Het gespuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het gespuis
Illustratie van Heinrich Vogeler bij "Het gespuis" in de uitgave van Grimm
Auteur gebroeders Grimm
Originele titel Das Lumpengesindel
Origineel gebundeld in Kinder- und Hausmärchen
Uitgiftedatum 1812
Land Duitsland
Taal Duits
Genre sprookje
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het gespuis is een sprookje dat werd opgetekend door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen. De originele naam is Das Lumpengesindel en het sprookje kreeg als volgnummer KHM10.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Haantje vertelt hennetje dat het de tijd is dat de noten rijpen en stelt voor om samen naar de berg te gaan om hun buik vol te eten, voordat de eekhoorn ze weghaalt. Het is een heldere dag en ze blijven tot de avond, ze willen niet teruglopen en haantje moet een wagentje bouwen van notendoppen. Hennetje gaat er in zitten en wil dat haantje zich er voor spant, maar hij loopt nog liever naar huis dan zich er voor te laten spannen. Hij wil wel als koetsier op de bok en ze kibbelen als er een eend komt aangelopen. Die beschuldigt het echtpaar van diefstal en hij stormt met opengesperde snavel op haantje af. Maar haantje vecht terug met zijn sporen en de eend smeekt om genade en laat zich voor de wagen spannen.

Na een tijdje komen ze twee voetgangers tegen, een speld en een naald. Ze vragen te stoppen en zeggen dat het bijna donker is en ze dan niet meer verder kunnen, bovendien is de weg erg smerig. Ze willen meerijden en komen terug van de kleermakersherberg bij de poort, waar ze te lang zijn gebleven om bier te drinken. De magere jongens zullen niet veel plaats innemen en daarom laat haantje ze instappen, maar ze mogen hem en hennetje niet op de tenen trappen.

’s Avonds komen ze bij een herberg en omdat eendje van links naar rechts waggelt en het te donker is, nemen ze daar hun intrek. De waard zegt eerst dat zijn huis al vol is, waarschijnlijk vindt hij het gezelschap niet voornaam genoeg. Maar hij mag het ei hebben dat hennetje onderweg heeft gelegd en ook de eend mag hij houden, die legt elke dag een ei. Vroeg in de morgen maakt haantje hennetje wakker en ze nemen het ei en pikken dit open, samen eten ze dit op. Ze gooien de schillen in de haard en prikken de naald in het stoelkussen van de waard. De speld steken ze in zijn handdoek en ze vliegen dan weg over de hei. De eend is buiten blijven slapen en hoort hen wegsnorren.

De eend staat op, vindt een beek en zwemt met de stroom mee, dit gaat veel sneller dan voor de wagen. Na een uur komt de waard uit de veren en hij wast zich, als hij zich afdroogt krast de speld over zijn gezicht en maakt een rode streep van oor tot oor. Hij gaat naar de keuken om pijp te roken, maar als hij bij de haard komt raken de eierschalen zijn ogen. Dan laat hij zich in zijn leunstoel vallen, maar hij schiet weer omhoog want de naald heeft hem nog erger geprikt. Hij verdenkt de gasten die zo laat aan zijn gekomen, hij gaat op zoek en ontdekt dat ze weg zijn. Hij zweert dat hij nooit weer gespuis zal binnenlaten dat veel verteert, niets betaalt en als dank nog streken met je uithaalt.

Achtergronden[bewerken | brontekst bewerken]

Werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina De lotgevallen van Haantje en Hennetje op Wikisource.
  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A

Assepoester · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · Het aardmanneke ·

B

Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis ·

D

De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje ·

E

Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje ·

F

Frieder en Katherliesje ·

G

De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · Gelukkige Hans · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis ·

H

De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis ·

I

De ijzeren kachel · IJzeren Hans ·

J

De jonge reus · De jood in de doornstruik · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel ·

K

De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · Het kind van Maria · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard ·

L

De laarzen van buffelleer · De luie spinster · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje ·

M

De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond ·

O

De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · Op reis gaan ·

P

De peetoom ·

R

De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · Het raadsel · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje ·

S

De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje ·

T

De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand ·

U

De uil ·

V

De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui ·

W

De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer ·

Z

De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Het zingende botje ·