Hoedenindustrie (Eindhoven)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een van de merkwaardigste industrietakken die in Eindhoven bestond was de hoedenindustrie.

Reeds ongeveer vanaf het jaar 1500 werden vilten hoeden vervaardigd en in het begin van de 19e eeuw was dit, na de textielindustrie, de belangrijkste nijverheid van Eindhoven.

De vilten hoed raakte echter omstreeks 1810 uit de mode, zodat er een inzinking in deze bedrijfstak kwam. In 1816 telde men 20 fabrieken met in totaal 175 werknemers. In 1814 werden te Eindhoven 22.000 hoeden vervaardigd, op 31.000 hoeden voor geheel Noord-Brabant. Er ontstond concurrentie vanuit Frankrijk en België, terwijl men verder klaagde over het gebruik van petten door de "lagere" klasse. Omstreeks 1830 werd daarom begonnen met en nieuw product: de zijden hoed, die weldra een icoon van de deftige burger zou worden. Rond deze tijd bestonden er ongeveer tien hoedenfabrieken in Eindhoven. In 1859 werden er 15.000 vilten en zijden hoeden uitgevoerd naar België. Hierna begon de neergang. In 1888 waren er nog 3 fabrieken met in totaal 42 werklieden.

Spoorenberg[bewerken]

Het enige bedrijf dat ook na de Tweede Wereldoorlog nog geruime tijd aanwezig was kwam voort uit de hoedenfabriek Spoorenberg van de Loo. Deze is opgericht door Cornelis Hubertus Spoorenberg (1802-1872), die de zoon was van Cornelis Spoorenberg en Maria Mechtilda Pijpers. Het was gewoonte om aan de naam van een hoedenfabriek die van de vrouw toe te voegen. Cornelis Hubertus' vader is burgemeester van Eindhoven geweest, en zijn moeder dochter van een hoedenfabrikante. Maria Mechtilda had als Weduwe C. Spoorenberg ook een hoedenfabriek, en wel op de Demer, die In de Lederen Broek heette. Dit kwam, omdat het een voormalige leerlooierij betrof. Zelf trouwde Cornelis Hubertus in 1834 met Maria Catharina van de Loo. Dit jaar staat voor de officiële stichting van de fabriek, die aan de Markt te Eindhoven gevestigd was en vilte en zijde hoeden fabriceerde. In 1837 nam Spoorenberg de gebouwen van hoedenfabriek Francis J. Zweegers aan het Stratumseind over, wat later een reden was om de stichtingsdatum terug te schroeven tot 1771, maar dit is nooit bewezen.

Nadat de weduwe Spoorenberg was overleden, zetten haar beide dochters het bedrijf voort en in 1858 werd het door de oudste dochter aan haar jongste broer, Cornelis Hubertus voornoemd, verkocht, maar zelf bleef ze er werken tot ze stierf in 1863. Beide bedrijven werden als zelfstandige eenheden voortgezet.

Toen Cornelis Hubertus in 1872 stierf, kwam het bedrijf op de Demer in handen van zijn zoon Cornelis Adrianus Hubertus Spoorenberg en de fabriek en winkel aan het Stratumseind in handen van zijn dochters Maria Augustina en Maria Josepha. Zij verkochten de fabriek aan hun broer, Johannes Hubertus Spoorenberg, en zelf dreven ze de winkel. De fabriek aan het Stratumseind stond ook wel bekend onder de merknaam: Millwater Hatfactory. Het bedrijf groeide uit tot de belangrijkste hoedenfabriek van Eindhoven. Het had 19 personeelsleden in 1869. Dit aantal zou geleidelijk dalen tot vijf in 1948. In 1949 werd opgericht de N.V. Jan Spoorenberg Zijdenhoedenfabriek. Deze vervaardigde op 11 december 1950 de 10.000e hoed. De productie bedroeg kort daaarna 200 hoeden per week, welke voor meer dan de helft werden geëxporteerd naar Zweden, Canada en Duitsland. Toen bestonden er in Nederland nog twee zijdenhoedenfabrieken: Spoorenberg in Eindhoven en Bogers in Rotterdam.

Het bedrijf Spoorenberg stopte de productie in 1973. Ook de Rotterdamse fabriek bestaat niet meer.

Trivia[bewerken]

Spoorenberg maakte de zijden steken voor de ministers van het kabinet en voor de koetsier op de Gouden Koets.

John F. Kennedy droeg tijdens zijn beëdiging in 1961 een hoed van Spoorenberg, welke gemaakt is in de hoedenfabriek aan de Van Kinsbergenstraat, Eindhoven.

Vanaf mei 1970 voerde Hoedenfabriek Jan Spoorenberg N.V. het predicaat van Hofleverancier.

Externe links[bewerken]