Het verhaal van Sjahriaar en zijn broer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sjahriaar en zijn broer is het kaderverhaal uit de verhalencyclus Duizend-en-een-nacht.

Het (kader)verhaal[bewerken]

Koning Sjahriaar nodigt zijn broer, koning Sjahzamaan, uit voor een bezoek. Vlak voor zijn vertrek betrapt Sjahzamaan zijn vrouw met "een slavenjongen uit de keuken". Na zijn vrouw en haar minnaar te hebben vermoord reist hij bedroefd naar zijn broer. Sjahzamaan: "Vrouwen zijn waarlijk niet te vertrouwen". Na weken zelfmedelijden betrapt Sjahzamaan de vrouw van zijn broer op overspel. Sjahzamaan knapt op en wordt door zijn broer gedwongen om het overspel te verraden. Het overspel herhaalt zich voor de ogen van de beide broers. De koningin roept: "'Masoud, Masoud!' en terstond springt er een zwarte slaaf uit de boom op de grond. Hij snelt naar haar toe, tilt haar benen op, vlijt zich tussen haar dijen en heeft gemeenschap met haar.

Het meisje en de ifriet[bewerken]

Verteerd door verdriet en woede vertrekken de beide bedrogen broers met onbekende bestemming. Bij de kust aangekomen, treffen ze een ifriet (een demon) aan. Na zich verstopt te hebben in een boom, zien ze een vrouw uit een kist van de ifriet tevoorschijn komen. De ifriet legt zich te slapen. De in haar bruidsnacht geroofde vrouw dwingt de beide koningen om seks met haar te hebben, anders zal zij de ifriet wakker maken die hen vervolgens zal doodslaan. Dan vraagt ze hun beider ringen; ze had er reeds 98 en nu dus 100. Er is één ring voor elk overspel.

De waanzin van Sjahriaar[bewerken]

Overtuigd van de in- en in slechtheid van de vrouw in het algemeen ("Jullie sluwheid is waarlijk ontzaglijk") vermoordt koning Sjahriaar als hij thuisgekomen is zijn vrouw en alle slavinnen in zijn paleis. Hij zweert dat hij nooit langer zou huwen dan een enkele nacht en dat hij de vrouw 's ochtends zou doden, opdat haar boosaardigheid en arglistigheid hem bespaard zouden blijven. ("'Er is op de hele aarde geen kuise vrouw te vinden"). Als de stad en het land in diepe rouw zijn vanwege dit voortdurende bloedbad, bedenkt de dochter van de vizier, Scheherazade, een list. Zij biedt zich bij haar vader aan om de volgende vrouw van de koning te worden. Haar vader wil dit echter voorkomen. Om haar te waarschuwen vertelt hij Het verhaal van de ezel en de os en Het verhaal van de koopman en de echtgenote.

De eerste nacht[bewerken]

Als de vizier Scheherazade niet kan overtuigen van haar idee af te zien, brengt hij haar naar de koning, die haar aanvaardt. Voor zij het bruidsvertrek ingaat, geeft Scheherazade haar zus de opdracht om 's nachts – na de seks – om een verhaal te vragen dat de koning ertoe moet bewegen zijn handelwijze te staken. En zo gebeurt; de eerste nacht vertelt zij Het verhaal van de koopman en de djinn.

Het begin van het kaderverhaal[bewerken]

Nadat de nacht voorbij is en de tijd voor de dagelijkse executie aanbreekt, is de koning zo benieuwd naar de afloop van het door Scheherazade half afgemaakte verhaal, dat hij haar spaart. Scheherazade verklaart dat het volgende verhaal nog mooier en wonderlijker zal zijn. De koning neemt zich voor om haar dan maar een dag later dan voorzien te doden. Dit herhaalt zich zodoende elke nacht vanaf dat moment, tot de cyclus van dood door Scheherazade is verbroken op het einde van alle nachten en verhalen.

Plaats binnen de verhalencyclus[bewerken]

Verhalen binnen dit verhaal:
Het verhaal van de ezel en de os en Het verhaal van de koopman en de echtgenote.

Deze twee verhalen zijn niet echt een deel van het kaderverhaal, omdat ze, in tegenstelling tot alle andere verhalen, niet door Scheherazade zelf, maar door haar vader, de vizier van de koning, worden verteld.

