Het sadistische universum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Het sadistische universum (1964) is een collectie beschouwend proza van Willem Frederik Hermans, voornamelijk essays, maar ook enkele impressies en reisnotities. Sommige onderdelen hebben een voor beschouwend werk aanzienlijke bekendheid verworven: de poëticale beschouwingen 'Experimentele romans' en 'Antipathieke romanpersonages', en het filosofische essay 'Wittgenstein's levensvorm'.

Inhoud[bewerken]

De bundel bestaat uit drie afdelingen, die worden begeleid met een voorwoord en worden afgesloten met wat bibliografische aantekeningen.

De eerste afdeling, 'Zwarte schapen' genaamd, bestaat uit dertien beschouwingen over literaire onderwerpen. Het betreft beschouwingen over individuele auteurs, enkele overwegingen van algemeen literair-technische aard, en twee essays waarin Hermans zijn poëticale opvattingen formuleert respectievelijk uiteenzet hoe die met zijn werkelijkheidsconceptie samenhangen. In deze afdeling komen aan bod onder meer Markies de Sade (het titelessay), Rudolf Erich Raspe, Multatuli, de filmkunst in Nederland, het detectiveverhaal.

De tweede afdeling, 'Kleine protocollen', telt negen stukken van enkele bladzijden elk, waarin niet de literatuur maar de wereld centraal staat. Impressies van Rome en de Etna, dagboeknotities van een tocht door Spanje.

De derde afdeling, 'Wittgenstein's levensvorm', bestaat alleen uit de gelijknamige beschouwing, de langste uit het boek en Hermans' eerste publicatie over de filosoof Ludwig Wittgenstein. Onderwerp is Wittgensteins postuum verschenen Philosophische Untersuchungen (1953).

Genre[bewerken]

In het voorwoord omschrijft Hermans de bundel niet als een collectie essays, maar als 'een verzameling prozastukken', een neutrale term waaronder ook verhalend werk begrepen kan worden. Inderdaad lijken enkele stukken eerder een verhaal dan een essay, omdat daarin een fictieve ik-persoon aan het woord lijkt. Alleen al uit de titels van 'Monoloog van een paardenliefhebber' en 'Monoloog van een anglofoob' blijkt dat de ik-personen niet een portret van hun onderwerp maar van zichzelf ten beste geven en iets dergelijks geldt ook voor 'Achter borden Verboden Toegang'.

Publicatiegeschiedenis[bewerken]

Enkele prozastukken waren al eerder in tijdschriften verschenen. Het essay 'Antipathieke romanpersonages' werd pas vanaf de vijfde druk toegevoegd. Ook het nummer '1' uit de titel stond er niet vanaf het begin, maar was een logische toevoeging nadat Hermans in 1970 Van Wittgenstein tot Weinreb. Het sadistische universum 2 publiceerde.

Externe links[bewerken]