Hoed (mycologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De hoed is de technische naam voor de "kap" van een schimmelvruchtlichaam. Het is een typerend kenmerk van de plaatjeszwammen, boleten, en enkele polyporales, Hericium-soorten en ascokarpen.

Andere sporocarptypen hebben een minder duidelijk onderscheid tussen de hoed en de rest van het vruchtlichaam. Sporocarps met een hoed hebben als kenmerk een soort van hymenofoor, zoals lamellen, buisjes of stekeltjes, op de onderkant van de hoed.

Enkele, zoals de grote parasolzwam, hebben kenmerkende samentrekkingen of knobbels en worden omschreven als knobbeligen. Veel schimmels zoals de hanenkam hebben een trechtervormig voorkomen de hoed wordt dan ook infundibuliform genoemd.

Determineren[bewerken]

Vorm[bewerken]

Breedte van de hoed.
Hoogte van de hoed.

De hoed kan verschillende vormen hebben waarbij de hemispherische en de convexe vorm het meeste voorkomt, meestal wordt de hoed plat bij het rijper worden. De vorm komt veel voor bij bekende paddenstoelen zoals de champignon, verschillende Amanietsoorten en boleten. Enige kenmerken:

  • Breedte
  • Hoogte
  • Campanulate cap icon.svg=klokvormig (campanulate)
  • Conical cap icon.svg=kegelvormig (conisch)
  • Convex cap icon.svg=bol (convex)
  • Depressed cap icon.svg=ingezonken (depressed)
  • Flat cap icon.svg=vlak (flat)
  • Infundibuliform cap icon.svg=trechtervormig (infundibuliform)
  • Offset cap icon.png=steel excentrisch (offset)
  • Ovate cap icon.svg=eivormig (ovate)
  • Umbillicate cap icon.svg=umbillicate
  • Umbonate cap icon.svg=umbo (umbonate)
  • No cap icon.svg=geen
  • NA cap icon.svg=niet van toepassing

Rand[bewerken]

De rand kan sterk ingerold, neergebogen, iets ingerold, recht, opgewipt, te kort, normaal, overhangend, gekarteld, gaaf, gegolfd, ingescheurd, doorschijnend gestreept of radiair gevoord zijn.

Kleur[bewerken]

Is de hoed hygrofaan (in vochtige toestand donkerder gekleurd dan in droge toestand),

Oppervlakte[bewerken]

Velum[bewerken]

Is een velum (ring) aanwezig op de hoed, als vezels, schub, fijngeschubd, plakjes, poeder.