Het Laatste Avondmaal (Jezus)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Laatste Avondmaal was volgens het Nieuwe Testament de maaltijd die Jezus op de avond voor zijn dood en herrijzenis (ca. 30 n.Chr.) met zijn apostelen had, als onderdeel van het joodse Pesach. Het woord 'laatste' slaat hier dus op de laatste maaltijd van Jezus voor zijn kruisiging. Tijdens deze maaltijd voorspelde Jezus dat een van zijn discipelen hem zou uitleveren en stelde hij het Heilig Avondmaal in. Aan het einde voorspelde hij de verloochening van Petrus.

Het Laatste Avondmaal is een van de vroegst beschreven gebeurtenissen uit het leven van Jezus, namelijk in 1 Korintiërs 11:23–26, een van de oudste delen van het Nieuwe Testament. Het is een zeldzaam voorbeeld van een gebeurtenis uit het leven van Jezus die buiten de canonieke evangeliën wordt beschreven. Het Laatste Avondmaal staat ook beschreven in alle vier evangeliën (Matteüs 26:17–35, Marcus 14:12–31, Lucas 22:7–38 en Johannes 13:1–17:38). De verhalen verschillen op onderdelen.

Vergelijking[bewerken | brontekst bewerken]

De evangeliën vertellen het verhaal van het Laatste Avondmaal op verschillende manieren en in verschillende volgorden. De evangeliën volgens Matteüs en Marcus lijken het meest op elkaar en verschillen slechts op details, zoals dat Judas in Matteüs expliciet ontkende de verrader te zullen zijn en dat Jezus' bloedoffer bedoeld was voor vergeving van zonden, hetgeen in Marcus niet wordt genoemd. Het Evangelie volgens Lucas heeft een andere volgorde en voegt twee unieke stukken toe: Jezus zei dat de 12 discipelen in zijn toekomstige koninkrijk zijn 12 onderkoningen van Israël zullen zijn, en naderhand beval hij hen expliciet om zich te bewapenen. Het Johannesevangelie wijkt zoals gebruikelijk significant af van de synoptische evangeliën: de Pesachbereiding is vervangen door een proloog, de Heilige Communie (katholieke term) of het Heilig Avondmaal (protestantse term) tijdens het Pesachmaal is vervangen door een voetwassing tijdens een 'gewone' maaltijd (geen Pesach) en dit gebeurde voordat Jezus zijn uitlevering voorspelde in plaats van erna, Jezus gaf meer details over hoe hij zou worden uitgeleverd en wees Judas expliciet aan als de latere verrader, gaf meer informatie over de toekomst en extra instructies aan de discipelen over wat zij moesten doen zodra hij er niet meer was. In alle vier evangeliën voorspelde Jezus de verloochening van Petrus. In 1 Korintiërs vertelde Paulus een deel van de Communie (waar hij zelf overigens niet bij aanwezig was), die tekstueel het meest lijkt op de versie van Lucas: in beide gebood Jezus de discipelen om het breken, uitdelen en eten van brood te blijven herhalen om hem te gedenken. Onderstaande vergelijking is gemaakt op basis van de Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

