Naar inhoud springen

Hotel van Eetvelde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Hotel van Eetvelde
Hotel van Eetvelde
Locatie
Locatie Wijk van de SquaresBewerken op Wikidata
Adres Avenue Palmerston 4 - 6, 1000 Bruxelles, Palmerstonlaan 4 - 6, 1000 BrusselBewerken op Wikidata
Onderdeel van Herenhuizen van de architect Victor HortaBewerken op Wikidata
Vernoemd naar Edmond van EetveldeBewerken op Wikidata
Buurpanden Uitbreiding van het Van EetveldehuisBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Gereed 1895Bewerken op Wikidata
Gebruik
Eigenaar Edmond van EetveldeBewerken op Wikidata
Architectuur
Stijlperiode art-nouveau-architectuurBewerken op Wikidata
Bouwkundige informatie
Architect(en) Victor Horta[1]Bewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus beschermd monument (18 november 1976), deel van een werelderfgoedsite (november 2000)Bewerken op Wikidata
Afbeeldingen
Hotel van Eetvelde
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Hotel (Frans: Hôtel) van Eetvelde is een art-nouveauherenhuis, ontworpen door de Belgische architect Victor Horta (1861–1947) in opdracht van baron Edmond van Eetvelde (1852–1925), baron sinds oktober 1897 en de toenmalige administrateur-generaal van Kongo-Vrijstaat. Het werd gebouwd in drie fases tussen 1895 en 1901 en is gelegen op de hoek van de Palmerstonlaan 2-4 en de Marie-Louisesquare in de Brusselse wijk van de Squares.

Het is de eerste privéwoning die gebruik maakt van staal als zichtbare en dragende structuur. Horta schrijft in zijn memoires dat het grondplan van het huis van Eetvelde ‘het meest gewaagde' was dat hij tot dan toe had ontworpen. Tot de meest indrukwekkende onderdelen van het interieur behoren de wintertuin in nummer 4 en de werkplek van de toenmalige eigenaar als een voorbeeld van totaalkunst (gesamtkunstwerk) in nummer 2.

Beide gebouwen zijn Brussels cultureel onroerend erfgoed (nummer 2 sinds 1971 en nummer 4 vanaf 1976) en werden in 2000 UNESCO-werelderfgoed als een van de vier onderdelen van de Herenhuizen van Victor Horta. Het gebouw nummer 4 werd grondig gerestaureerd in de twintigste en de 21ste eeuw en beide gebouwen zijn (beperkt) open voor het publiek sinds 13 mei 2023.

Kaart
Situering Hotel van Eetvelde in de wijk van de Squares.
Kadastraal plan

Brusselse Squareswijk

[bewerken | brontekst bewerken]

Het Hotel van Eetvelde is gelegen aan de Palmerstonlaan 2-4 in de Brusselse Squareswijk. Het gebouw op de hoekpositie nabij de Marie-Louisesquare ligt in het woonblok begrenst door de Palmerstonlaan, de Marie-Louisesquare, de Kardinaalsstraat, de Eburonenstraat en het Ambiorixplein. Het vormt een onderdeel van een geconcentreerd geheel van art-nouveau-architectuur uit het einde van de negentiende eeuw.

De Palmerstonlaan ontwikkelde zich rond 1900 als een residentiële as voor de hogere burgerij, waar vooruitstrevende architectuur geïntegreerd werd in een klassiek stedelijk stratenpatroon. In deze context vormt het herenhuis samen met nabijgelegen woningen een architecturaal samenhangend geheel. Aan dezelfde laan, op nummer 3, bevindt zich het Hotel Deprez-Van de Velde (1896), eveneens ontworpen door Horta, dat stilistisch verwant is maar een meer conventionele gevelcompositie vertoont.[2] Ook bij het Hotel Defize (op nummer 14), door Léon Gova (1860-1930), viel de nadruk op ornamentiek en geveldecoratie. Deze combinatie van benaderingen binnen een stedelijk kader maakt de Squareswijk tot een uitzonderlijk coherent voorbeeld van fin-de-siècle-architectuur. Binnen dit geheel fungeert het Hotel van Eetvelde als een scharnierpunt, zowel door zijn architecturale innovatie als door zijn stedelijke ligging. Het gebouw vormt een overgang tussen de representatieve lanen en de open pleinen van de wijk en draagt bij aan het karakter van de Squareswijk als een van de meest significante concentraties van art-nouveau-architectuur in Europa.

Palmerstonlaan 2 is gekend onder de kadastrale perceelsidentificator (CaPaKey) F167v[3] bij het Belgische kadaster.[4] Het heeft een breedte van 8,9 meter tot aan de hoek en 14,1 meter om de hoek, dus een totale gevelbreedte van 23 meter. Het vierhoekige perceel heeft een diepte van 28 meter aan de rechterzijde en een oppervlakte van 335 vierkante meter.

