Herre Kingma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Herre Kingma
Herre Kingma in 2007
Herre Kingma in 2007
Algemene informatie
Volledige naam Jan Herre Kingma
Geboren Goes, 8 april 1948
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep Cardioloog en bestuurder in de gezondheidszorg
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Jan Herre Kingma (Goes, 8 april 1948) is een Nederlandse cardioloog en bestuurder in de gezondheidszorg. Kingma is een telg uit het Friese patriciërsgeslacht Kingma, reders en kooplieden te Makkum.[1]

Levensloop[bewerken]

Kingma studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en behaalde daar zijn artsexamen in 1974. Hij promoveerde op een farmacologisch proefschrift, waarvoor hij als eerste in Nederland proeven deed bij gezonde vrijwilligers met een experimenteel geneesmiddel. Hij specialiseerde zich daarna in de cardiologie en was als cardioloog-klinisch electrofysioloog werkzaam in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein van 1985 tot 2000, de laatste drie jaar tevens als voorzitter van de medische staf. Naast zijn praktijk als cardioloog deed hij veel klinisch geneesmiddelenonderzoek, ook in multicentrisch verband met de Werkgroep Cardiologische Centra Nederland, WCN, waarvan hij medeoprichter en eerste voorzitter was. Deze grote betrokkenheid bij geneesmiddelonderzoek leidde mede tot zijn benoeming in 1997 als deeltijd hoogleraar klinische cardiovasculaire farmacologie bij de vakgroep Klinische Farmacologie van de RUG, later het Universitair Medisch Centrum Groningen, UMCG.

Kingma verwierf vooral bekendheid als voorzitter van de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV), als medeoprichter en voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten en als bestuurslid van de Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst. In 2000 gaf hij zijn klinische praktijk op toen hij werd benoemd tot inspecteur-generaal voor de Volksgezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In hetzelfde jaar bracht hij een onderzoek van het Institute of Medicine, de Amerikaanse Gezondheidsraad, naar patiëntveiligheid onder de aandacht en wees op het, volgens internationale cijfers hoge aantal vermijdbare doden in ziekenhuizen. Hij nam het initiatief om in samenwerking met het RIVM een risicomodel te ontwikkelen om het inzicht in de kwaliteit van de gezondheidszorg te vergroten. Zijn pleidooien in 2001 voor de oprichting van een instituut voor patiëntveiligheid en publicaties voor het open melden van medische incidenten trokken de aandacht, evenals zijn initiatief om de kwaliteit en veiligheid van zorg weer te geven met behulp van prestatie-indicatoren. Deze werden de basis van de zogenaamde AD top 100. Bij zijn afscheid als inspecteur-generaal begin 2006 werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

In 2006 werd Kingma voorzitter van de raad van bestuur van de ziekenhuisgroep Medisch Spectrum Twente, een groot algemeen ziekenhuis in de regio Twente. Daar kreeg hij na enige tijd te maken met de affaire-Jansen Steur, de kwestie van een disfunctionerende neuroloog in het ziekenhuis. Deze was twee jaar voor het aantreden van Kingma met ziekteverlof gestuurd en later met behoud van salaris op non-actief gesteld, maar uit vrees voor reputatieschade had het ziekenhuis zijn personeel en gedupeerde patiënten een zwijgplicht opgelegd. Kingma liet drie jaar na zijn aantreden in 2009 onder druk van publiciteit een onderzoek instellen door een commissie onder leiding van Wolter Lemstra, oud-burgemeester van Hengelo.

De commissie-Lemstra rapporteerde op 1 september 2009, dat niet alleen het MST, maar ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg had gefaald, de instantie waaraan Kingma leiding gaf in de jaren waarin de affaire zich afspeelde. Met klachten en meldingen gebeurde weinig tot niets. Minister Klink stuurde het rapport naar de Tweede Kamer[2] en stelde direct een onafhankelijk onderzoek in door Rein Jan Hoekstra. Deze concludeerde op 27 mei 2010 eveneens dat de Inspectie had gefaald in haar toezichthoudende taak en stelde vast dat de toenmalige inspecteur-generaal Kingma niet van de problematiek betreffende Jansen Steur op de hoogte was gebracht.[3] De titel van het rapport is "Angel en Antenne".[4][5] De Commissie steunde de eerdere conclusies van de commissie Lemstra. Kingma's opvolger Gerrit van der Wal liet weten dat sindsdien verbeteringen zijn aangebracht in de werking van de dienst.

In het vervolgonderzoek van Lemstra, precies een jaar later gepresenteerd op 2 september 2010, kwam Kingma ook als bestuursvoorzitter van het Medisch Centrum onder vuur te liggen. De commissie oordeelde, dat het Enschedese ziekenhuis de gedupeerde patiënten jarenlang aan hun lot heeft overgelaten. Pas in 2009, toen de zaak in de publiciteit kwam, ondernam de ziekenhuisleiding actie. "De raad van bestuur had zich moeten afvragen of patiënten schade of andere nadelige gevolgen hadden ondervonden en daar gericht onderzoek naar moeten doen.” En: „Gedupeerde patiënten hadden goed moeten worden begeleid. Niet alleen medisch technisch, maar vooral ook in de verwerking van het gebeurde.”[6] Op 25 januari 2013 werd bekend dat oud patiënten een tuchtklacht hadden ingediend tegen Herre Kingma als bestuursvoorzitter.[7] Ook twee oud-bestuurders van het ziekenhuis, de omstreden neuroloog zelf en twee oud-inspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidszorg werden voor de tuchtrechter in Zwolle gedaagd. Op 10 januari 2014 heeft het medisch tuchtcollege in Zwolle de klacht tegen Kingma afgewezen. Oud-ziekenhuisbestuurder Ruud Ramaker heeft een berisping gekregen.[8][9] Er werd door de slachtoffers hoger beroep ingesteld. April 2015 bevestigde het Centraal Tuchtcollege de eerdere vonnissen.[10]

Op 1 mei 2013 volgde Bas Leerink Kingma op als bestuursvoorzitter van het Medisch Centrum Twente.[11] De gemeente Enschede onderscheidde Kingma met de zilveren penning van de stad voor zijn inspanningen het ziekenhuis te behouden voor de binnenstad van Enschede.

Externe link[bewerken]