Het Steen (Brugge)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Steen op de kaart van Marcus Gerards (1562), aangeduid met het nummer 75.
De locatie van het voormalige Steen op de Burg.

Het Steen was een (nu verdwenen) middeleeuws gebouw op de westzijde van de Burg in de Belgische stad Brugge.

Geschiedenis[bewerken | bron bewerken]

Het is niet duidelijk of het gebouw een opvolger was van de Oude Steen, die in het oudste deel van de stad, in de Wollestraat werd gebouwd, en waarvan de veldstenen keldermuren naar de elfde of twaalfde eeuw verwijzen.

Het Steen op de Burg kan eveneens uit die periode dateren, maar over de vroegste geschiedenis ervan is weinig bekend. Toen het gebouwd werd kwam het zeer waarschijnlijk een houten bouwwerk vervangen. Het eerste stenen gebouw, een donjon, werd volgens historici, tussen 863 en 965 gebouwd door de graven Boudewijn I, Boudewijn II of Arnulf I. Nog een andere historicus situeert de bouwdatum in de regeerperiode van graaf Boudewijn V (1035-1067).

De eerste zekerheid dateert van 1088 wanneer het gebouw werd vermeld als lapidis domus comitis. In het verhaal van Galbert van Brugge over de moord op Karel de Goede kwam het Steen nog steeds als residentie van de graaf naar voor. Een van zijn opvolgers zou, nog tijdens de twaalfde eeuw, het gebouw hebben verlaten en, wanneer hij in Brugge verbleef, de Loove, aan de overkant van de Burg, als residentie hebben verkozen. Het Steen werd vanaf het einde van de twaalfde eeuw als grafelijke gevangenis gebruikt.

Einde van de dertiende eeuw verliet de graaf ook het Loove en verleende het gebruiksrecht van de verschillende Brugse gebouwen die hij bezat aan de stad. Het Steen werd voortaan stedelijke gevangenis. In 1689 brandde het gebouw grotendeels af en werd het Raephuis aan het Pandreitje als nieuwe gevangenis ingericht.

In 1751 verkreeg de stad de volle eigendom over het Steen. Het was toen nog niet hersteld van de brand en de stad verkoos het bouwvallige gebouw in 1784-85 te slopen. Het perceel bleef tot half de negentiende eeuw braakliggend. De stad verkocht de grond en er werd een gebouw met werkplaats opgericht door de handelaar in ijzerwaren Joseph De Jaegher. Die laatste lag aan de basis van het vroegere Brugse Bedrijf La Brugeoise (huidige Bombardier Brugge). De ijzerhandel op de Burg kwam er vermoedelijk in 1851. In 1955 werd dit gebouw gesloopt en vervangen door een neoklassiek gebouw van drie bouwlagen en vier traveeën. Ook dit pand werd op zijn beurt gesloopt, namelijk in 1977. In de plaats kwam een gebouw met winkelgalerij tot in de Wollestraat, dat de naam Ten Steegere kreeg. De architect van Ten Steegere was L. Vermeersch. Daarnaast verrees ook een negentiende-eeuws neogotisch handelsgebouw dat is blijven bestaan. In 1931 werd laatstgenoemd pand verbouwd tot drie trapgevels in neogotische stijl. Dat was de toenmalige In de Kapelle. Nu is hier brasserie Tompouce.

Literatuur[bewerken | bron bewerken]

  • A. DUCLOS, Bruges, histoire et souvenirs, Brugge, 1910.
  • J. DHONDT, De vroege topografie van Brugge, in: Handelingen van de Maatschappij voor geschiedenis en oudheidkunde te Gent, 1957.
  • A. VERHULST, Les origines et l'histoire ancienne de la ville de Bruges, in: Le Moyen Age, 1960
  • Nicolas HUYGHEBAERT o.s.b., Iperius et la translation de la relique du Saint-Sang à Bruges, in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 1963.
  • Brigitte BEERNAERT, Het Steen. Een benadering van de vroegere Brugse gevangenis, in: Van middeleeuwen tot heden. Bladeren door Brugse kunst en geschiedenis, Brugge, 1983.
  • Marc RYCKAERT, Brugge, historische stedenatlas, Brussel, 1991.
  • W. CARLIER, Het Burgplein van Marcus Gerards tot heden, in Brugse Gidsenkroniek Jaargang 29 april 1996, pp. 51-61.
  • J. DE VISSER, Geschiedenis van "La Brugeoise" van 1850 tot 1940, 1986.