Het eiland Amoras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het eiland Amoras
Cover van de eerste editie van het album uit 1947, uitgebeeld op een stripmuur in Antwerpen
Cover van de eerste editie van het album uit 1947, uitgebeeld op een stripmuur in Antwerpen
Originele titel Op het eiland Amoras
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 2
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen
Eerste druk 1947
Uitgever Standaard Uitgeverij
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

Het eiland Amoras is het tweede stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en getekend door Willy Vandersteen. Het verhaal werd gepubliceerd in De Nieuwe Standaard van 19 december 1945 tot en met 13 mei 1946.

Het verhaal werd oorspronkelijk uitgegeven als Op het eiland Amoras. De eerste albumuitgave was in 1947, destijds in de Vlaamse ongekleurde reeks. Het verhaal kreeg hierin nummer 1, omdat het vorige verhaal (Rikki en Wiske in Chocowakije) nummer 0 had gekregen. In 1967 verscheen het verhaal opnieuw in de Vierkleurenreeks met albumnummer 68.

Locaties[bewerken]

België, Amoras (eiland).

Personages[bewerken]

  • Wiske met Schanulleke en tante Sidonia en de Vetten en de Mageren
  • Vandersteen schreef Rikki, Wiske's oudere broer, aan het begin van Het eiland Amoras uit de reeks omdat hij te veel op Kuifje leek en ook te groot was om een volwaardig tegenspeler van Wiske te kunnen zijn. In de aankondigingsstrook van het verhaal wordt Rikki eropuit gestuurd met een schoenenbon, maar hij keert hier niet van terug.

In dit verhalen maken diverse personages hun debuut:

  • Suske, een inwoner van Amoras. In vergelijking met de latere Suske uit de reeks is Suske in dit album nog erg impulsief en zelfs agressief.
  • Professor Barabas. In zijn eerste gedaante was dit nog een vrij dikke man, die bovendien stotterde. Vandersteen genas Barabas echter van deze spraakstoornis omdat hij brieven kreeg van verontruste ouders die beweerden dat hun kinderen Barabas' gestotter imiteerden. Barabas vindt in dit album al de gyronef uit en beschikt over een vroege versie van de teletijdmachine.
  • Sus Antigoon, een dronken spook en voorouder van Suske. Hij keerde terug in diverse latere verhalen[1]
  • Jef Blaaskop, de leider van de Vetten.[2]

Uitvindingen[bewerken]

Beide toestellen maken in dit verhaal hun debuut.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Tante Sidonia en Wiske brengen een dagje door op het strand. Wiske zit krabben te vissen maar vist behalve een paar krabben ook een oude kruik op. Als Wiske de kruik weggooit belandt die op het hoofd van professor Barabas, die een eindje verderop op het strand ligt. De professor is erg nieuwsgierig naar de herkomst van de kruik. Met een uitvinding van Barabas, de teletijdmachine, kunnen de vrienden de geschiedenis van de kruik bekijken. Door een fout van Wiske ontploft de machine, maar ze weten nu wel dat er een perkament is in verborgen en gooien de kruik stuk. Er zit een oud stuk perkament in, geschreven door kapitein Sus Antigoon. Op het perkament valt te lezen dat zijn galjoen Antverpia in 1541[4] is gestrand op een onbekend eiland in de Stille Zuidzee, dat ze Amoras doopten. De drie besluiten ernaartoe te reizen met behulp van een speciaal door de professor ontworpen vliegtuig: de gyronef.

Eenmaal aangekomen op het eiland Amoras maken ze kennis met de Vetten en de Mageren. De Vetten wonen in de stad en heersen over het eiland. De Mageren wonen op het platteland en moeten hard werken en iedereen van eten voorzien. Wiske maakt kennis met Suske, een onstuimige jongen die de laatst levende nakomeling blijkt te zijn van Sus Antigoon. Zijn strijdkreet is "Antigoon vooruit"[5]. Barabas en Sidonia worden in de stad gevangengenomen door de Vetten, die onder leiding staan van leenheer Jef Blaaskop.

