Naar inhoud springen

Horace van Gybland Oosterhoff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Horace van Gybland Oosterhoff
Horace van Gybland Oosterhoff
Algemeen
Volledige naam Horace Hugo Alexander van Gybland Oosterhoff
Geboortedatum 26 mei 1887
Geboorteplaats Batavia, Nederlands-Indië
Overlijdensdatum 21 januari 1937[1]
Overlijdensplaats Geulle, Limburg, Nederland
Partij Verbond voor Nationaal Herstel
Religie Nederlandse Hervormde Kerk
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Horace Hugo Alexander van Gybland Oosterhoff (Batavia, 26 mei 1887Geulle, 21 januari 1937) was een Nederlands Indoloog en politicus van het Verbond voor Nationaal Herstel (VNH). Hij was de secretaris van deze partij van de oprichting in 1933 tot zijn dood in 1937.[2]

Horace van Gybland Oosterhoff werd geboren in Batavia, hoofdstad van Nederlands-Indië, op 26 mei 1887, als zoon van Wybe Jacobus Oosterhoff (1842-1923) en Diana Suzanne Johanna Frederique Neys (1854-1946). Zijn vader, van beroep arts bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, stamde uit een geslacht van verveners uit Weststellingwerf die zich in de 19e eeuw hadden opgewerkt tot de Friese hogere middenklasse. De dubbele achternaam droeg zijn zoon bij geboorte nog niet, maar werd in 1911 toegevoegd op aanwijzen van de vader. De herkomst van de naam Van Gybland is onbekend.[3]

Oosterhoff doorliep het gymnasium in Haarlem, waarna hij in 1909 afstudeerde in de rechten aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden. Hiernaast volgde hij doctoraalexamen staatswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Reeds in zijn studententijd was Oosterhoff politiek betrokken op de uiterste rechterflank en volgde hij colleges bij de hegeliaanse en proto-fascistische Leidse filosoof en hoogleraar Gerard Bolland.

De BPM en de Indologische faculteit

[bewerken | brontekst bewerken]

Na zijn studie promoveerde Oosterhoff in de rechts- en staatswetenschap, gevolgd door enkele betrekkingen als ambtenaar, waarna hij in 1916 bij de Bataafse Petroleum Maatschappij kwam te werken. Binnen twee jaar was Gybland Oosterhoff daar opgeklommen tot chef algemene zaken en vervulde hij de rol van privésecretaris voor directeur Hendrikus Colijn, een functie die hij deelde met Carel Gerretson. Gybland Oosterhoff en Gerretson deelden daarnaast ook in grote mate dezelfde autoritaire, nationaal-conservatieve politieke overtuigingen.[4] Samen met Colijn verzamelden zij in de novemberdagen van 1918 een groep rechts-conservatieve, protestantse jongemannen die bij de regering aandrongen op een krachtig optreden tegen de opstekende revolutie van SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra en die bereid waren zo nodig zelf de wapens ter hand te nemen om de socialistische revolutie de kop in te drukken.[5][6]

Tussen 1920 en 1924 werkte Gybland Oosterhoff voor de BPM in Mexico als directeur van de daar gevestigde dochteronderneming La Corona. Na zijn terugkeer naar Nederland gold hij als drijvende kracht achter de oprichting van de Indologische faculteit aan de Universiteit Utrecht. De faculteit zou financieel ondersteund worden door het eveneens vers in het leven geroepen Indologisch fonds. Gybland Oosterhoff werd secretaris van beide. De faculteit had een duidelijke politieke dimensie: de versterking van de gedachte van de rijkseenheid, de band tussen Nederland en Nederlands-Indië. In dezelfde periode toonde Gybland Oosterhoff, deels in navolging van Gerretson met wie hij nauw contact onderhield, ook interesse in het Grootneerlandisme, Zuid-Afrika en het Afrikanervolk en het Italiaans fascisme. Zijn bijdragen werden gepubliceerd in 'De Nederlander', het dagblad van de CHU waarvan hij lid was en tot de rechterflank behoorde en 'De Rijkseenheid', een nationaal-conservatieve periodiek die hij zelf oprichtte en waarvan hij hoofdredacteur was. Door deze activiteiten gold Van Gybland Oosterhoff eind jaren '20 als spil in het rechts-conservatieve milieu van Nederland.[7]

Het Verbond voor Nationaal Herstel

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 1931 poogde Van Gybland Oosterhoff om een verenigende organisatie tot stand te brengen in het versnipperde landschap van nationalistisch en rechts-conservatief georiënteerd Nederland. Aanvankelijke plannen voor een studiegenootschap liepen op niets uit, waarna hij zijn doel wijzigde in de oprichting van een politieke partij. Deze partij werd uiteindelijk het Verbond voor Nationaal Herstel, waarvan Van Gybland Oosterhoff de secretaris en vicevoorzitter werd. Als voorman en politiek leider trad generaal buiten dienst Cornelis Jacobus Snijders op, die tijdens de Eerste Wereldoorlog Opperbevelhebber van de Nederlandse Land- en Zeemacht was geweest. Dankzij de gezaghebbende Snijders en de verkiezingscampagne die volledig werd gedomineerd door de nasleep van de muiterij op De Zeven Provinciën, wist het VNH bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1933 een zetel te behalen. Deze werd niet ingenomen door Snijders, die zichzelf te oud achtte, maar door de nummer twee op de kieslijst William Westerman. In de jaren na 1933 kreeg het VNH te kampen met de opkomst van de NSB, die deels in dezelfde rechtse vijver viste als het VNH, maar met zijn agressievere en effectievere stijl en partijorganisatie het redelijk deftige Verbond al snel overschaduwde. Ondanks een goede uitslag bij de Gemeenteraadsverkiezingen van 1935 verloor het VNH snel aan betekenis.[8] Het was dan ook een bijzonder zware klap voor de partij toen Horace van Gybland Oosterhoff op 21 januari 1937 onverwachts overleed op Kasteel Geulle tijdens een bezoek aan zijn goede vriend jhr. A.M.H.E. van Aefferden.[9] Zonder sturende kracht wist de partij het tij niet meer te keren. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 verloor het zijn enige zetel, waarna het in 1938 werd omgevormd tot studiegenootschap. Het studiegenootschap zou voortbestaan tot 1941, toen het door de Duitse bezetter werd verboden.

[bewerken | brontekst bewerken]