17 juli 1920 op het Kiel werd massaal bijgewoond door flaminganten van uiteenlopende strekkingen die hem beschouwden als een martelaar voor de Vlaamse zaak. Verscheidene Vlaamse dichters, waaronder Marnix Gijsen, Wies Moens en Paul Van Ostaijen, schreven een hommage aan hem.[4]

In 1928 werd in Antwerpen de 'Volksuniversiteit Herman Van den Reeck' opgericht, een Vlaams-nationalistisch studiecentrum dat zich tot doel stelde het Vlaamse volk cultureel te verheffen. Stichtende leden waren onder meer Jan Timmermans en Herman Vos.

In 1966 werd hij bijgezet in een romantisch grafmonument op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof naast Hendrik Conscience.