Matteüs Marcus Lucas Johannes 1 Korintiërs
Matteüs 26:17–19 Pesachbereiding
  • Het was de eerste dag van ongedesemd brood.
  • De discipelen vroegen Jezus: 'Waar moeten we het pesachmaal voorbereiden?'
  • Jezus: 'Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: 'De meester zegt: Mijn tijd is nabij, ik wil met mijn discipelen bij jou pesach eten.'
  • De discipelen gingen en maakten pesach.
Marcus 14:12–16 Pesachbereiding
  • De eerste dag van ongedesemd brood en de pesachlamslacht brak aan.
  • De discipelen vroegen Jezus: 'Waar moeten we het pesachmaal voorbereiden?'
  • Jezus stuurde 2 discipelen op pad: 'Volg de kruikman en vraag de huismeester: 'Waar is het gastenvertrek?' Hij wijst je naar de bovenzaal.'
  • 2 discipelen gingen en maakten pesach.
Lucas 22:7–13 Pesachbereiding
  • De eerste dag van ongedesemd brood en de pesachlamslacht brak aan.
  • Jezus: 'Petrus en Johannes, ga pesach maken.'
  • Petrus en Johannes: 'Waar?'
  • Jezus: 'Volg de kruikman en vraag de huismeester: 'Waar is het gastenvertrek?' Hij wijst je naar de bovenzaal.'
  • Petrus en Johannes gingen en maakten pesach.
Johannes 13:1–2 Proloog
  • Verteller: 'Het was kort voor pesach. Jezus wist dat hij binnenkort naar de Vader zou terugkeren. Hij had zijn volgelingen lief en zou voor hen tot het uiterste gaan.'
  • Verteller: 'De duivel nam bezit van Judas.'
Matteüs 26:20–25 Uitlevering voorspeld
  • 's Avonds gingen Jezus en de 12 discipelen aanliggen.
  • Jezus tijdens maaltijd: 'Een van jullie zal mij uitleveren.'
  • Discipelen droevig, vroegen Jezus omstebeurt: 'Ik toch niet, Heer?'
  • Jezus: 'Wie samen met mij zijn brood in de kom doopte zal mij uitleveren.'
  • Jezus: 'De Mensenzoon zal heengaan zoals staat geschreven, maar wee de mens die hem uitlevert; die had beter nooit geboren kunnen worden.'
  • Judas: 'Ik toch niet, rabbi?' Jezus: 'Jij zegt het.'
Marcus 14:17–21 Uitlevering voorspeld
  • 's Avonds gingen Jezus en de 12 discipelen aanliggen.
  • Jezus tijdens maaltijd: 'Een van jullie zal mij uitleveren.'
  • Discipelen droevig, vroegen Jezus omstebeurt: 'Ik ben het toch niet?'
  • Jezus: 'Het is één van jullie twaalf die met mij uit dezelfde kom eet.'
  • 'De Mensenzoon zal heengaan zoals staat geschreven, maar wee de mens die hem uitlevert; die had beter nooit geboren kunnen worden.'
Lucas 22:14–20 Communie
  • Jezus en de apostelen gingen aanliggen.
  • Jezus: 'Ik had hiernaar verlangd, want ik zal geen pesachmaal meer eten totdat het koninkrijk van God er is.'
  • Jezus nam de beker: 'Neem en geef door. Ik zal geen wijn meer drinken totdat het koninkrijk van God er is.'
  • Jezus brak brood en deelde het uit: 'Dit is mijn lichaam, doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.'
  • Jezus na maaltijd: 'Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.'
Johannes 13:2–17 Voetwassing
  • Jezus en de discipelen hielden een maaltijd.
  • Jezus stond op, kleedde zich om en ging de voeten van de discipelen wassen.
  • Petrus: 'U wilt toch niet mijn voeten wassen, heer?' Jezus: 'Later zul je begrijpen waarom.' Petrus: 'Nee, niet doen!' Jezus: 'Anders kun je mij niet horen.' Petrus: 'Doe dan ook mijn handen en hoofd.' Jezus: 'Jullie zijn niet allemaal rein,' want hij wist wie hem zou verraden.
  • Jezus na wassen: 'Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? Als ik als jullie Heer en meester jullie voeten heb gewassen, moeten jullie ook elkaars voeten wassen. Jullie moeten mijn voorbeeld volgen. Als je dat begrijpt en ernaar handelt, zul je gelukkig zijn.'