Het nummer 4, met nummer F167p, was initieel een perceel van negen meter breed en ongeveer 32 meter diep. Het huidig perceel is 13,2 meter breed (na toevoeging van 4,22 meter[5] van het toenmalige nummer 6) en een diepte van 28 meter aan de linkerzijde tot 43 meter aan de rechterzijde. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 523 vierkante meter. Het gebouw zelf heeft een bouwdiepte van 23 meter.

Architect Horta met zijn opdrachtgever van Eetvelde
De eerste fase van het Hotel van Eetvelde, zonder de uitbreidingen

Het herenhuis, van de hand van Horta in opdracht van van Eetvelde, werd in drie fases gebouwd. Het hoofdgebouw werd tussen 1895 en 1898 gebouwd op nummer 4 van de laan als privéwoning met de mogelijkheid om officiële ontvangsten te organiseren voor de politieke wereld.[6] In 1899 gaf van Eetvelde Horta de opdracht om het hoekgebouw te bouwen ter uitbreiding van zijn woning. Een deel deed dienst als officiële ambtswoning en werd verenigd met het gebouw op nummer 4. Het andere deel, met een eigen ingang op nummer 2, werd verhuurd. In 1901 voegde Horta een vier meter brede aanbouw toe aan het hoofdgebouw op een deel van nummer 6, met daarin een salon en een biljartkamer, bereikbaar vanaf nummer 4 of via de toenmalige doorgang (nu garage).

In 1920, na het overlijden van zijn vrouw, liet de eigenaar het interieur verbouwen. De kamers op nummer 2, voorheen onderdeel van het hoofdgebouw, werden bij nummer 2 gevoegd, waardoor beiden woningen volledig van elkaar gescheiden geraakten. Het huis op nummer 4 werd in 1920 verkocht aan Antoine Pouppez de Kettenis de Hollaeken (1880-1949) en zijn familie die het bijna 30 jaar zou bewonen. Toen de familie Nicolaides-Hoffman het gebouw op nummer 2 in 1926 verwierf, wilden ze het slopen in 1936. De stad Brussel weigerde de bouwtoelating.

In 1938 werd voor het huis, intussen verkocht aan architect Jean Delhaye (1908-1993), een voormalige student van Horta, opnieuw een sloopaanvraag ingediend, die echter zonder gevolg bleef. Dezelfde architect diende in 1957 opnieuw een aanvraag in die nogmaals geweigerd werd. In 1958 ten slotte, besloot Delhaye om het huis te verbouwen, er zijn bureau te vestigen en er met zijn familie te gaan wonen.[7]

De Federatie van de Gasindustrie (FIGAZ, sinds 2005 opgegaan in Synergrid) kocht in 1950 het gebouw op nummer 4 met de bedoeling het om te bouwen tot kantoren. Sindsdien werd het gebouw ook wel Maison du Gaz genoemd. Het glazen dak van de grote achthoekige hal werd omgevormd tot kantoorruimte. De architect Delhaye die op nummer 2 woonde, slaagde erin enkele glas-in-loodramen van de sloop te redden. De kantoren werden in 1988 gesloopt en het glazen koepel werd in zijn oorspronkelijke staat hersteld.

Het hoekgebouw werd door de erfgenamen van Delhaye verhuurd.[7] In 2000, bij de evaluatie van het UNESCO-dossier door ICOMOS (The International Council on Monuments and Sites), was er de hoop dat de eigenaren van nummer 4 overgehaald zouden kunnen worden om ook nummer 2 aan te kopen, zodat de toevoeging van Horta weer een integraal onderdeel zou worden met de centrale trap en de wintertuin.[8] Het gebouw stond in juli 2005 te koop voor het bedrag van 1.575.000 euro.[9] Het werd toen verkocht aan de Kroatische Economische Kamer.[7]

In juni 2020 stond dit hoekhuis opnieuw te koop, nu voor 2,25 miljoen euro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wilde het niet kopen door geldgebrek en verkoos de piste van een privé-investeerder.[10] Dit gebeurde dus niet, want in september 2022 werd het toch aangekocht door het Gewest met de steun van het federale fonds Beliris.[11][12] Beliris droeg twee miljoen euro bij voor de aankoop en heeft daarnaast ook ongeveer anderhalf miljoen euro beschikbaar gesteld voor de restauratie van het gebouw.[13]

Tijdens de Erfgoeddagen van 2021 bezocht de Koninklijke familie onverwacht het Hotel Van Eetvelde.[14] Sinds 13 mei 2023 werden beide gebouwen opengesteld voor het publiek naar aanleiding van het Art Nouveau Brussels 2023 jaar. Op 15 mei 2023 vond de officiële, plechtige opening plaats.[15] Sindsdien is het gebouw individueel en begeleid in groep te bezoeken.