Suske en Wiske dringen de stad binnen en ontmoeten daar Suskes over-over-over-overgrootvader Sus Antigoon, die is bezweken aan alcoholisme maar als spook nog steeds rondwaart. Met behulp van Sus Antigoon kunnen ze Sidonia bevrijden, maar professor Barabas blijft achter in de stad. Samen met de Mageren bereiden de vrienden een opstand voor. Als de Vetten professor Barabas op de brandstapel zetten, lukt het Suske, Wiske en Sus Antigoon hem te redden. Als ze in het nauw gedreven worden door de Vetten, vallen de Mageren de stad net aan. Wiske weet de sleutel van de stad te bemachtigen na een achtervolging op de vluchtende Jef Blaaskop, waarna ze tot koningin van Amoras wordt gekroond.

Jef Blaaskop probeert de kruitkamer in de Schreierstoren tot ontploffing te brengen, maar Sus Antigoon weet dit te voorkomen, Jef ontsnapt met zijn galjoen De Galblaas en vestigt zich op een ander eiland. Hij laat enkele spionnen achter op Amoras om de Mageren in de gaten te houden. Wiske verheft Suske en tante Sidonia in de adelstand, Suske wordt bovendien minister van landsverdediging. Professor Barabas wordt benoemd tot minister van eten en drinken. Hij moet met de gyronef voedsel halen in Amerika, want de Vetten hebben de voedselvoorraden vernietigd en het volk heeft honger. Schanulleke wordt gestolen. Als professor Barabas terugkomt met de voedselpakketten lijkt de rust even weergekeerd, maar er blijkt alleen kauwgom in de pakken te zitten.

's Nachts wordt er een bomaanslag op Wiske gepleegd, maar ze raakt niet gewond. De spionnen krijgen dan professor Barabas in handen en hij wordt naar de schuilplaats van Jef Blaaskop gebracht. De Vetten hebben een oorlogsvloot gebouwd en vallen Amoras aan. Suske en Wiske bekogelen de vloot vanuit de gyronef, maar dan blijkt professor Barabas aan boord te zijn. Suske kan hem bevrijden en brengt het schip tot ontploffing, Jef Blaaskop wordt overmeesterd en de Vetten geven zich over. Op het eiland wordt weer voedsel geproduceerd, maar Wiske treurt vooral om de verdwenen Suske. De Vetten worden veroordeeld tot een heropvoedingscursus en moeten afvallen tot een normaal gewicht. Na een tijdje krijgt Wiske Schanulleke terug van Jef Blaaskop, die inmiddels berouw heeft.

Sus Antigoon is door de Vakvereniging van Spoken van zijn straf om als spook te moeten rondwaren ontslagen en vertrekt nu naar het geestenrijk. Zijn fles geeft hij aan Wiske. Wiske besluit dat het tijd is om naar huis terug te keren en dan blijkt Suske nog te leven. Ze pikken hem op van een klein eiland en nemen hem mee naar België. Suske leert hier al snel wat "beschaving" is als hij over de Vietnamoorlog hoort[6], de wereld is hier 400 jaar verder dan op Amoras. De familie Snoek[7] is erbij als de vrienden worden gehuldigd.

Met de teletijdmachine bekijken de vrienden Amoras nogmaals. Jef Blaaskop is tandarts geworden. De zwaarden zijn omgesmolten tot ploegen en hiermee wordt het land bewerkt. Iedereen leeft gelukkig en in vrede, op Amoras hadden ze slechts één les nodig.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Dit is het eerste verhaal met een rol voor Suske, die hierna een van de vaste hoofdpersonages werd. Het is ook het eerste verhaal in de reeks dat zich afspeelt op Amoras, dat feitelijk model staat voor het 16de-eeuwse Antwerpen. Andere verhalen uit de serie die zich deels op dit fictieve eiland afspelen zijn De stalen bloempot (1951), Het vliegende hart (1953, Amoris van Amoras (1984) en De verdwenen verteller (2002).

Allegorische betekenis[bewerken]

In de oorspronkelijke versie van het verhaal was Amoras in de eerste plaats een spiegel van het eigentijdse Antwerpen. Zo wonen de Mageren buiten de stadsmuren in de wijk Seefhoek, de Antwerpse volksbuurt waar Vandersteen zelf opgroeide. Ook kent de stad diverse gebouwen die echt bestaan, maar dan in Antwerpen. Bovendien waren de dialogen sterk Antwerps gekleurd. Voor de introductie op de Nederlandse markt in 1959 werd daarom een hertekening noodzakelijk geacht. Amoras lijkt in deze versie eerder op Amsterdam dan op Antwerpen. Suskes strijdkreet Seefhoek vooruit! werd veranderd in Jordaan vooruit! In de vierkleurenversie kwam een synthese tot stand. De volksbuurt van de Mageren heet nu Antigoon (de strijdkreet van Suske luidt navenant Antigoon vooruit!) en de stad heeft zowel Antwerpse als Amsterdamse trekken. Zo is het Steen uit de oorspronkelijke versie vervangen door de Schreierstoren.

