Homeostase (fysiologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Homeostase is het proces waarbij organismen het interne milieu van chemische en fysische processen in evenwicht houden, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt. Door homeostase kan een organisme de functie van elk individueel orgaan aanpassen, waardoor aan de integrale behoefte van het lichaam wordt voldaan. Als het organisme faalt in het onderhouden van homeostase kan het organisme sterven.

Het principe werd het eerst beschreven door Claude Bernard als milieu intérieur, terwijl Walter Bradford Cannon de term homeostase in 1932 bedacht in The Wisdom of the Body.

Werking[bewerken]

Dit gebeurt door communicatie tussen de weefsels en organen via het zenuwstelsel of door chemische stimulatie. De hypothalamus in het zenuwstelsel registreert dat de homeostase uit balans is, daarna gebeurt de chemische stimulatie. De chemische stimulatie gebeurt via transmitters. Transmitters die via het bloed worden vervoerd heten hormonen en transmitters die verschillende delen van het zenuwstelsel met boodschappen verzorgen, worden neurotransmitters genoemd. Op deze manier worden onder ander de zuurgraad, het zuurstofgehalte, de bloeddruk, de suikerspiegel, de temperatuur en de osmoseregulatie (hoeveelheid opgeloste stoffen) gereguleerd.

Zie ook[bewerken]