Erfgoedstatus

[bewerken | brontekst bewerken]
UNESCO: Tegel op het voetpad en de gedefinieerde bufferzone
Hotel van Eetvelde
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Herenhuizen van de architect
Victor Horta (Brussel)
Land Vlag van België België
Coördinaten 50° 51 NB, 4° 23 OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i, ii, iv (uitleg)
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1005
Inschrijving 2000 (24e sessie)
Kaart
Hotel van Eetvelde (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Hotel van Eetvelde
UNESCO-werelderfgoedlijst
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het huis, gelegen Palmerstonlaan 2, werd beschermd als monument door het koninklijk besluit van 21 juni 1971. Het geheel met inbegrip van Palmerstonlaan 4 werd beschermd op 18 november 1976.

Een ICOMOS-expertmissie bezocht in januari 2000 de vier herenhuizen van Horta, waaronder het Hotel van Eetvelde, als onderdeel van hun evaluatie ter voorbereiding van een eventuele inschrijving later dat jaar.[8] De vier art-nouveauhuizen behoren sinds 30 november 2000 tot de werelderfgoedlijst van de UNESCO, onder de inschrijving "Herenhuizen van de architect Victor Horta". UNESCO herkent dat de authenticiteit van de omgeving van Hotel van Eetvelde zeer hoog is dankzij de uitstekende bescherming van de omgeving, die deel uitmaakt van de gedefinieerde bufferzone rond het huis.[16]

Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2012 bakent rond het Hotel van Eetvelde een vrijwaringszone af. Deze vrijwaringszone omvat het geheel van de percelen en wegen en hun onderdelen zoals opgenomen in de omtrek afgebakend op het plan in bijlage van het besluit. Er werd een negatief advies afgeleverd door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen op 23 november 2011 aangezien de vrijwaringszone niet samenvalt met de voor de UNESCO-gedefinieerde bufferzone.[17]

Originele bouwplannen

[bewerken | brontekst bewerken]

In de archieven van FIGAZ / Synergrid zijn negen originele bouwtekeningen bewaard op schaal 1/50. Het materiaalgebruik werd op deze plannen traditioneel als volgt ingekleurd: rood voor de bouwonderdelen in baksteen en natuursteen, blauw voor metalen onderdelen en tot slot sepia of bruin voor delen in hout, dus meestal buitenschrijnwerk, interieurelementen en meubilair.[6]

Ook in de collectie van het Sint-Lukasarchief in Brussel zijn grondplannen van het huis bewaard gebleven. Deze plannen bevatten de kelderverdieping, de benedenverdieping, de bel-étage en de eerste verdieping. Elk plan bevat nummers en de legende verduidelijkt aan de hand van de nummers de functie van elke ruimte.[18]

Restauratie twintigste eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]

Restauratie nummer 2

In 1986 werden onderhoudswerkzaamheden aan de gevel uitgevoerd: reiniging van de gevel, schilderen van de kroonlijst, raamkozijnen en ijzerwerk, en het verwijderen van oude verf en het restaureren van bepaalde gevelonderdelen.[19]

Restauratie nummer 4

In 1988 startte FIGAZ een restauratie, uitgevoerd door een voormalige leerling van Horta, de architect Delhaye, en de architecte Barbara Van der Wee. De restauratie neemt de gouden eeuw van het hotel als referentieperiode, dat wil zeggen de jaren 1901-1920.[19]

De lichtschacht boven de glazen koepel was in 1966 dichtgemetseld om extra kantoorruimte te creëren toen FIGAZ het gebouw kocht en er hun hoofdkantoor vestigde. De lichtschachtconstructie werd toen gedemonteerd en opgeslagen, zodat FIGAZ, toen ze later werden overgehaald om het gebouw te restaureren, de betreffende kantoorverdiepingen konden verwijderen en de lichtschachtconstructie konden herstellen. De restauratie omvatte naast deze lichtschacht, ook de gevel, de voortuin, de salon en de uitbreiding van de salon. De restauratie werd nadien voortgezet met de glazen koepel boven de trap en de wintertuin, en met de restauratie van het dak.[8]

In 1992 hadden onderhouds- en restauratiewerkzaamheden plaats aan de voortuin. Later in 1992 en in 1993 had de restauratie van de voorgevel plaats. Deze hield in het reinigen en schilderen in de originele kleur (zalm-oker), alsook de restauratie van het buitenschrijnwerk, de metalen elementen en de gevelmozaïeken. Tot slot hadden er ook een aantal werkzaamheden plaats aan het balkon.[19]

Vervolgens had in 1996 een restauratie plaats van het kleine salon en in 1997-98 ook van de grote salon, waarbij onder andere gordijnen werden ophangen en behang in art-nouveaustijl werd aangebracht.