Uitgaven[bewerken]

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Nieuwe Standaard 2 19 december 1945 - 13 mei 1946 Rikki en Wiske De sprietatoom
Dagblad De Stem Breda, Nederland 8 maart 1946 - 28 november 1946
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vlaamse ongekleurde reeks 1 1947 Rikki en Wiske De vliegende aap
Dagblad De Stem Breda, Nederland 1947
Hollandse ongekleurde reeks 1a 1959
Vierkleurenreeks 68 maart 1967 De poenschepper De nerveuze Nerviërs
Strip klassiek 2 juni 1981 De gekalibreerde kwibus De vliegende aap
In de van van Willy Vandersteen februari 1984
Gelimiteerde uitgave 1985
Suske en Wiske Collectie 1986
uitgave Eindhovens Dagblad september-oktober 1990
Rode klassiek reeks 2 18 februari 1993 Rikki en Wiske De sprietatoom
uitgave Rode Kruis februari 1995
Familiestripboek 10 mei 1995
uitgave Limburgs Dagblad 10 september 1995
Stripfestival Middelkerke 1997
Originele Verhalen 1998
10e Sterfdag W. Vandersteen oktober 2000
uitgave VUM-groep 1 26 februari 2003 geen De vliegende aap
uitgave Albert Heijn 2 5 mei 2003 De poenschepper De nerveuze Nerviërs
BN/De Stem / PZC Reeks 2 3 maart 2007 Rikki en Wiske in Chocowakije De sprietatoom
Wegener Reeks 2 5 januari 2008 Rikki en Wiske in Chocowakije De sprietatoom
Anderstalige uitgaven
Taal Reekstitel Albumtitel Datum Opmerkingen
Frans Bob et Bobette L'île d'Amphoria maart 1967 vierkleuren
Spaans Bob y Bobette La isla de Anforia 1968
Duits Suske und Wiske Die Insel Amoras 1972
Engels Willy and Wanda An island called Hoboken 1976 Amerikaanse reeks
Zweeds Finn och Fiffi Den okända ön 1979
Noors Finn & Fiffi Den ukjente øya 1986
Fins Anu & Antti Amforian saari 1987

Achtergronden bij de uitgaven[bewerken]

De publicatie in De Nieuwe Standaard begon met een aankondiging van 2 stroken op 19 december 1945, waarna het verhaal volgde in 220 stroken van 20 december 1945 tot en met 13 mei 1946.

Het verhaal verscheen in album in de Vlaamse ongekleurde reeks in 1947. Twee uitgevers gaven het verhaal uit: De Standaard en De Stem. Met name de laatste is in een aanmerkelijk kleinere oplage verschenen en dus zeer zeldzaam. Een jaar later wordt door beide uitgevers een versie op de markt gebracht in nieuwe spelling. Zo wordt bijvoorbeeld 'zoo' veranderd in 'zo'. In 1959 verscheen het album in de Hollandse ongekleurde reeks. Formeel waren deze uitgaven geen "ongekleurde" versie, maar een tweekleuren versie. Het verhaal werd namelijk uitgebracht in blauwe inkt met een rode steunkleur. Na deze uitgave(n), werden de albums gedrukt afwisselend met twee pagina's blauwe lijntekeningen en vervolgens twee pagina's met rode lijnen.

Het verhaal werd in 1967 als tweede album in de Vierkleurenreeks heruitgebracht. Voor deze versie werd het geheel hertekend door Paul Geerts. Het oorspronkelijke verhaal telde bovendien één pagina extra; in de vierkleurenreeks is de bestorming van de toren door Suske en Wiske ingekort (voor blz. 27), om aan het standaardformaat te voldoen. Het was tevens het eerste Suske en Wiske-verhaal dat in de Vierkleurenreeks werd heruitgegeven. De geheel oorspronkelijke versie van Het eiland Amoras verscheen in 1993 opnieuw in Suske en Wiske Klassiek.

Varia[bewerken]

Op zaterdag 13 mei 2006 werd in de Korte Ridderstraat 8 te Antwerpen een stripmuur onthuld met een afbeelding van de oorspronkelijke cover van het verhaal[8].

Externe links[bewerken]