Historieschilderij (Rembrandt)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Historieschilderij
Rembrandt Historical Painting 1626.jpg
Museum Stedelijk Museum De Lakenhal
Locatie Leiden
Kunstenaar Rembrandt van Rijn
Jaar 1626
Type Olieverf op paneel
Afmetingen 89,8 × 121 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Historieschilderij is de voorlopige titel van een vroeg werk van de Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn. Het is in het bezit van het Instituut Collectie Nederland en is in blijvend bruikleen gegeven aan het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden.

Antonio Tempesta. Cerialis schenkt overgelopen soldaten genade. 1612. Ets. Amsterdam, Rijksprentenkabinet.
Pieter Lastman. Coriolanus en de Romeinse afgezanten, detail. 1625. Dublin, Trinity College.

Voorstelling[bewerken]

Het is niet precies duidelijk welke voorstelling Rembrandt hier precies afbeeldde. Lange tijd werd, in navolging van Rembrandt-kenner Bauch, aangenomen dat het Consul Cerialis en de Germaanse legioenen voorstelt. Volgens dit verhaal schonk de Romeinse consul voor de poorten van Trier vergiffenis aan de legioenen die zich bij de Germaanse opstandelingen hadden aangesloten. Dit is gebaseerd op overeenkomsten van het schilderij met een prent met dat onderwerp, die Antonio Tempesta kort daarvoor maakte en die Rembrandt mogelijk gezien heeft. Omdat op het werk drie personen voor een hooggeplaatst persoon een eed zweren, gaan huidige kunsthistorici er echter van uit dat het hier gaat om de gelofte door de drie Horatiërs voor de Romeinse koning Tullus Hostilius (zie Horatii en Curiatii).

Ontstaan[bewerken]

Het werk is gesigneerd en gedateerd 'R[embrandt]H[armensz.] 16[2]6'. Rembrandt schilderde het dus tijdens of vlak na zijn verblijf in het atelier van de Amsterdamse schilder Pieter Lastman. Daar moet hij diens schilderij Coriolanus en de Romeinse afgezanten, dat hij een jaar eerder voltooide, gezien hebben. Rembrandt was hier kennelijk zo van onder de indruk, dat hij het gebruikte als uitgangspunt voor zijn Historieschilderij.

Herkomst[bewerken]

Het werk werd in 1925 aangekocht door de kunstverzamelaar J.J.M. Chabot. Deze liet het op 1 september 1942 veilen aan een zekere B. Mensing in Amsterdam, die het nog dezelfde dag doorsluisde naar E. Göpel in Den Haag. Waarschijnlijk via Göpel kwam het terecht in het Führermuseum, het museum dat Adolf Hitler op persoonlijk bevel in de Oostenrijkse stad Linz opgericht had. Na de oorlog keerde het schilderij terug naar Nederland en werd eigendom van de staat. Het is sindsdien ondergebracht in het Instituut Collectie Nederland.