Matteüs 26:26–30 Communie
  • Jezus brak brood en deelde uit: 'Eet, dit is mijn lichaam.'
  • Jezus deelde beker rond: 'Drink hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zal vanaf vandaag geen wijn meer drinken totdat ik met jullie drink in mijn Vaders koninkrijk.'
  • Jezus en de discipelen zongen de lofzang.
Marcus 14:22–25 Communie
  • Jezus brak brood en deelde uit: 'Neem, dit is mijn lichaam.'
  • Jezus nam de beker, deelde rond en allen dronken eruit. Jezus: 'Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. Ik zal geen wijn meer drinken totdat ik drink in het koninkrijk van God.'
  • Jezus en de discipelen zongen de lofzang.
Lucas 22:21–24 Uitlevering voorspeld
  • Jezus: 'Degene die mij zal uitleveren is hier aan tafel.'
  • Jezus: 'De Mensenzoon moet heengaan zoals bepaald, maar wee de mens die hem uitlevert.'
  • De discipelen vroegen zich onderling af wie zoiets zou doen en wie van hen de belangrijkste was.
Johannes 13:17–35 Uitlevering voorspeld
  • Jezus: 'Niet jullie allemaal, ik weet wie ik heb uitgekozen. De Schrift zal in vervulling gaan: 'Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.' (Psalm 41:10) Ik voorspel dat nu, zodat jullie mij achteraf zullen geloven.'
  • Jezus: 'Wie mijn gezanten ontvangt, ontvangt mij en wie mij ontvangt ontvangt wie mij gezonden heeft.'
  • Jezus bedroefd: 'Een van jullie zal mij verraden.'
  • De discipelen vroegen zichzelf af wie. Petrus maande de discipel van wie Jezus hield om hem te vragen wie.
  • Jezus: 'Degene wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop.'
  • Hij gaf het aan Judas, van wie duivel bezit nam. Jezus: 'Doe maar meteen wat je van plan bent.' De discipelen snapten dit niet, sommigen dachten dat Judas als penningmeester pesachinkopen moest doen of aalmoezen geven. Judas nam het brood en ging weg.
  • Jezus: 'Gods grootheid is nu door de Mensenzoon zichtbaar geworden. Ik ga binnenkort weg en waar ik heen ga kunnen jullie niet komen. Nieuw gebod: Heb elkaar lief zoals ik jullie heb liefgehad.'
1 Korintiërs 11:23–25 Communie
  • Paulus (verteller): 'In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, brak het brood en zei: 'Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit telkens opnieuw om mij te gedenken.
  • Paulus (verteller): 'Zo nam hij na de maaltijd ook de beker en hij zei: 'Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.
Lucas 22:25–30 De 13 koningen van Israël
  • Jezus: 'Vorsten onderwerpen volken en noemen zich weldoener. Jullie niet! De belangrijkste moet de minste worden en de leider de dienaar. Want de aanligger is belangrijker dan de bediener. Maar ik dien jullie.'
  • Jezus: 'Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. Ik bestem jullie voor het koningschap, zoals mijn Vader mij voor het heeft koningschap bestemd: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.'
Matteüs 26:31–35 Verloochening voorspeld
  • Jezus voorspelde de verloochening van Petrus.
Marcus 14:26–31 Verloochening voorspeld
  • Jezus voorspelde de verloochening van Petrus.
Lucas 22:31–34 Verloochening voorspeld
  • Jezus voorspelde de verloochening van Petrus.
Johannes 13:36–38 Verloochening voorspeld
  • Jezus voorspelde de verloochening van Petrus.
Lucas 22:35–38 Bewapening
  • Jezus: 'Neem je geldbuidel, reistas en zwaard mee. Als je geen zwaard hebt, koop er een van je mantel. Hiermee gaat een profetie in vervulling.' (Jesaja 53:12)
  • Discipelen: 'Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.'
  • Jezus: 'Genoeg hierover!'

