Hiëronymus van Stridon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Hieronymus, Federico Barocci, tweede helft 16e eeuw.
De heilige Jeronimus in zijn studeerkamer, 1475, Antonello da Messina
Hiëronymus van Albrecht Dürer (1521)
De heilige Hiëronymus van Leonardo Da Vinci

Hiëronymus van Stridon, volledige naam in het Latijn: Eusebius Sophronius Hiëronymus (Grieks: Εὐσέβιος Σωφρόνιος Ἱερώνυμος) (Stridon in Dalmatië, ca. 347 - Bethlehem, 30 september 420) is één van de vier grote kerkvaders van het Westen. Zijn feestdag is 30 september in de Rooms-katholieke Kerk, in de Orthodoxe Kerk op 15 juni. In de christelijke iconografie wordt Hiëronymus vaak afgebeeld met een leeuw.

Levensloop[bewerken]

Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn eerste opleiding te Rome. De ouders van Hiëronymus waren al christenen en zij stuurden hem naar Rome om er te studeren. Hij kreeg er les onder meer van de grammaticus Donatus, en Tyrannius Rufinus van Aquileia was zijn medeleerling. Met de klassieke auteurs raakte Hiëronymus zeer vertrouwd.

Na een verblijf te Trier ging hij te Aquileia een ascetisch leven leiden te midden van een groepje gelijkgezinden. Rond 373 wilde hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem ondernemen, maar een ernstige ziekte hield hem lange tijd in Antiochië. Daar hoorde hij voordrachten van Apollinarius van Laodicea en hij leerde er ook perfect Grieks. Daarna trok hij zich een drietal jaar (375-378) terug in de woestijn in de buurt van Antiochië, waar een monnik van joodse afkomst hem in het Hebreeuws onderrichtte. Zijn priesterwijding ontving hij in Antiochië door Paulinus, bisschop van deze stad. In Constantinopel woonde hij de voordrachten van Gregorius van Nazianze bij.

Tussen 383 en 385 verbleef Hiëronymus als secretaris en vriend van paus Damasus I te Rome. In opdracht van deze paus begon hij hier te werken aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Latijn, de zogenaamde vulgaat, omdat de tot dusver gangbare vertalingen niet meer voldeden inzake literaire vormgeving en correctheid. Na de dood van Damasus (11 december 384) begaf hij zich op reis naar de heilige plaatsen in Palestina, bezocht een maand lang Didymus de Blinde, bracht een bezoek aan de monniken van de Nitrische woestijn en vestigde zich uiteindelijk in 386 te Bethlehem, waar hij tot zijn dood als kluizenaar leefde. Hij hield zich daar 34 jaar bezig met de wetenschap en leidde bovendien een klooster.Tot de ascetische kring rondom hem behoorden ook adellijke dames als Marcella, Asella, Paula en haar dochter Eustochium. Met Paula's steun werden er drie vrouwenkloosters en een mannenklooster gesticht, verder een kloosterschool waar hij over een grote bibliotheek kon beschikken.

Persoonlijkheid[bewerken]

Hiëronymus raakte verwikkeld in verschillende conflicten: met bisschop Johannes van Jeruzalem, met zijn jeugdvriend Rufinus, met Jovinianus (393), Vigilantius (404) en Pelagius (na 415). Hij was een lastig en prikkelbaar mens, die dikwijls hard en scherp in zijn polemiek kon zijn, maar daartegenover staat dat hij eerlijk was in zijn energieke vrijmoedigheid tegen misstanden en in zijn streven naar ascetische idealen. Onder de zogenaamde kerkvaders was hij, als filoloog en veelweter, zeker de meest geleerde. Zijn wetenschappelijk werk is van grote waarde omdat hij de kennis van de Grieken en joden doorgaf aan het christelijke westen. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Augustinus was hij echter allerminst een speculatief theoloog.

