Hindericus Scheepstra

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hindericus Scheepstra
Hindericus Scheepstra (1859-1913), beeld door Kiki Meyer in Roden
Hindericus Scheepstra (1859-1913), beeld door Kiki Meyer in Roden
Algemene informatie
Geboren 17 maart 1859, Roden
Overleden 8 mei 1913, Groningen
Land Nederland
Handtekening Handtekening
Werk
Genre kinderboeken en pedagogische werken
Bekende werken Ot en Sien
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Hindericus (Rieks) Scheepstra (Roden, 17 maart 1859Groningen, 8 mei 1913) was een Nederlandse onderwijzer en schrijver van kinderboeken. Scheepstra schreef verhalen over "Ot en Sien".

Biografie[bewerken]

Hindericus, of zoals zijn roepnaam luidde, Rieks, werd geboren in Roden, Drenthe, als zoon van de winkelier Hindrik Scheepstra en Janna Roeters. Hij was de jongste in het gezin dat verder nog bestond uit zes jongens en twee meisjes. Scheepstra mocht als jongste na afloop van de lagere school doorstuderen. De vijf andere jongens volgden de familietraditie op. Zij gingen in de handel. Hij doorliep de Rijkskweekschool voor onderwijzers in Groningen. Om toegelaten te worden moest hij nog een aantal lessen volgen. Die volgde hij in het naburige dorp Peize waar hij te voet, vanuit Roden, heen ging. Hij ontwikkelde op zijn voettochten liefde voor de natuur. Na enkele jaren als onderwijzer werkzaam te zijn geweest werd hij hoofd van een school in Dokkum. Scheepstra trouwde met Wilhelmina Klazina Houwen. Vervolgens werd hij hoofd op een school in Arnhem. In 1894 kwam hij weer terug op de Rijkskweekschool in Groningen, nu als leraar in Nederlandse taal en pedagogiek. Hij werd tevens directeur van de Rijksnormaallessen. In 1913 overleed Scheepstra op 54-jarige leeftijd plotseling in de stad Groningen.

Bibliografie[bewerken]

Scheepstra schreef in 1891 samen met de onderwijzer Wiebe Kornelis Walstra (1852-1917) Aanschouwingsonderwijs in de lagere school, een handleiding bij illustraties van dieren en gebruiksvoorwerpen. Op de latere heruitgave van deze handleiding was als auteur vermeld: Ligthart, de naam van de oorspronkelijke schrijver Walstra, kwam niet meer voor. In 1893 publiceerde hij Natuurkennis voor de volksschool en Schoolwandelingen, en in 1895 Ambachten en bedrijven. Ook was hij lange tijd redacteur van het periodiek Schoolwereld. Dit tijdschrift verscheen plotseling in het voorjaar van 1898 niet meer. Enige maanden later verscheen er een ander tijdschrift. Dit had de titel gekregen 'School en Leven' met als ondertiteling: Weekblad voor opvoeding en onderwijs in school en huisgezin. Als redacteur hiervan was aangesteld: Jan Ligthart.

Scheepstra en Ligthart[bewerken]

De Haagse schoolmeester en pedagoog Jan Ligthart schreef artikelen voor Schoolwereld, waarvan Scheepstra de redactie voerde. Zo leerde Scheepstra Ligthart kennen als een "scribent met opmerkelijk frisse ideeën"[1]. De directeur van uitgeverij J.B. Wolters, E.B. ter Horst Jr., vroeg Scheepstra een serie bloemlezingen te maken voor de leeslessen op de lagere school en verzocht hem zich bij het schrijven te laten bijstaan door Ligthart. Scheepstra stuurde Ligthart een brief waarin hij hem voorstelde aan dit project te gaan samenwerken. Ligthart ging hier op in en spoorde op een zondag naar Groningen. Sedert die dag waren zij vrienden[1]. De eerste reeks boekjes die uit deze samenwerking ontstond heette De Wereld in! en verscheen tussen 1889 en 1902, deels geschreven door Ligthart, deels door Scheepstra en geïllustreerd door de Haagse onderwijzer W.K. de Bruin. Een nieuwe serie, Dicht bij huis geheten (1902/1903) werd geheel door Scheepstra geschreven en geïllustreerd door Cornelis Jetses, hetgeen belangrijk bijdroeg aan het grote succes van deze reeks. Het was Scheepstra die Ligthart ervan overtuigde dat Jetses beter was dan de Bruin. Hierop volgde de reeks "Nog bij Moeder" (1904). Hierin beschrijft Scheepstra op romantische wijze het dagelijkse huiselijke gezinsleven van "Pim en Mien" respectievelijk "Ot en Sien" op het Drentse platteland dat hij uit zijn kinderjaren zo goed kende. Ook de boekjes bij het bekende leesplankje "aap-noot-mies", met opnieuw de illustraties van Jetses, zijn van zijn hand.

Al deze boekjes dragen dus Ligtharts naam als eerste auteur maar werden - behalve de eerste helft van de eerste reeks - feitelijk geschreven door Scheepstra. Ligthart gaf daarbij raad, keurde ook weleens iets af maar was meestal erg enthousiast. Ook de vrouw van Scheepstra kwam met ideeën. Het auteurschap van Scheepstra heeft Ligthart zelf ook altijd erkend maar is bij het grote publiek pas veel later bekend geworden, vooral door de boeken van Jan A. Niemeijer, als eerste De Wereld van Cornelis Jetses uit 1976. Toen in 1930 Ligthart in Den Haag geëerd werd met een gedenksteen in de vorm van twee beeldjes van Ot en Sien heeft de weduwe van Ligthart, Marie Cachet, er op aangedrongen dat Scheepstra's naam aan de tekst op de steen zou worden toegevoegd. Aan de tekst "Ter herinnering aan Jan Ligthart" werd toen toegevoegd de tekst "en H.Scheepstra". In Scheepstra's geboortedorp Roden staat een beeldje van Ot en Sien op de Brink.

In Roden staat ook een standbeeld van Hendericus Scheepstra. Het staat op de Brink naast het pand waar Tjerk, Henderik en Jan Scheepstra respectievelijk de broer, neef en achterneef van Hendericus Scheepstra een kruidenierswinkel/supermarkt annexe café exploiteerden. Het beeld van Hendericus Scheepsta is vervaardigd door Kiki Meyer, een kleindochter van Jan Scheepstra, en werd gefinancierd door de gemeente Noordenveld en de eigenaren van Super de Boer.

Literatuur[bewerken]

  • Niemeijer, Jan A. (1976) De Wereld van Cornelis Jetses. De Vuurbaak, Groningen
  • Niemeijer, Jan A. (1997) Kijk, Ot en Sien, een klassieker in de Nederlandse jeugdliteratuur. Baarn, Callenbach, eerder, in 1991, uitgegeven door FPB uitgevers te Drachten

Externe link[bewerken]