Interpretatie[bewerken | brontekst bewerken]

Chronologie[bewerken | brontekst bewerken]

In het jodendom eindigt een dag na zonsondergang, waarmee de volgende dag begint. Volgens Matteüs, Marcus en Lucas gingen de discipelen op de voorbereidingsdag van Pesach, de dag van het ongedesemde brood waarop het lam voor Pesach (paaslam) wordt geslacht, het Pesachmaal bereiden. Die avond na zonsondergang (sederavond) aten Jezus en zijn discipelen het Pesachmaal. Het Johannesevangelie beweert dat het echter nog geen Pesach was (13:1) en in tegenstelling tot de synoptici wordt niet vermeld dat de discipelen het Pesachmaal gingen bereiden en de maaltijd die hij 's nachts (13:30) met hen nuttigde (13:2) leek verder geen symbolische betekenis te hebben of nieuwe symbolische betekenis te worden gegeven door Jezus; in plaats daarvan waste Jezus de voeten van de discipelen. Bovendien vermeldt Johannes 19:14 dat enkele uren later het proces tegen Jezus bij Pontius Pilatus plaatsvond 'rond het middaguur op de voorbereidingsmiddag van Pesach'. Dit geeft aan dat in het Johannesevangelie Pesach een dag later plaatsvond dan in de synoptische evangeliën. Bovendien werd Jezus volgens Marcus 15:25 al om 9 uur 's ochtends na het Pesachmaal gekruisigd, terwijl volgens Johannes 19:14 het proces tegen Jezus rond 12 uur 's middags na de maaltijd nog steeds bezig was en hij nog niet gekruisigd was.[1]

Apologeten hebben geprobeerd deze tegenspraak te verzoenen, maar dat is moeilijk gebleken. Verschillende Bijbelwetenschappers gaan ervan uit dat de auteur van Johannes om theologische redenen opzettelijk de chronologie heeft veranderd om zo de dag waarop Jezus werd gekruisigd te laten samenvallen met de dag waarop het Pesachlam werd geslacht. Als enige evangelie noemt Johannes Jezus regelmatig het Lam van God en de implicatie is dat Jezus het bloedoffer voor de zonden van de mensheid is dat op dezelfde dag (de voorbereidingsdag van Pesach) in dezelfde stad (Jeruzalem) en door dezelfde mensen (de Joodse leiders[noot 1]) wordt gebracht als het offeren van de Pesachlammeren. Daarmee wilde het Johannesevangelie geen historisch waargebeurd verhaal vertellen, maar een symbolisch verhaal dat volgens de auteur theologisch juist is.[1]

Amerikaans apologeet Bryan T. Huie beweerde in 1997 dat het Laatste Avondmaal niet de sederavond van Pesach kan zijn, maar een sie'oedat siejoem (seudas) of se'oedat mitswa die de avond van 14 nisan, vastendag vanwege de eerstgeborenen, vervangt. De sie'oedas siejoem is een feestmaal dat traditioneel gevierd wordt na het afsluiten van een traktaat (masechtah) uit de Tenach of de Talmoed en op geoorloofde wijze vermijdt men zodoende te hoeven vasten, wat nu traditie is geworden.[3]

Communie[bewerken | brontekst bewerken]

1 Korintiërs is de oudste bron van de vijf; deze brief is rond het jaar 55 (ongeveer 25 jaar na de gebeurtenissen) geschreven voor Paulus, die er niet zelf bij aanwezig was, maar later wel enkele van de twaalf discipelen die er waren heeft ontmoet. Het is daarmee de betrouwbaarste bron, maar het geeft ook de minste informatie, namelijk alleen over het avondmaal zelf. Omdat de details tekstueel het meest overeenkomen met het Evangelie volgens Lucas, dat rond het jaar 80 is geschreven, is het waarschijnlijk dat de versie van Lucas 1 Korintiërs heeft gebruikt als bron. In beide teksten bepaalde Jezus dat het breken en uitdelen van brood door de discipelen herhaald moest worden als ritueel om hem te gedenken, de andere drie evangeliën noemen dat niet. Verder valt op dat de evangeliën volgens Marcus (geschreven rond het jaar 70) en Matteüs (geschreven rond het jaar 80) zo sterk overeenkomen dat de laatste de eerste als bron moet hebben gebruikt. Frans Van Segbroeck (2005) groepeerde ze daarom als de 'Lucas-Paulus-traditie' (die hij associeerde met de Syrische kerk in Antiochië) en de 'Matteüs-Marcus-traditie' (die hij associeerde met de Palestijnse kerk in Jeruzalem).[4]