Restauratie 21e eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]

In de eerste helft van 2015 vatte de raad van bestuur van Synergrid het plan op om een globale restauratie te ondernemen met als doel het gebouw als monument te herwaarderen en om het gebruikscomfort te optimaliseren. Dit resulteerde op 15 mei 2015 in een "Voorstudie & restauratie masterplan" door de architecte Van der Wee en haar team gespecialiseerd in het werk van Horta.[6]

Het restauratieproject verwierf op 9 mei 2017 een stedenbouwkundige vergunning en werd gesubsidieerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Gewest trok een kleine 1,4 miljoen euro (1.362.587,82 euro[20]) uit en Beliris droeg 3,5 miljoen euro bij.

De werf ging van start in januari 2019 onder leiding van Van der Wee en omvatte een integrale aanpak van zowel exterieur als interieur.[6][21] De gevels en binnenruimten werden opgefrist, terwijl waardevolle elementen zoals interieurornamenten, houtsnijwerk, glas-in-loodramen en muurschilderingen zorgvuldig worden gerestaureerd. Daarnaast werden de daken hersteld en werd de waterafvoer verbeterd. De zoldervloeren kregen isolatie om de energieprestaties te verhogen. Ook de technische installaties werden aangepakt: het verwarmings- en ventilatiesysteem werd gemoderniseerd, met behoud en optimaal gebruik van de oorspronkelijke ontwerpen en leidingen, aangevuld met hedendaagse technologie.

Bij de klimaatregeling wordt maximaal gebruikgemaakt van de bestaande bouwfysische eigenschappen van het gebouw, waarbij onder meer de wintertuin een belangrijke rol speelt in ventilatie en temperatuurbeheersing. Ter beperking van oververhitting in de zomer werden aan de zuidgevel jaloezieën geplaatst, gebaseerd op historische voorbeelden. Dit gereconstrueerd ventilatiesysteem is uniek, in alle andere Horta-woningen is dat vernield.[22]

De meeste ramen werden gerestaureerd; enkel de metalen kozijnen uit de jaren 1980 aan de voorgevel worden vervangen door houten guillotineramen naar oorspronkelijk model. Aan de achterzijde worden extra voorzetramen geplaatst om de energie-efficiëntie verder te verbeteren. De werkzaamheden hadden een geplande looptijd van ongeveer twee jaar.[21]

De uitvoering was in handen van de algemene aannemer Denys[23], Straumann Dhoop[24] en Van Cauter waren de uitvoerders van de speciale technieken. Verder werd een beroep gedaan op gespecialiseerde vaklieden zoals Luc Reuse voor de metaalbewerking, Gino Tondat voor de mozaïekrestauratie en het International Platform for Art Research and Conservation (IPARC)[25] voor de restauratie van het binnenschrijnwerk.[6]

Het huis was een jaar lang dicht geweest (van maart 2020 tot februari 2021) om het bestaande ventilatie- en verwarmingssysteem te laten restaureren door Van der Wee.[6][26] De vijf maanden durende restauratie van de lichtkoepel werd in 2023 uitgevoerd door het gespecialiseerde bedrijf Atelier Mestdagh.[27][28]

Het volledige gebouw op de hoek

Het geheel bestaat uit het oorspronkelijke hoofdgebouw en de twee aangebouwde bijgebouwen. Ondanks de verschillende fazen vormen ze een uniform geheel. Met zijn industrieel getinte gevel contrasteert het hoofdgebouw met de tweede latere uitbreidingen, die Horta een witstenen gevel gaf. Alle drie de gebouwen hebben een gevel in witsteen van Euville en van Savonnières, met mooi gesculpteerde details en grotendeels lichtjes spitsboogvormige vensters.

Het principe van een dubbelhuis, verbonden door een glazen circulatiezone, werd toegepast in het Hotel van Eetvelde, zoals ook bij Hotel Tassel (1893-1894). Het huis blies de traditie van de burgerlijke huizen en herenhuizen uit de negentiende eeuw nieuw leven in, waarbij woon- en representatieve functies werden gecombineerd. Dit vereiste een subtiele organisatie van de ruimtes en een gedifferentieerde circulatie tussen privé en het personeel.

Het hoofdgebouw

[bewerken | brontekst bewerken]

De opvallende gevel van het hoofdgebouw met zijn zichtbare metalen structuur dateert uit 1895. Horta schrijft in zijn memoires dat het grondplan van het huis van Eetvelde ‘het meest gewaagde' was dat hij tot dan toe had ontworpen.[7] De innovatieve aanpak van de architect door het gebruik van metaal in een privéwoning is zichtbaar. De geveldecoratie is ingetogen, hoewel de mozaïekpatronen naar boven toe complexer worden, alsof ze de balustrade van het bovenste balkon aankondigen. De rechte lateien van de openslaande deuren op de bovenste verdieping ondersteunen direct de kroonlijst, die wordt onderbroken door meerdere consoles.