Volgend verhaal (op dit verhaalniveau):
Het verhaal van de koopman en de djinn.

Verhalenstructuur van Duizend-en-een-nacht[bewerken]

Hieronder volgt de structuur van de verhalen volgens de Franse vertaling door Joseph-Charles Mardrus. Zoals gezegd vormt het verhaal van koning Sjahriaar en zijn broer het kaderverhaal.

Nacht(en)       Verhaal en verteller
De ezel en de stier, door de vizier
1-3 De koopman en de djinn, door Scheherazade
1-2 De gazelle, door de eerste sjeik
2 De twee honden, door de tweede sjeik
2 De muilezel, door de derde sjeik
3-9 De visser en de djinn, door Scheherazade
3 De djinn vertelt zijn historie
4-5 De vizier van Joenan en Roeian, door de visser
5 De valk van koning Sindabad, door koning Joenan
5 De koopman en de papegaai, door koning Joenan
5 De prins en de demon, door Joenans vizier
7-9 De jongeman vertelt zijn historie met de vissen
9-18 De drager en de drie vrouwen, door Scheherazade (expliciete erotiek)
11-12 De eerste saloek vertelt zijn historie
12-14 De tweede saloek vertelt zijn historie
14-15 De derde saloek vertelt zijn historie
16-17 Het oudste meisje, Zobeida, vertelt haar historie
17 Het tweede meisje, Amina, vertelt haar historie
18-24 De drie appelen, door Scheherazade
19-24 Vizier Noereddien en het huwelijk van zijn zoon, door Dzjiafar (expliciete seks)
20 Het voorgenomen huwelijk van Sjamseddiens dochter, door een djenni
24-32 De gedode bultenaar, door Scheherazade
25-26 De Koptische makelaar vertelt zijn historie
25-26 De jongeman uit Baghdad vertelt zijn historie
27 De rentmeester vertelt zijn historie
27 De man zonder duimen en tenen vertelt zijn historie
27-28 De Joodse dokter vertelt zijn historie
27-28 De jongen uit Mosoel vertelt zijn historie
28-32 De kleermaker vertelt zijn historie
28-30 De manke jongeman vertelt zijn historie
30 De barbier vertelt zijn historie
30 Bakboek, de broer van de barbier, door de barbier
30-31 Haddar, de broer van de barbier, door de barbier (expliciete erotiek)
31 Bakbak, de broer van de barbier, door de barbier
31 Koes, de broer van de barbier, door de barbier
31-32 Asjar, de broer van de barbier, door de barbier
32 Sjakalik, de broer van de barbier, door de barbier
32-36 Anis al-Jalis en Ali-Noer, door Scheherazade
37-44 Ghanem ben Ajoeb en Koeat al-Koeloeb, door Scheherazade (erotiek)
38 De eunuch Saoeab vertelt zijn historie (expliciete seks van kinderen)
38-39 De eunuch Kafoer vertelt zijn historie
40 Koeat al-Koeloeb, de levend begraven vrouw, vertelt haar historie
44-145 De kinderen van koning Omar al-Neman, door Scheherazade
44-53 Sjarkan en Abriza, door Scheherazade
50 De reis van Safia, door Abriza
53-77 De reis van Daoel-Makán en Nózhatoe, door Scheherazade
60-66 De drie poorten, door Nózhatoe
77-137 Veldtocht van koning Daoel-Makán en Sjarkan, door Scheherazade
78-87 De dood van Omar al-Neman, door vizier Dandan
79 Toespraak van het eerste meisje
80-81 Toespraak van het tweede meisje
81 Toespraak van het derde meisje
81-82 Toespraak van het vierde meisje
81-83 Toespraak van het vijfde meisje
83-84 Toespraak van de oude vrouw
95 Geschiedenis van het klooster, door de oude vrouw
107-136 Prins Diadeem, Aziz en prinses Donia, door vizier Dandan
112-129 Aziz vertelt zijn historie (seks)
134 De droom van prinses Donia, door haar min
138-145 De avonturen van Kanmakan, door Scheherazade
142 Begin van de avonturen van de hasjieseter, door de negerin (erotiek)
145 De bedoeïen Hamad vertelt zijn historie
146-147 De pauwen en de gans, door Scheherazade
146 De gans vertelt zijn historie
147 De herder en het meisje, door Scheherazade
148 De watervogel en de schildpad, door Scheherazade