Deuterocanonieke boeken[bewerken]

Een belangrijke reden waarom de deuterocanonieke boeken in de Bijbel verworpen werden door Luther, was de opinie van Hiëronymus, die ze aanvankelijk verwierp op basis van het feit dat ze niet in de joodse canon voorkomen. St. Hiëronymus wijzigde echter zijn houding na de Afrikaanse concilies en verklaarde later dat hij nooit hun goddelijke inspiratie ontkende, maar enkel de bezwaren van de joden uitdrukte tegen de christenen.[1]

Werken[bewerken]

  • Religieuze werken:
    • In 382 begon Hiëronymus te Rome nog aan een verbetering van de oud-Latijnse evangelietekst met behulp van goede Griekse handschriften, maar hij respecteerde de bestaande tekst zo goed mogelijk. In Bethlehem begon hij met een veel ingrijpender herziening van de hele tekst van het Oude Testament, waarbij hij vooral rekening hield met de Hebreeuwse grondtekst, en niet alleen met de Griekse versie van de Septuagint, die naar zijn oordeel niet geïnspireerd was. Hij vertaalde dan ook minder woordelijk en in stilistisch opzicht verzorgder dan de oudere Latijnse vertalers.
      Deze gigantische onderneming ondervond aanvankelijk véél kritiek. Onder meer Augustinus liet zich laatdunkend uit over de betekenis die Hiëronymus aan de Hebreeuwse tekst toekende. De door Hiëronymus bewerkte tekst, later de Vulgata genoemd, werd echter al spoedig algemeen aanvaard door de Kerk. Sinds de Karolingische renaissance heeft de Vulgaat de vroegere vertalingen geheel verdrongen, al werden er nog tot in de 13e eeuw sporadisch teksten gekopieerd volgens de oudere traditie.
    • Hiëronymus maakte ook Latijnse vertalingen en bewerkingen van allerlei geschriften van Griekse kerkvaders (onder meer van Origenes). Vandaar dat hij wordt gezien als de schutspatroon van de vertalers.
    • Zijn bijbelcommentaren bevatten een neerslag van de vroegere exegetische literatuur. Ze getuigen van een grote kennis, al vertonen zij vaak formele tekortkomingen als gevolg van de haast waarmee ze zijn geschreven. In zijn Quaestiones hebraicae in Genesin maakt hij duidelijk waarom hij de geïnspireerdheid van de Septuaginta niet meer aanvaardde.
    • Talrijke werken van Hiëronymus hebben een dogmatisch-polemisch karakter: vooral met Rufinus heeft hij een felle pennenstrijd gevoerd, onder meer over diens voorliefde voor de opvattingen van Origenes.
  • Historische geschriften:
    • De grootste bekendheid genieten zijn De Viris illustribus uit 392. Hierin behandelde hij in het kort de levens van 135 hoofdzakelijk christelijke schrijvers (maar ook enkele vóór-christelijke en joodse schrijvers worden behandeld). In titel en opzet volgde hij daarbij het voorbeeld van Suetonius. Het is de oudste christelijke literatuurgeschiedenis los van de kerkgeschiedenis. Zijn bedoeling was de andersdenkenden te wijzen op de vele waardevolle christelijke tegenhangers die er bestonden.
    • In zijn Chronica (Kronieken) zette Hiëronymus het werk van de Griekse schrijver Eusebius van Caesarea voort tot het jaar 378. Het is een verzameling van feitenmateriaal en als dusdanig wel belangrijk, maar op literair vlak is het van minder importantie.
    • Tot de hagiografie in geromanceerde vorm behoren zijn Vitae (Levens, nl. die van Paulus, van Malchus en van Hilarion) die, hoewel niet vrij van retorische opsmuk, zeer onderhoudend geschreven zijn.
  • Zijn krachtige, emotionele persoonlijkheid blijkt het best uit zijn ca. 120 Brieven. Deze waren voor publicatie bestemd en zijn historisch belangrijk, inhoudelijk gevarieerd en qua vormgeving voortreffelijk afgewerkt.

Externe link[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. (nl) Deutero-canonieke boeken in de Bijbel. Defensio Fidei