Hoofdorgel van de Berliner Dom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Hoofdorgel Berliner Dom)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Orgel
Close-up

Het Hoofdorgel van de Berliner Dom in Berlijn, is een van de twee orgels in de Berliner Dom. Het is een zeer groot orgel, en tevens het grootste orgel gebouwd door Wilhelm Sauer uit Frankfurt (Oder).

In de Neue Domkirche van Berlijn, gebouwd tussen 1894 en 1905, bouwde Sauer het grootste orgel uit de geschiedenis van het bedrijf. Na de oplevering was het met 113 stemmen het grootste instrument in Duitsland. Het orgel is tegelijk met het kerkgebouw ingewijd op 27 februari 1905. De frontpijpen werden in 1917 gevorderd voor de oorlogsindustrie, en pas in 1928 vervangen door nieuwe exemplaren. Onder invloed van organist Fritz Heitmann en de Orgelbewegung volgden enkele wijzigingen in 1932.

Plannen voor een volledige verbouwing werden door de Tweede Wereldoorlog doorkruist. In 1945 raakte de koepel van de kerk zwaar beschadigd bij bombardementen. Het orgel stond tot 1953 in de buitenlucht. Plannen van Heitmann voor een nieuw orgel in de oude kas werden niet uitgevoerd. In 1975 begon de restauratie van de kerk, en inmiddels was besloten het orgel te handhaven. In 1985 kreeg de firma VEB Orgelbau Sauer de opdracht het orgel te restaureren. In 1991 werd besloten het te reconstrueren naar de oorspronkelijke staat. Het werk werd in 1993 voltooid.

Het orgel is weer geheel in de originele toestand hersteld, met uitzondering van twee superoctaafkoppels (op Manuaal I uit 1993 en op Manuaal II uit de jaren twintig) en de tremulanten uit 1932. Het aantal pijpen van het orgel bedraagt 6954.


De dispositie luidt:

I Hauptwerk C–a3
Prinzipal 16′
Majorbaß 16′
Prinzipal 8′′
Doppelflöte 8
Prinzipal amabile 8′
Flute harmonique 8′
Viola di Gamba 8′
Bordun 8′
Gemshorn 8′
Quintatön 8′
Harmonika 8′
Gedacktquinte 51/3
Oktave 4′
Flute octaviante 4′
Fugara 4′
Rohrflöte 4′
Oktave 2′
Rauschquinte II
Gosscymbel III
Scharff III–V
Kornett III–IV
Bombarde 16′
Trompete 8′
Clairon 4′
II Brustwerk C–a3
Prinzipal 16′
Quintatön 16′
Prinzipal 8′
Doppelflöte 8′
Geigenprinzipal 8′
Spitzflöte 8′
Salicional 8′
Soloflöte 8′
Dulciana 8′
Rohrflöte 8′
Oktave 4′
Spitzflöte 4′′
Salicional 4
Flauto Dolce 4′
Quinte 22/3
Piccolo 2′
Mixtur IV
Cymbel III
Kornett III
Tuba 8′
Klarinette 8′
III Schwellwerk C–a3
Salicional 16′
Bordun 16′
Prinzipal 8′
Hohlflöte 8′
Gemshorn 8′
Schalmei 8′
Konzertflöte 8′
Dolce 8′
Gedeckt 8′
Unda maris 8′
Oktave 4′
Gemshorn 4′
Quintatön 4′
Traversflöte 4′
Nasard 22/3
Waldflöte 2′
Terz 23/5
Mixtur III
Trompete 8′
Cor anglais 8′
Glockenspiel

Rückpositiv


Flötenprinzipal 8′
Flöte 8′
Gedackt 8′
Dulciana 8′
Zartflöte 4′
IV Schwellwerk C–a3
Lieblich Gedackt 16′
Prinzipal 8′
Traversflöte 8′
Spitzflöte 8′
Lieblich Gedackt 8′
Quintatön 8′
Aeoline 8′
Voix céleste 8′
Prestant 4′
Fernflöte 4′
Violine 4′
Gemshornquinte 22/3
Flautino 2′
Harmonia aetheria III
Trompete 8′
Oboe 8′
Vox Humana 8′
Tremolo zu Vox humana
Pedal C–f1
Prinzipal 32′
Untersatz 32′
Prinzipal 16′
Offenbaß 16′
Violon 16′
Subbaß 16′
Gemshorn 16′
Liebliche Gedackt 16′
Quintbaß 102/3
Prinzipal 8′
Flötenbaß 8′
Violoncello 8′
Gedackt 8′
Dulciana 8′
Quinte 51/3
Oktave 4′
Terz 31/5
Quinte 22/3
Septime 22/7
Oktave 2′
Mixtur III
Kontraposaune 32′
Posaune 16′
Fagott 16′
Trompete 8′
Clairon 4′

Koppelingen: Manuaal I - Manuaal II, Manuaal I - Manuaal III, Manuaal I - Manuaal IV, Manuaal II - Manuaal III, Manuaal II - Manuaal IV, Manuaal III - Manuaal IV, Pedaal - Manuaal I, Pedaal - Manuaal II, Pedaal - Manuaal III, Pedaal - Manuaal IV, Superoctaafkoppel Manuaal I, Superoctaafkoppel Manuaal II, Tuttikoppel.

Speelhulpen: 3 vrije combinaties voor Manuaal I, II, III en Pedaal, 1 vrije combinaties voor Manuaal IV en Rückpositiv, 2 vaste combinaties (forte en tutti), Tongwerken af, Pedaal piano, Pedaal mezzoforte, Registerzweller.

Literatuur[bewerken]

  • 500 Jahre Orgeln in Berliner Evangelischen Kirche / Berthold Schwarz, Uwe Pape. - Berlin : Pape Verlag, 1991.
  • Der Kirchenmusiker 5/1993.
  • Ars Organi 4/1993.
  • Het Sauer-orgel in de Dom te Berlijn / Paul Peeters, Cor van Wageningen. - In: Het Orgel, jrg. 91 nr. 9, september 1995.
  • Het Sauer-orgel in de Dom te Berlijn : of De klank van grote Sauer-orgels rond 1900 / Hans Fidom. - In: De Orgelvriend, jrg. 39 nr. 10, oktober 1997.
  • Het Sauer-orgel in de Dom te Berlijn / Hans Fidom. - In: De Orgelvriend, jrg. 39 nr. 11, november 1997.
  • Die große Orgel im Dom zu Berlin / Stefan Fricke [red.]. - 2. veränderte

Auflage. - München ; Berlin : Deutscher Kunstverlag, 1997. - (Grosse Baudenkmäler ; Heft 487).

  • Orgelführer Deutschland / Karl-Heinz Göttert, Eckhard Isenberg. - Kassel [et al...] : Bärenreiter, 1998.
  • Orgeln in Berlin / Uwe Pape. - Berlin : Pape Verlag, 2003.
  • Der Himmel auf Erden : Orgeln in Brandenburg und Berlin : Magazin zum Orgelfestival / Dietmar Hiller [red.]. - Potsdam : Kulturfeste im Land Brandenburg, 2005.

Externe links[bewerken]