149-150 De wolf en de vos, door Scheherazade
149 De valk en de patrijs, door de vos
149 De geneesheer en de boer, door de vos
150 De slang, door de vos
150 De muis en de wezel, door Scheherazade
150 De raaf en de civetkat, door Scheherazade
150-151 De vos en de raaf, door Scheherazade
150-151 De vlo en de muis, door de vos
151 De gier, door de raaf
151 De mus, door de raaf
152-169 Geschiedenis van Ali ben-Bekar en Sjamsennahar, door Scheherazade
170-236 Geschiedenis van Kamralzaman en prinses Boedoer, door Scheherazade (expliciete seks en vermeende homoseksualiteit)
176-179 De schoonheid van Boedoer, door de efriet Dahnasj
237-249 Niamah en Naomi (Schoon-geluk en Geluk-schoon), door Scheherazade
250-269 Ala al-Din Abu al-Shamat (met de moedervlek), door Scheherazade (expliciete seks en pederastie)
270-287 De wijze slavin van Aboel-Hassan, door Scheherazade
287-290 De dichter Aboe-Nowas, door Scheherazade
290-315 De kruier bezoekt Sinbad de zeeman, door Scheherazade
291-295 Het eiland van Mihrazja, door Sinbad de zeeman
296-297 Het dal met diamanten, door Sinbad de zeeman
298-301 Het apeneiland van Polyphemos, door Sinbad de zeeman
302-305 Het suttee-eiland, door Sinbad de zeeman
306-308 De grijsaard van de zee en de kokosnoten, door Sinbad de zeeman
308-311 De ondergrondse rivier naar Ceylon, door Sinbad de zeeman
311-315 De vliegende mannen, door Sinbad de zeeman
316-331 Zoemoerroed en Alisjar, door Scheherazade (expliciete seks, gespeelde homoseksualiteit)
331-338 De kalief en de harem van Ali el-Yamani, door Scheherazade
331-338 De harem van Ali el-Yamani, door Mohammed el-Bassri
339-346 De bronzen stad, door Scheherazade
341-342 Oorlog tegen Salomo, door de efriet Daesch ben_Alaemasch
346-353 De kalief laat zich een verhaal vertellen, door Scheherazade
347-353 De zoon van al-Mansoer vertelt hoe hij een huwelijk herstelt
353-355 De slager en de dochter van de vizier, door Scheherazade en de slager
355-373 De houthakker Hassib en prinses Jamlika, door Scheherazade
357-370 Koning Beloekia zoekt de ring van Salomo, door prinses Jamlika
362-363 De schepping, door koning Sakhr
363-369 Jansjah en Sjamsa, door Jansjah
373-393 Anecdoten van het bloemperk van de geest, door Scheherazade
373 Al-Rasjied en de wind, door Scheherazade
373-375 De jongeling en zijn meester, door Scheherazade
375-376 De kalief vraagt om een verhaal, door Scheherazade
375-376 De goedgevulde zak, door Ali de Pers
376 Al-Rasjied als rechter der liefde, door Scheherazade
376-377 De jonge of de oude man, door Scheherazade
377 De prijs van komkommers, door Scheherazade
377-378 Grijze haren, door Scheherazade
378 Het verschil gedeeld, door Scheherazade
378-379 Aboe-Nowas en het bad van sett-Zobeïda, door Scheherazade
379 Improviserende dichters, door Scheherazade
379-380 De ezel, door Scheherazade
380-381 Sett-Zobeïda betrapt, door Scheherazade
381-382 Mannetje of wijfje, door Scheherazade
382 De verdeling, door Scheherazade
382-383 De onwetende schoolmeester, door Scheherazade
383 Opschrift van een hemd, door Scheherazade
383-384 Opschrift van een beker, door Scheherazade
384-386 De kalief in de mand, door Scheherazade
386-389 De darmschoonmaker, door Scheherazade
389-390 Ogenvreugd, door Scheherazade
390-393 Meisjes of jongens, door Scheherazade
390-393 Meisjes of jongens, door Omar al-Homsi
393-399 De vreemde kalief, door Scheherazade
396-399 De vreemde kalief vertelt zijn historie (expliciete seks)
399-414 Rozenkelk en Wereldvreugde, door Scheherazade
415-432 Het vliegende paard, door Scheherazade
432-448 De streken van Dalila en haar dochter, door Scheherazade
449-456 Ali Kwikzilver en de dochter van Dalila, door Scheherazade
