Hertogdom Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Herzogtum Nassau
Lid van de Rijnbond (1806-1813)
Lid van de Duitse Bond (1815-1866)

 Nassau-Usingen
 Nassau-Weilburg
1806 – 1866 Koninkrijk Pruisen 
Symbolen
Flagge Herzogtum Nassau (1806-1866).svg Hertogdom Nassau wapen.svg
(Details) (Details)
Kaart
Map-DB-Nassau.svg
Algemene gegevens
Hoofdstad Weilburg (1806-1816)
Wiesbaden (1816-1866)
Oppervlakte 4.855km² (1866)[1]
Bevolking 302.769 (1816)
465.636 (1865)
Talen Duits
Religie 53% luthers
45% katholiek
1,7% joods
0,6% mennonieten
Munteenheid Nassause Gulden
Politieke gegevens
Staatshoofd Hertog
Dynastie Huis Nassau
Portaal  Portaalicoon   Duitsland
Gedetailleerde kaart van het hertogdom Nassau uit 1848

Het Hertogdom Nassau was een staat in het huidige Duitsland die bestond van 1806 tot 1866.

Territorium (ligging)[bewerken]

De grenzen van het hertogdom liepen langs de Main en de Rijn, midden door het land stroomde de Lahn. Het omvatte onder andere de steden Wiesbaden, Montabaur, Hachenburg, Marienberg, Herborn, Dillenburg, Weilburg, Limburg an der Lahn en Dietz. Het land veranderde in zijn korte bestaan verschillende malen van vorm en grootte, en besloeg uiteindelijk circa 4700 km².

Het grensde in 1812 in het noorden aan het groothertogdom Berg, in het oosten via een exclave net aan het koninkrijk Westfalen, maar grotendeels aan het groothertogdom Hessen-Darmstadt. In het zuidoosten grensde de staat aan het groothertogdom Frankfurt, opnieuw aan Hessen-Darmstadt en ten slotte in het zuidwesten en westen aan het Franse Keizerrijk.

Na de restauratie grensde Nassau in het westen en noorden aan het koninkrijk Pruisen, in het oosten opnieuw aan Pruisen, aan Hessen-Darmstadt, het keurvorstendom Hessen-Kassel en het landgraafschap Hessen-Homburg, in het zuiden opnieuw aan Hessen-Darmstadt.

Territorium (samenstelling)[bewerken]

In paragraaf 12 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 waren Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg schadeloos gesteld voor het verlies gebied op de linker Rijnoever. Beide vorsten traden op 12 juli 1806 tot de Rijnbond.

De Rijnbondakte van 12 juli 1806 legt het volgende vast.

  • Artikel 5: de chef van het huis Nassau voert de titel hertog.
  • Artikel 16: de hertog van Nassau staat aan het groothertogdom Berg af de stad Deutz met bijbehorend gebied, de stad en het ambt Königswinter en het ambt Willich.
  • Artikel 24: Onder de soevereiniteit van de hertog van Nassau-Usingen en de vorst van Nassau-Weilburg komen de ambten Dierdorf, Altenwied en Neuerburg, het gedeelte van het graafschap Nieder-Isenburg dat Wied-Runkel bezit, de graafschappen Wied-Neuwied en Holzappel, de heerlijkheid Schaumburg, het graafschap Dietz en onderhorigheden, het deel van het dorp Mensfelden dat Nassau-Fulda bezit, het ambt Wehrheim en Burbach, het deel van de heerlijkheid Runkel dat op de linker oever van de Lahn ligt, de rijksridderlijke heerlijkheid Cransberg en de ambten Hohensolms, Braunfels en Greifenstein. Dit is de mediatisering.

Geschiedenis[bewerken]

De staat werd op 30 augustus 1806 door Napoleon Bonaparte samengesteld uit Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg, twee landen die op 17 juli van datzelfde jaar waren toegetreden tot de Rijnbond, en enige gebieden die aan het huis Oranje-Nassau hadden toebehoord. De vorst van Nassau-Usingen, Frederik August, had als hoofd van de oudere linie hierbij de titel van hertog ontvangen en regeerde sinds de vereniging samen met vorst Frederik Willem van Nassau-Weilburg. Beiden hadden hiermee ingestemd. Hierbij ontstond ook een verenigd Nassaus leger, dat vrijelijk ter beschikking van de Franse keizer stond.

Frederik Willem en Frederik August regeerden op progressieve wijze. Zij schaften in 1808 de lijfeigenschap af, voerden in 1810 vrijheid van vestiging in, vaardigden in 1811 een op gelijkheid van heffing gebaseerde belastingwet uit, bepaalden dat alle burgers gelijk waren voor de wet en schonken hun land op 1 en 2 september 1814 als eerste Duitse vorsten een constitutie die voorzag in een landdag. De voormalig Oranje-Nassause bezittingen moesten in 1813 en 1814 weer deels worden afgestaan.

Het hertogdom trad in 1815 toe tot de Duitse Bond. Op 31 mei van dat jaar, op het congres van Wenen werd een verdrag met het koninkrijk Pruisen gesloten, waarin Nassau enige gebieden afstond in ruil voor het voorheen aan Oranje-Nassau toebehorende Dietz, Hadamar, Dillenburg en Beilstein.

Frederik Willem stierf op 9 januari 1816 en werd opgevolgd door zijn zoon Willem. Deze kreeg het hertogdom alleen in handen nadat Frederik August op 24 maart van datzelfde jaar was gestorven zonder zoons na te laten.

Hij raakte met zijn regering onder baron Marschall al snel in conflict over de domeinen, een slepende kwestie die pas in 1837 werd opgelost. Nassau trad op 1 januari 1836 toe tot de Zollverein. Willems opvolger, de op conservatieve wijze regerende Adolf, zag zich in het revolutiejaar 1848 gedwongen een Kamer van Afgevaardigden met algemeen kiesrecht in te voeren. Hij zette zijn regering op meer liberale wijze voort, maar herzag zijn beleid later weer in reactionaire zin. De regering schafte in 1851 de grondrechten af, stelde de grondwet buiten werking en introdudeerde een nieuwe kieswet. In de jaren 1860 wonnen de liberalen aan invloed, maar zij wisten geen veranderingen te bewerkstelligen.

Adolf keerde zich in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 tegen Pruisen, een stap die zijn land fataal werd. Nassau werd door Pruisische troepen bezet en op 8 oktober formeel geannexeerd. Daarna vormde het samen met Hessen-Homburg en Frankfurt am Main het Regierungsbezirk Wiesbaden in de nieuwe Pruisische provincie Hessen-Nassau. Adolf sloot in 1867 een verdrag waardoor hij in ruil voor afstand van zijn aanspraak op Nassau een schadeloosstelling van 15 miljoen gulden ontving.

Wapen van de Hertog van Nassau

Hertogen[bewerken]

regering naam geboren overleden familie opmerking
1806-1816 Frederik August 23-4-1738 24-3-1816 zie Nassau-Usingen
1816-1839 Willem 14-6-1792 30-8-1839 zie Nassau-Weilburg
1839-1866 Adolf 24-7-1817 17-11-1905 zoon Laatste hertog van Nassau, sinds 1890 groothertog van Luxemburg