Hoge heerlijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Hoge Heerlijkheid)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een hoge heerlijkheid was vanaf de Middeleeuwen tot laat in de achttiende eeuw een zelfstandig gebied met eigen wetten en rechtspraak. De landsheer bezat ook het recht om lijfstraffen uit te delen en zelfs het halsrecht, het recht om misdadigers tot de galg te veroordelen en te laten executeren. Aan een hoge heerlijkheid waren daarnaast ook nog de rechten verbonden met betrekking tot jacht en visserij, het molenrecht en de benoeming van dragers van openbare ambten. Een belangrijke bron van inkomsten was het tiendrecht.


In de Nederlanden bevonden zich voor de vestiging van de Nederlandse eenheidsstaat talloze gebieden waar een heer de macht uitoefende. In de heerlijke baljuwschappen werden de baljuws (politiecommissarissen) direct door de lokale heer aangesteld. In de Franse tijd werden de heerlijke rechten vanaf 1795 afgeschaft en werden de heerlijkheden (en daarmee het feodalisme) opgeheven. De rechtspraak werd voor het gehele land gelijkgetrokken en was na 1804 gebaseerd op de Code Napoléon.

Zie ook[bewerken]