450-451 De waterverkoper vertelt zijn historie
451-487 Dzjoeder de visser, door Scheherazade
469-470 De moghrabin vertelt zijn historie
487-501 Aboe-Kier en Abie-Sier, door Scheherazade
502 De drie wensen, door Scheherazade (ondeugend)
502-504 De jongeman en de masseur, door Scheherazade (expliciete seks)
504-505 Wit en wit, door Scheherazade
505-515 De vier Abdallahs, door Scheherazade
515-526 De jongen met het gele gezicht, door Scheherazade
517-525 De jongen met het gele gezicht vertelt zijn historie
523-524 De rode schelp, door de koper van de schelp
526-549 Het meisje uit de zee en haar zoon, door Scheherazade
549-551 Isjak Mossoel en zijn gasten, door Isjak Mossoel
551-555 De Egyptische fellah en zijn blanke kinderen, door emir Mohammad
551-555 De Frankische vrouw, door de Egyptische fellah
555-576 Kalief de visser, door Scheherazade
576-579 Op zoek naar de geschiedenis van Hassan al-Bassri, door Scheherazade
579-615 De geschiedenis van Hassan al-Bassri, door Scheherazade (expliciet)
616 De historische flatulentie, door Scheherazade
616-618 De twee grappenmakers, door Scheherazade
618-622 De kast met vijf verdiepingen, door Scheherazade
622-653 De grappen van Aboel-Hassan en de kalief, door Scheherazade (expliciete erotiek)
654-666 De liefde van Anis en Zein al-Mawassif, door Scheherazade (expliciete erotiek)
666-671 Aboe-Mohammed met de zachte beenderen, door Scheherazade
668-671 Aboe-Mohammed vertelt zijn historie
671-679
700-714
Noer en prinses Mariam, door Scheherazade (expliciete erotiek)
714-716 Sultan Saladin en zijn vizier, door Scheherazade
716-719 Het graf der minnaars, door Abdallah
719-720 De echtscheiding van Hind, door Scheherazade
720-731 De spiegel der maagden, door Scheherazade
731-774 Aladin en de wonderlamp, door Scheherazade
774 De les van de smid, door Scheherazade
774-779 Farizad met de rozenglimlach, door Scheherazade
780-787 Kamar en Halima, door Scheherazade
782 De uitgestorven stad, door de derwisj
783 Het doorboren van de parel, door de vrouw van de barbier
787-788 De dief en de zakkenroller, door Scheherazade
788-794 Het kistje met poeder, door Scheherazade
788-794 De reis met de alchemist, door Hassan Abdallah
794-795 De gierigaard en zijn muilen, door Scheherazade
795 De kwinkslagen van Bahloel, door Scheherazade
795-796 Een oproep tot wereldvrede, door Scheherazade
795- De impotente boomkweker (expliciet), door Scheherazade
796-806 De twee hasjiesjeters, door de boomkweker
798-800 Vadertje poep (veronderstelde homoseksualiteit), door de visser
800-801 De ezel als kadi, door de visser
802-803 De kadi en het ezeltje, door de visser
803-804 De werkloze kadi, door de visser
804-806 De les van de vrouwenkenner, door de visser
807-814 De prinses, haar drie neven en de schone djennia, door Scheherazade
814-819 De kalief ontmoet Aboel Hassan, door Scheherazade
816-819 Aboel Hassan en parelentuil, door Aboel Hassan
819-821 De dromen van Sultan Mahmoed, door Scheherazade
821-826 De kalief ontmoet Aboelkassem, door Scheherazade
823-825 De onuitputtelijke schat, door Aboelkassem
826-844 De drie hashiesjeters en de sultan, door Scheherazade
831-834 De aap-jongeling, door de sultan van Kairo
834-836 De eerste dwaas vertelt zijn historie (expliciete seks)
837-842 De tweede dwaas vertelt zijn historie (expliciete seks)
842-844 De derde dwaas vertelt zijn historie
847-851 De vrouw van de nar, door Scheherazade
848-849 De vrouw van de stadsbeambte, door de banketbakker (expliciete seks)
849-850 De vrouw van de sterrenkundige, door de groentebroer (expliciete seks)
850-851 De twee ganzen, door de slager
851 De ondeugende zoon, door de fluitist
