Hoorn (anatomie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een hoorn is een onvertakt, hard, onbeweeglijk en puntig uitsteeksel aan of nabij de kop van een dier. Een vertakt uitsteeksel hiervan wordt gewei genoemd. Hoorns in deze zin zijn het meest bekend bij zoogdieren en insecten, maar komen ook voor bij reptielen zoals kameleons en bij vissen.

Materiaal[bewerken]

De hoorn van een dier bestaat uit hard bindweefsel. Dit kan bestaan uit diverse materialen die te verdelen zijn in drie belangrijke groepen:

Zoogdieren[bewerken]

Opbouw[bewerken]

De hoorn van de neushoorn bestaat bijna geheel uit keratine; zie het betreffende artikel voor de unieke opbouw van diens hoorn. Ook bijzonder is het gewei van hertachtigen dat tijdens de jaarlijkse hergroei bedekt is met huid. Andere zoogdieren hebben hoorns met een kern van botweefsel en een buitenkant van hoornmateriaal; zij worden daarom holhoornigen genoemd. De hoorn als muziekinstrument werd vroeger van hun hoorns gemaakt.

Functie[bewerken]

Hoorns zijn meestal bedoeld ter verdediging en ook wel als pronkmiddel, met name tijdens de balts, als er om een vrouwtje geconcurreerd moet worden.

Bij veel hertachtigen voorkomen de geweien een daadwerkelijk gevecht doordat de rivalen aan de hoofdtooi elkaars conditie kunnen aflezen. Er zijn maar weinig zoogdieren waarbij de vrouwelijke exemplaren hoorns hebben en bij de uitzonderingen zijn die van de man minstens even groot, maar meestal groter.

Insecten[bewerken]

mannelijk vliegend hert

Bij insecten, met name kevers zoals de vliegende herten zijn mandibels uitgegroeid tot geweiachtige aanhangsels die kunnen dienen om elkaar letterlijk om te duwen; een kever die op zijn rug ligt is weerloos.

Overeenkomsten met andere lichaamsdelen[bewerken]

Hoorns dienen niet te worden verward met slagtanden.

Hoorndragers in de cultuur[bewerken]

De hoorn heeft uiteenlopende connotaties. De hoorn van de duivel en daarvan afgeleid die van de bedrogen echtgenoot die 'met hoorntjes loopt' zijn vooral lelijk of lachwekkend, al zit er ook een element van gevaar in. De gedachte aan gevaar is iets wat bijna alle hoorns oproepen en veel hoorns dienen ook daadwerkelijk als wapens. Dit roept ontzag en daarmee bewondering op, en gedachten aan gezondheid, macht en viriliteit. Om die redenen werden eenhoorn, neushoorn, narwal en hertachtigen bejaagd en doen verzinsels de ronde over de geneeskrachtige werking van hun hoorns.


Zie ook[bewerken]