Horta gebruikte een metalen constructie, die hij inzette om de licht uitstekende verdiepingen te ondersteunen (de consoles) of om de ramen te omlijsten met verticale stijlen en zacht gebogen lateien. Deze dragende constructie stelde hem in staat grote openingen te creëren in deze verder niet-dragende gevel. Hij toont het gebruik van ijzer, een materiaal dat in de late negentiende eeuw snel aan populariteit won in de bouw. Een balk op de begane grond is zichtbaar gelaten. Horta doorbreekt subtiel het symmetrische gevelontwerp dat voorheen de norm was door de voordeur naar het rechterdeel van de gevel te verplaatsen.

De twee uitbreidingen

[bewerken | brontekst bewerken]

De hoekaanbouw als uitbreiding op nummer 2 wordt ook Bureau van Eetvelde[13] of Huis Delhaye[29] genoemd. De uitbreiding was bedoeld om een kantoor aan de hoofdwoning toe te voegen, waarmee de ruimte verbonden was. Er werden ook huurappartementen met eigen ingang in opgenomen. Het gebouw is te herkennen aan de witte gevel van natuursteen. De stijl is rijker versierd en doet denken aan Horta's eigen huis, dat hij net had voltooid aan de Amerikastraat in Sint-Gilles. De voorkeur voor ornamenten zou hij ook in zijn latere werken behouden. Zowel de voordeur als de raamkozijnen dragen de sporen van deze voorkeur door de verscheidenheid en sensualiteit van de in de steen gehouwen lijnen. Dit huis van 800 vierkante meter[10] werd later de woning van architect Delhaye, een medewerker van Horta die na diens dood een groot verdediger van zijn werk werd.

De rechtse aanbouw eveneens opgetrokken uit witte steen, had geen eigen ingang, maar oorspronkelijk een koetsendoorgang waar nu de garage is. Op de eerste verdieping was een salon vooraan en een lange woonruimte achteraan. Op de tweede verdieping was er een woonkamer en een slaapkamer. De aanbouw is erg smal, slechts 4 meter, en heeft een erker met drie lage spitsboogvensters, bekroond door een balkon.

Woonkamer op de eerste verdieping (1899)

Het hoofdgebouw

[bewerken | brontekst bewerken]

Het hoofdgebouw bestaat uit twee volumes onder zadeldak. Beide volumes, een vooraan en een achteraan op het perceel, zijn met elkaar verbonden door een centrale wintertuin onder een glas-in-loodkoepel. Het gebouw bestaat uit drie duidelijk onderscheiden gehelen: de aan het huispersoneel voorbehouden dienstruimten (zoals de wasserij en de keuken) op de benedenverdieping en de kamers op de zolder; de privévertrekken van de familie van Eetvelde op de tweede en derde verdieping (salon, eetkamer, slaapkamers, badkamer, toilet en kleedkamer) en de ontvangstruimten op de eerste verdieping.[7] Vanuit de hal naar de eetkamer, vertrekken twee trappenhuizen, elk van hen verlicht door een muuropening in de muur van de centrale ruimte. Het ene open trappenhuis met een trap in mahoniehout, leidt naar de privévertrekken. In het andere meer gesloten trappenhuis bevindt zich de diensttrap.

De innovatieve aanpak van de architect door het gebruik van metaal in een privéwoning is ook duidelijk zichtbaar in de interieurs die zijn georganiseerd rond een glas-in-loodkoepel die het daglicht tot aan de ontvangstruimtes brengt. De glas-in-loodramen met plantmotieven verlengen de beweging van de metalen kolommen die het glazen dak dragen (direct boven de kolommen geplaatst). Deze kolommen kunnen vergeleken worden met boomstammen waaruit een blad tevoorschijn komt. Oorspronkelijk was de vloer van de hal onder dit glazen dak zelfs voorzien van glazen tegels om de lichtinval in de kelders te verbeteren. Binnen in het gebouw creëerde Horta modulaire ruimtes met behulp van schuifwanden. Sommige van deze decoratieve keuzes vielen echter niet in goede aarde bij Mevrouw van Eetvelde, die het gebruik van metaal in een eetkamer "te gewoon" vond. Horta moest ook andere veranderingen doorvoeren, waaronder het vervangen van de glazen vloer in de serre door platen van groene onyx.[30]

Het huis was bedoeld als propagandaplek voor de kolonisatie van Congo, waarbij materialen uit de exploitatie van de kolonie werden geëtaleerd, zoals Congolees hout en ivoor. De Congolese flora en fauna worden eveneens afgebeeld, evenals de vijfpuntige ster, het symbool van Kongo-Vrijstaat of de Onafhankelijke Congostaat (OCS).