851-860 Ali Baba en de veertig rovers, door Scheherazade
860-876 Al-Rashid op de brug van Bagdad, door Scheherazade
861-865 Het meisje dat een vampier was, door Sidi Neman
866-868 De wantrouwige vrouw en de djinn, door de schone ruiter
868-873 De fortuinlijke touwslager, door de vrijgevige sjeik Hassan
873-874 De simulerende schoolmeester, door de schoolmeester
874-876 De hebzuchtige kameeldrijver, door Baba Abdallah
876-881 Prinses Suleika, door Hassan
881-882 De koppige jongen en zijn zus, door Scheherazade
882-883 De verloren enkelband, door Scheherazade
883-886 De bok en de prinses, door Scheherazade
886-888 De schildpad en de prins, door Scheherazade
888-889 De dochter van de erwtenverkoper, door Scheherazade
889-890 Het verlossende woord, door Scheherazade
890-891 De kapitein van politie, door Scheherazade
891-892 De edelmoedigste, door Scheherazade
892-893 De ontmande barbier, door Scheherazade
893-894 Fairoez en zijn vrouw, door Scheherazade
894 De geboorte van de geest, door Scheherazade
895-904 Het toverboek, door Scheherazade
905-922 Prins Diamant, door Scheherazade
916-919 De koning van Wakak vertelt zijn historie (expliciete seks)
922-926 De grappen van Goha, door Scheherazade (expliciete seks)
926-937 De luitiste Tohja, door Scheherazade
937-954 De politiehoofdlieden van Baïbar, door Scheherazade
937-939 Het lesbische meisje en de kadi, door politiehoofdman Moin
939-940 Een huwelijk onder voorwaarden, door de tweede politiehoofdman
940-941 De slimme vissersvrouw, door politiehoofdman Ezz
941-943 De visserszoon en de sultan, door politiehoofdman Mohii
943-945 Jasmijn en de sultan, door politiehoofdman Noer
945-948 De avonturen van Dalai, door politiehoofdman Gamal
948-948 De betrapte dief, door politiehoofdman Fakhr
948-950 De zoon van de fluitist en de prinses, door politiehoofdman Nizam
950-951 Sittoekhan en de prins, door politiehoofdman Gelal
951-952 Mohamed en de dochter van de preienkweker, door politiehoofdman Helal
952 De verstoten prins, door politiehoofdman Salah
952-954 Mahamed en de maghrebien, door politiehoofdman Nassr
954-959 De rozemarijn en de Chinese maagd, door Scheherazade
959-971 De honingtaart en de rampzalige vrouw van de schoenlapper, door Scheherazade (expliciete seks)
971-972 Dakvensters van kennis en geschiedenis, door Scheherazade
972-974 De dichter Doreied, door de rijke jongeling
974-975 De dichter Find en zijn dochters, door de rijke jongeling
975-976 Prinses Fatimah en de dichter Moerakisj, door de rijke jongeling
976-977 De wraak van koning Hojjr, door de rijke jongeling
977-978 Vrouwen over hun mannen, door de rijke jongeling
978-980 Omar de halveerder, door de rijke jongeling
980-981 Salamah de blauwe, door Mohammad de Koefik
981-982 De tafelschuimer, door de rijke jongeling
982-984 De gunstelinge van het noodlot, door de rijke jongeling
984-986 Het rouwsnoer, door de rijke jongeling
986-988 Isak van Mossiel en de vergeten melodie, door Isak ben Ibrahim
988-989 De twee danseressen, door de rijke jongeling
989-991 De room met amandelolie en het juridische probleem, door de rijke jongeling
989-990 De room met amandelolie, door Jacoeb aboe Joessoef
990-991 Het juridische probleem, door Jacoeb aboe Joessoef
991-993 Het Arabische meisje bij de bron, door de rijke jongeling
993-994 Het euvel van het aanhouden, door de rijke jongeling
994-998 Het einde van Dzijafar en de Barmakisen, door Scheherazade
998-1001 Prins Jasmijn en prinses Amandel, door Scheherazade

Referentie[bewerken]

De voor deze samenvatting gebruikte vertaling en citaten is die van Richard van Leeuwen op basis van de Mahdi-tekst en houdt de volgorde van de Boelaak-tekst aan.