Homo diluvii testis et theoskopos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Homo diluvii testis, tekening van Johann Jakob Scheuchzer.

Homo diluvii testis et theoscopos betekent letterlijk: de mens, getuige van de zondvloed en die God heeft gezien. Het is één van de beroemdste fossielen van het Teylers Museum te Haarlem.

Het is een fossiel van een reusachtige salamander en werd in 1725 gevonden in een steengroeve bij het Duitse Öhningen door Johann Jakob Scheuchzer, arts en natuuronderzoeker. Hij meende er een menselijk geraamte in te herkennen. Hij was ervan overtuigd dat fossielen overblijfselen van planten en dieren zijn die de zondvloed niet hadden overleefd en meende daarom dat er ook menselijke fossielen te vinden zouden moeten zijn. Deze waren echter nog nooit gevonden. Hij was verheugd toen hij de menselijke resten dacht te zien in het in Duitsland gevonden fossiel. Hij publiceerde 4032 jaar na de zondvloed (in 1726) een afbeelding en beschrijving van deze 'mens'.

De schedel van het fossiel lijkt echter maar oppervlakkig op die van een mens. In zijn tijd waren er ook al geleerden die het niet met Scheuchzer eens waren. Gessner dacht in 1758 dat het een vis was die op een meerval leek. Petrus Camper was in 1787 van mening dat het een hagedis was.

De Franse anatoom Georges Cuvier dacht dat het om een grote salamander ging. in 1811 kreeg hij toestemming om het fossiel in Teylers Museum verder uit te beitelen. Hij voorspelde de plaats waar de voorpoten van de salamander tevoorschijn zouden moeten komen. Zijn voorspelling bleek inderdaad uit te komen.

De in China en Japan voorkomende reuzensalamander lijkt op dit fossiel.

Andrias.jpg