Uitlevering of verraad?[bewerken | brontekst bewerken]

Opvattingen verschillen over de vraag of er sprake was van 'uitlevering' of 'verraad'.[5](3:45) Beide betekenissen kunnen namelijk worden afgeleid van het Koinè-Griekse werkwoord παραδίδωμι paradidómi, dat 120 keer wordt gebruikt in het Nieuwe Testament en letterlijk betekent: 'geven aan', 'overhandigen', 'doorgeven'. Afhankelijk van de context kan παραδίδωμι nog extra betekenissen aannemen, zoals 'uitleveren/overleveren', 'verraden', '(iemand (aan) iets/iemand) toevertrouwen' en '(zich) overgeven/capituleren'.[6]

In 1 Korintiërs vertelt Paulus dat Jezus in de nacht waarin hij het Avondmaal nuttigde met de discipelen werd παρεδίδετο ('uitgeleverd' of 'verraden'). Hoewel de later geschreven vier evangeliën en het boek Handelingen Judas Iskariot aanwijzen als dader, noemt Paulus Judas echter nooit in zijn geschriften en ook geen andere, al dan niet geïdentificeerde persoon. Daarom hebben sommige geleerden betoogd dat παρεδίδετο hier wellicht niet verwijst naar Judas maar naar God, die Jezus 'uitleverde' aan zijn lijden, zoals Paulus elders ook schreef wanneer hij het woord παραδίδωμι gebruikte. Andere geleerden denken dat het toch verwijst naar het 'verraad' van Judas.[5](3:45)

In Matteüs, Marcus en Johannes vertelde Jezus zijn twaalf discipelen: εἷς ἐξ ὑμῶν παραδώσει με ('één van jullie zal mij uitleveren/verraden'). Volgens Lucas zei hij: ἡ χεὶρ τοῦ παραδιδόντος με μετ’ ἐμοῦ ἐπὶ τῆς τραπέζης ('de hand van degene die mij uitlevert/verraadt is aan deze tafel').[6] De discipelen reageerden per evangelie verschillend: in Lucas leidde de onrust onder de discipelen tot ruzie over wie van hen de belangrijkste was, hetgeen Jezus aanzette tot een verklaring dat zij juist nederig dienden te zijn en een voorspelling dat zij alle twaalf zijn onderkoningen zouden worden wanneer hij het koningschap van Israël zou verwerven.[5](11:24) In Matteüs en Marcus waren de discipelen droevig en vroegen allemaal omstebeurt aan Jezus om geruststelling dat zij het zelf niet waren, terwijl Judas in Matteüs na meer uitleg van Jezus expliciet wordt genoemd als opnieuw vragende: 'Ik toch niet, rabbi?' waarop Jezus antwoordde: 'Jij zegt het.' Het enige andere evangelie dat tijdens het Avondmaal Judas bij naam noemt is Johannes, waarin Jezus Judas openlijk beschuldigde de verrader te zijn; hoewel de andere discipelen het niet begrepen, verliet Judas (van wie de duivel bezit had genomen volgens de schrijver) de bijeenkomst.[5](3:08)

Doorwerking in het christendom[bewerken | brontekst bewerken]

In veel christelijke kerken wordt het Heilig Avondmaal nog steeds gevierd en is een van de sacramenten van de kerk. In de oosters-orthodoxe kerken en de rooms-katholieke kerk wordt het Laatste Avondmaal herdacht in de eucharistie, waarvan de Heilige Communie een onderdeel is.

Volgens de katholieke traditie vond het Laatste Avondmaal plaats op Witte Donderdag. De bovenzaal waar het Laatste Avondmaal plaatsvond wordt coenaculum of cunaculum genoemd. Aangenomen wordt dat deze zaal op de berg Zion lag, bij Jeruzalem. De kruisvaarders maakten een kapel op de vermeende locatie.

Doorwerking in de kunst[bewerken | brontekst bewerken]

Het Laatste Avondmaal is een bekend motief in de schilderkunst.