Het leven is vurrukkulluk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het leven is vurrukkulluk
Auteur(s) Remco Campert
Land Nederland
Taal Nederlands
Genre Roman
Uitgever De Bezige Bij
Uitgegeven 1961
ISBN-code 13: 9789023422082
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het leven is vurrukkulluk is een roman van de Nederlandse schrijver Remco Campert. Het boek kwam in 1961 uit bij de uitgeverij De Bezige Bij en beschrijft een dag uit het leven van verschillende mensen die min of meer met elkaar te maken hebben. In 2011 stond het boek in Nederland in de belangstelling omdat het gekozen was als titel van het evenement Nederland Leest. In 2018 is de boekverfilming van regisseur Frans Weisz, Het Leven is Vurrukkulluk (film)

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De jongens Boelie en Mees ontmoeten in het park het vijftienjarige meisje Panda. Ze nemen haar mee voor een ijsje. Panda gaat naar het toilet en praat wat met de juffrouw van retirade, Rosa. Boelie en Mees merken dat ze worden achtervolgd door een oude man. Als de oude man bij hen komt zitten, raken ze geïrriteerd. Als Panda terug is en ze weglopen, blijft de oude man hen achtervolgen. Eenmaal in het park slaan Boelie en Mees de man neer. Panda berooft de man van zijn geld, een bedrag van tweehonderd gulden. Boelie haast zich vervolgens naar een afspraak met journalist Ernst-Jan Zoon. Als Mees vervolgens met Panda naar bed gaat wil het allemaal niet lukken met de seks. Mees voelt zich schuldig over de oude man en mijmert over zijn jeugd en zijn latere bestaan als jazzpianist. In zijn gesprek met de journalist heeft ook Boelie het over vroeger en over zijn angst voor eenzaamheid. Ernst-Jan vraagt na het interview of Boelie met hem mee naar huis wil gaan. Hij verdenkt zijn vrouw Etta van overspel. Terwijl Ernst-Jan de radio aanzet om naar het verslag van een voetbalwedstrijd te luisteren, praat Boelie met Etta. De laatste praat over haar ouders, haar vader was een collaborateur in de oorlog en haar moeder een alcoholiste. Ze vertelt dat ze zelf in een concentratiekamp heeft gezeten, maar dat blijkt niet waar te zijn. Dan neemt ze Boelie mee naar het huis van de buren. Boelie probeert haar het bed in te krijgen, maar wordt in zijn poging gestoord door de buren die plotseling thuiskomen. Intussen is de oude man in het park bij gekomen. Hij wordt overeind geholpen door Tjeerd Overbeek, die getuige was van de beroving. Tjeerd neemt de oude man mee naar zijn tante Rosa Overbeek, die als juffrouw van de retirade bij de toiletten in het park werkt. Rosa herkent de oude man als een jeugdvriend en al snel zijn beide oudjes bezig om herinneringen op te halen. Tjeerd gaat nu op weg naar Boelie en Mees met het plan hen te confronteren met zijn getuigenis van de beroving. In het huis van Boelie en Mees is echter een feestje aan de gang. Mees heeft van het gestolen geld eten en drank gekocht en een aantal kennissen uitgenodigd. Tjeerd wordt door een dronken feestganger naar binnen gesleurd. Later komen ook Ernst-Jan en Etta langs. Als ze ruzie krijgen, neemt Boelie Etta mee naar zolder en gaat met haar naar bed. Mees ziet een jongeman slechts voorzien van een opengeklapte paraplu uit het zolderraam springen en voelt zich plotseling gelukkig.

Titel[bewerken]

‘het leven is vurrukkulluk’ zei Panda. Zo luidt de openingszin van het boek. Een cynische uitspraak gezien de ontwikkelingen die volgen. De brute beroving van de oude man, het overspel van Etta en de zelfmoordpoging van Mees maken niet echt onderdeel uit van een fijn bestaan. Campert geeft hierbij al aan dat het boek misschien luchtig van toon is, maar dat de verschillende personages een triest bestaan leiden.

Motto[bewerken]

Zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen, / Geenszins om liefde, maar om de sublieme / Momenten en het sentiment daartussen. Uit: Het tuinfeest van Martinus Nijhoff

Achtergrond[bewerken]

Campert voert een aantal personages op die verbonden worden door allerlei, ogenschijnlijk van elkaar losstaande, gebeurtenissen. Hij begrenst die gebeurtenissen door alles op één dag te laten afspelen. Begin en eind van het boek lijken om die reden willekeurig. De roman vangt aan met Mees en Boelie die Panda oppikken en eindigt met Mees die iemand uit het raam ziet springen. Hoe Mees en Boelie er toe komen om naar het park te gaan wordt niet duidelijk, terwijl we ook niet te weten komen hoe het met Mees afloopt. Boelie en Mees lijken twee flierefluiters, twee mannen die vrouwen oppikken voor seks. Maar hun donkere kant wordt ook gelijk duidelijk als ze de oude man beroven en van zijn geld een feestje geven. Het feit dat Boelie bij een psychiater loopt geeft te denken. Is hij wel normaal? Boelie lijkt volkomen zonder moraal. Hij berooft de oude man en probeert vervolgens de vrouw van zijn vriend te verleiden. Ook met Mees lijkt het mis. Net als Boelie twijfelt hij over de zin van het bestaan. Maar hij doet net zo hard mee met de beroving en geeft vervolgens een feestje van het gestolen geld. Bij Mees is er wel sprake van een schuldgevoel. Het verhindert zelfs zijn seksuele omgang met Panda. Het object van de gevoelens van Boelie, Etta, is ook niet zonder treurnis. Etta heeft een ongelukkig huwelijk met journalist Ernst-Jan en verwart seks met genegenheid. Haar ongelukkige jeugd heeft ervoor gezorgd dat die genegenheid haar onthouden bleef. Als ze dan ook ruzie krijgt met Ernst-Jan, duikt ze vrijwel gelijk het bed in met Boelie. Wat dat betreft verschilt ze volkomen van Panda. Panda is jong en leeft voor de lol. Ze gaat bij voorkeur naar bed met oudere mannen en zoekt lichtzinnig vermaak. Bij alle personages is er sprake van een gemis, van een leegte. De twijfel aan de zin van het bestaan lijkt iedereen te verenigen in allerlei betekenisloze activiteiten als seks en veel drinken. Het beroven van de oude man, zou tegenwoordig worden betiteld als zinloos geweld. Alles is zinloos, lijkt de auteur, te zeggen, dus laten we onze moraal vergeten en doen waar we zin in hebben.

Kees de Jongen[bewerken]

Remco Campert heeft de roman Kees de jongen van Theo Thijssen meerdere malen gelezen. Zijn liefde voor de boeken van Thijssen heeft ertoe geleid dat hij Kees Bakels, de hoofdpersoon uit Kees de jongen, ook in zijn eigen boeken opvoert. In deze roman is Kees Bakels een oude man geworden. Hij wordt bewusteloos in het park gevonden door Tjeerd Overbeek. De tante van Tjeerd is Rosa Overbeek. Lezers van Kees de Jongen weten dat Kees als schooljongen verliefd was op Rosa. Overigens fungeert Kees Bakels nog in een andere roman van Campert. In Tjeempie! of Liesje in luiletterland is hij een oudere junk.

Trivia[bewerken]

  • Bij gelegenheid van de jaarlijkse campagne Nederland Leest in november 2011 is deze roman door de Nederlandse openbare bibliotheken als gratis boek aan hun leden en scholieren uitgereikt.