Benedenverdieping
[bewerken | brontekst bewerken]

De inkomhal en vestibule hebben dezelfde afwerking: een mozaïekvloer in geel en rood marmer, de muren bekleed met banden in roze en wit, zwart dooraderd marmer. Pilasters met basis en kapiteel in verguld metaal. Kroonlijst in imitatiemarmer. Mahoniehouten cassettenplafond met japoniserende invloeden. Er is ook een spreekkamer met de oorspronkelijke schouw in rood marmer met ingewerkt rek.

Bel-étage met wintertuin
[bewerken | brontekst bewerken]

De wintertuin, in de vorm van een octogonale rotonde, vormt het middelpunt van het gebouw en heeft een drievoudige functie: ontworpen als ontvangstruimte, als communicatieruimte tussen de verschillende vertrekken van het huis en als de verspreiding van daglicht dat er zenitaal binnenvalt. De woonkamer baadt in het licht dankzij de grote ramen. De muren zijn bekleed met een groene onyx lambrisering, afgewerkt met verguld bronzen inlegwerk. Het plafond is verdeeld in gepleisterde gewelven, beschilderd met een repetitief patroon. De eiken vloer met zijn geometrische patroon is afgewerkt met een donkerder houten rand. Het glas-in-lood-raamwerk met afgeschuinde randen en metalen chassis kijkt uit op de wintertuin. De daartegenover liggende eetkamer baadt eveneens in een gloed van licht. In de eetkamer is het gewafelde tapijtwerk met zijn oker-, groen- en bruintinten bewaard gebleven. Daarin werden kunstig planten, olifanten en sterren afgebeeld.

De meester-glazenier die de lichtkoepel ontwierp en realiseerde was de Franse kunstenaar Raphaël Évaldre (1862-1938), die regelmatig samenwerkte met Horta en andere art-nouveau-architecten.[31]

De eetkamer, gelegen achteraan, is bereikbaar via een grote dubbele mahoniehouten deur met glas-in-lood in Amerikaans glas met een motief van gestileerde bomen. De bewaarde gewafelde muurbekleding in oker, groen en bruin bevat gestileerde planten en dierenmotieven, onder meer olifanten en zeesterren (die mogelijk verwijzen naar het embleem van Congo). Aan de korte zijden twee onderling verschillende, maar in stijl verwante meubelen (een buffet en een schorsteen met spiegel) die door Horta speciaal voor dit huis werden ontworpen. Deze meubelen werden in 1897 geëxposeerd op de vierde tentoonstelling van La Libre Esthétique in Brussel. De vormen van deze tentakelachtige meubelen lopen door in de lambriseringen en op het cassettenplafond in mahoniehout.

Op een buffetkast staat een art-nouveau-vaas (hoogte 50,8 cm, diameter: 17.8 cm[32]) in cameeglas, ontworpen door de Franse kunstenaar Émile Gallé (1846–1904) of geproduceerd in zijn atelier in Nancy. Bij een cameeglasbewerking worden meerdere lagen gekleurd glas over elkaar gelegd en vervolgens met zuur geëtst of met een wiel geslepen om het bloemmotief in reliëf zichtbaar te maken. Typisch voor Gallé is de sterke invloed van de natuur en de Japanse kunst (Japonisme), hier tot uiting komend in de gedetailleerde afbeelding van bloemen.

De stoelen (89 x 41 x 40 cm) zijn eveneens van de hand van Horta.[33] Er staat eveneens een art-nouveau-schouwgarnituur. Het garnituur wordt toegeschreven aan Horta, en wordt gekenmerkt door de organische, vloeiende "zweepslag"-lijnen, en gemaakt is van brons met een genuanceerde groene patina, geëmailleerd plaatijzer en verguld brons voor de montuur van de wijzerplaat, samengesteld uit een klok met geëmailleerde wijzerplaat met mechanisme met metalen ophanging. Het uurwerk wordt vervolledigd met twee kandelaars in dezelfde stijl.[34] De set staat op een marmeren schouwmantel met spiegel erboven.

