Horizonklasse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
(fr) Classe Horizon
(it) Classe Orizzonte
Horizon frigate.jpg
Overzicht
Type Fregat
Eenheden 4
Geschiedenis
Besteld oktober 2000
Werf DCN
Fincantieri
In dienst gesteld december 2007–juni 2009
Status alle 4 in dienst
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 6635 t
Lengte 153 m
Breedte 20,3 m
Diepgang 5,1 m
Bemanning 194 man
Techniek en uitrusting
Aandrijving CODOG: 2x diesel + 2x gasturbine
Machinevermogen 2x 5875 pk + 2x 31 280 pk
Snelheid 29 kn
Bewapening PAAMS-luchtafweersysteem
Exocet/Otomat-antischipraketten
2 76 mm-kanonnen
2 torpedobuizen
Vliegtuigen en helikopters 1 NH90 of AW101-helikopter
Portaal  Portaalicoon   Marine

De Horizonklasse is een klasse fregatten met luchtverdedigingssysteem die tussen 1992 en 2009 gezamenlijk door Frankrijk en Italië werd ontwikkeld. Oorspronkelijk nam ook het Verenigd Koninkrijk deel aan het project, maar dit land trok zich in 1999 terug omdat het andere vereisten had, en ontwikkelde zelf de Daringklasse-torpedobootjager. Beide klassen zijn gebouwd rond het PAAMS-luchtverdedigingssysteem, dat eveneens in deze drie landen werd ontwikkeld.

Bewapening[bewerken]

De Horizonklasse-fregatten zijn voorzien van een Sylver-VLS met 48 cellen voor Aster 15- en Aster 30-luchtdoelraketten. Dit het het wapen van het PAAMS-systeem, dat verder de EMPAR meerfunctie-fasegestuurde antenne-radar en een controlesysteem omvat. De Franse schepen zijn voorts uitgerust met Exocet-antischipraketten. De Italiaanse hebben hier Otomat Teseo-raketten in de plaats. Alle fregatten hebben wel 76 mm-kanonnen; de Franse twee en de Italiaanse drie. De Franse hebben nog twee stuks GIAT F2 20 mm-geschut, de Italiaanse twee stuks Oerlikon KBA 25 mm-geschut. De Franse schepen zijn ook uitgerust met zes Mistral-korte-afstandsluchtdoelraketten ter zelfverdediging.

De fregatten zijn voorzien van twee torpedobuizen voor de 323,7 mm Frans-Italiaanse MU90-torpedo tegen onderzeeërs. Ze hebben een maximaal bereik van 23 kilometer.[1] Om de schepen zelf tegen torpedo's te beschermen, is er het SLAT-antitorpedosysteem, dat ook al het resultaat is van Frans-Italiaanse samenwerking.[2] De klasse is voorzien op één helikopter. Hiervoor is aan het achtersteven een vliegdek met hangar voorzien. Deze helikopter kan onder meer worden ingezet voor onderzeebootbestrijding op lange afstand en SAR.

Aandrijving[bewerken]

De Horizonklasse-fregatten hebben een gecombineerde diesel of gas-aandrijving (CODOG) met twee schroeven. Twee 5875 pk-dieselmotoren van het Franse SEMT Pielstick worden – omdat het goedkoper is – gebruikt om lage snelheden aan te houden. Een constante snelheid van 18 knopen (33 km/h) geeft de schepen een maximaal bereik van 7000 zeemijlen (13 000 km). Twee 31 280 pk-gasturbines van General Electric laten een topsnelheid van 29 knopen (54 km/h) toe.

Eenheden[bewerken]

Voor de Franse marine werden twee horizonklassefregatten gebouwd, die deze van de Suffrenklasse vervingen. De Forbin (D620) werd tussen 2002 en 2005 gebouwd, en in 2007 in dienst genomen. De Chevalier Paul (D621) werd van 2003 tot 2006 gebouwd, en kwam in 2009 in dienst. Beiden zijn gebaseerd in Toulon. Frankrijk had oorspronkelijk nog twee eenheden willen bouwen om ook de Cassardklasse-fregatten te vervangen, maar later werd besloten die te vervangen door nieuwere FREMM-klasse-fregatten.

Voor de Italiaanse marine werden er ook twee gebouwd. Daar vervingen ze de Audaceklasse-raket-torpedobootjagers. De Andrea Doria (D 553) werd tussen 2002 en 2005 gebouwd, en kwam in 2008 in dienst. De Caio Duilio (D 554) werd van 2003 tot 2007 gebouwd, en werd in 2009 in dienst genomen. De Italiaanse schepen zijn gebaseerd in La Spezia. Het prefix "D" in de identificatienummers wijst erop dat de schepen binnen de NAVO als torpedobootjagers ("D" van "destroyer") worden beschouwd.