De grote salon
[bewerken | brontekst bewerken]

De grote salon is gelegen op de bel-etage aan de straatzijde en sluit zodoende direct aan bij de expressieve voorgevel, waarvan de grote glaspartijen een licht in de ruimte brengen. Dit licht versterkt de uitstraling van het interieur, waarin kostbare materialen en verfijnde afwerkingen samenkomen tot een coherent geheel. De toegang tot de salon verloopt niet rechtstreeks, maar via een zorgvuldig opgebouwde circulatie die de bezoeker vanuit de inkomhal langs de centrale rotonde leidt, waardoor de salon als een soort climax binnen de ruimtelijke sequentie verschijnt. Binnen deze compositie speelt de schouw een belangrijke rol als visueel en sociaal focuspunt, geïntegreerd in de wandarchitectuur en uitgevoerd in rijke materialen die de status van de ruimte onderstrepen.

De salon staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een netwerk van salons en ontvangstruimten die onderling verbonden zijn via vloeiende overgangen eerder dan strikte aslijnen. In dit geheel vormt het een tegenhanger van het kleinere salon dat zich in de latere aanbouw bevindt, eveneens ontworpen door Horta maar met een meer ingetogen karakter. Waar de grote salon gericht is op representatie en contact met de straat, biedt de kleine salon een meer intieme sfeer binnen dezelfde circulaire organisatie rond de centrale kern van de woning. De overgang tussen beide salons verloopt via de tussenliggende ruimten, waardoor een continue ruimtelijke ervaring ontstaat die typerend is voor Horta’s architectuur. Deze samenhang tussen de salons illustreert zijn streven naar een totaalkunstwerk waarin architectuur, decoratie en beweging onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zo functioneren de salons niet enkel als afzonderlijke kamers, maar als complementaire onderdelen van een doorlopende en zorgvuldig georkestreerde woonervaring.

De eerste uitbreiding: Werkkamer

[bewerken | brontekst bewerken]

In dit voormalige kantoor van van Eetvelde staat het oorspronkelijke meubilair in Afrikaanse mahonie en padoek, gecombineerd met Amerikaanse esdoorn. De behoort tot de best bewaarde totaalkunstwerken (gesamtkunstwerk) door Horta ontworpen. Een totaalkunstwerk verwijst in deze context naar het interieur waar elk detail, van meubels tot aankleding, is ontworpen in art-nouveaustijl, waardoor eenheid ontstaat.

Dankzij de samenwerking tussen urban.brussels, het Horta museum, vakmensen en een verzamelaar werd het interieur minutieus gereconstrueerd op basis van oude foto's. Originele elementen zoals het exotisch houtwerk, de schouw in roze marmer, de bureau en de oude boekenkasten, alsook de Chinese vazen zijn weer aanwezig.[35] Ook de originele haardaccessoires, bewaard in het Horta Museum, werden tijdelijk teruggeplaatst op hun plek aan de voet van de open haard.[36] De schoorsteenmantel verbergt een ingenieus verwarmingssysteem, verhuld door een combinatie van roze marmer, verguld brons en hout. Het paneel boven de schouw is versierd met een reproductie van een Chinees borduurwerk, waarvan het origineel ook bewaard wordt in het Horta Museum.

Na de dood van van Eetvelde in december 1925, verdween het houten bureau in art-nouveaustijl uit de woning van de diplomaat. Het bureau was een meesterwerk vervaardigd door Henri Pelseneer, de meubelmaker van Horta.[37] Het was een eeuw lang zoek, maar werd in 2025 in Nederland teruggevonden door de Nederlandse kunsthistoricus en verzamelaar Frederik Erens. Hij herkende het bureau bij een antiekgroothandel aan de typische Hortahandvaten. Het meubel keerde -in bruikleen voor vijf jaar- terug naar de werkkamer van zijn vroegere eigenaar.[12][36]

Dit gebeurde ook met het beeld “Le Liseur” (De Lezer, 48 x 25,5 x 22,2 cm[38]) van de Brusselse beeldhouwer Victor Rousseau (1865–1954), gemaakt in 1897.[39] Een bronzen afgietsel van het beeld werd in een veilinghuis in Berlijn gevonden dankzij de oplettendheid van de conservator van Maison Hannon. Het werd geïdentificeerd als het beeld dat in 1900 op het bureau stond. Het werd door Patrimoine & Culture voor urban.brussels aangekocht, gereinigd, opnieuw beschilderd en voorzien van een nieuwe marmeren sokkel.[40] Het is teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek en daarmee is deze werkkamer volledig in ere hersteld.[12][41]

Vergaderruimte in de rechtse aanbouw

De tweede uitbreiding: Vergaderruimte

[bewerken | brontekst bewerken]

In de rechtse aanbouw bevindt zich achteraan een lange smalle vergaderruimte (vroeger de biljartkamer) met een lange tafel. Gezien de latere bouw, merkt men al het verschil in de plafonnering en in de muurbekleding. De rijke houten vloer is ook hier aanwezig en de lampen zijn naar boven gericht voor de toenmalige gasverlichting.

Collectie in Horta Museum

[bewerken | brontekst bewerken]

Het Horta Museum bevat een uitgebreide collectie van werk van Horta[42], met daaronder verschillende objecten gelinkt aan het Hotel van Eetvelde:[43]

Werkplek (1900) in de linkse aanbouw
  • Het origineel van het Chinese zijden borduurwerk (151 x 90 cm[44]) met satijn en metaaldraad boven de haard in de werkplek van de eigenaar hing.
  • Vier werktuigen die horen bij de open haard in dezelfde werkplek: pook, schop, tangetje en de haardbezem.[45] De werktuigen zijn uitgevoerd in metaal en brons en het bovenste gedeelte vormt een gestileerd klaverblad. De haardschop wordt omschreven "met een greep die verwijdt in het bovengedeelte en een gestileerd klaverblad vormt; ondergedeelte gedeeltelijk afgeboord door een opengewerkt ornament; steel versierd met lijnen die in het ondergedeelte verwijden en rond het schopblad lopen".[46] Op het punt waar de stangen van de tang samenkomen monden beide delen uit in een opengewerkt ornament.[47] De haardbezem heeft een steel versierd met lijnen en is aan de uiteinden afgeboord door twee opengewerkte en omgekeerde ornamenten; het montuur van de bezem verwijdt en zet de lijnen van de stang voort.[48]
  • Verschillende gipsafdrukken van ontwerpen van deurklinken, meubels, hekken, scharnieren, deurplaten en meer.
  • Meerdere architectuurplannen en foto's van de interieurs.

Op Sketchfab kunnen online 3D-modellen geconsulteerd worden, waaronder de werkplek met bureau en enkele van de hiervoor genoemde gipsafdrukken.[49] Een set van vier stoelen (89 x 41 x 40 cm) uit de grote eetkamer op de eerste verdieping behoort tot de collectie van Synergrid.[33]

Huidig gebruik

[bewerken | brontekst bewerken]

Nummer 2: LAB·AN en Réseau Art Nouveau Network (RANN)

[bewerken | brontekst bewerken]

Het gebouw op nummer 2 huisvest twee aan art nouveau gelinkte organisaties. LAB·AN; het Interpretatiecentrum voor art nouveau, is een ruimte voor de promotie van deze kunststroming, maar eveneens een ruimte voor onderzoek en debat, over onder andere de banden met de Belgische kolonie. Dit 'laboratorium' werd door urban.brussels opgericht naar aanleiding van Art Nouveau Brussels 2023. Het heeft vier tentoonstellingsruimten. Het LAB·AN x Hotel van Eetvelde-project wordt beheerd door de non-profitorganisatie Patrimoine & Culture.[50] De opening van LAB·AN maakte het Hotel van Eetvelde sinds 13 mei 2023 toegankelijk voor het grote publiek, zowel individueel als via rondleidingen. Het eerste jaar kreeg het meer dan 25.000 bezoekers over de vloer.[51]

Daarnaast is ook het internationale secretariaat van het in 2009 opgerichte Réseau Art Nouveau Network (RANN)[52] in het gebouw gevestigd. Deze organisatie verenigt de belangrijkste art-nouveausteden in Europa zoals Wenen, Barcelona, Nancy, Boedapest, Riga.[20] Deze steden behoren tot het Europese art-nouveaunetwerk dat sinds 2014 een Europese Culturele Route van de Raad van Europa is.

Nummer 4: Synergrid en Brussels Instituut voor Geopolitiek

[bewerken | brontekst bewerken]

Synergrid gebruikt het gebouw anno 2026 nog als vertegenwoordigingskantoor, ontvangsthal en vergaderruimte. Ze verhuurd ook de eetkamer, de wintertuin en de grote salon als vergaderzalen of evenement locatie.[53]

Het Brussels Instituut voor Geopolitiek (BIG), opgericht in 2022, heeft als doel het geopolitieke begrip te bevorderen en een strategische cultuur in Brussel en de Europese Unie te stimuleren. Het is de eerste en enige denktank in Brussel die zich volledig richt op geopolitiek en strategie.[54]

Tentoonstellingsruimte
Tentoonstelling “Aubecq: Fragments

Een voorbeeld van een tentoonstelling was “Aubecq: Fragments” als immersieve beleving van een van de belangrijkste creaties van Horta. Het nam de bezoekers mee op een ontdekkingstocht naar de overgebleven sporen van het Hotel Aubecq en de 634 stenen van de gevel die op het nippertje werden gered toen het werd gesloopt.[51] Een andere noemenswaardige tentoonstelling was de tentoonstelling “Jean Delhaye, architect”, die vanaf de jaren 1960 een ware kruistocht leidde om het werk van de art-nouveau-architect Horta te verdedigen tegenover zijn critici.[55]

Tijdens Nocturnes van de Brusselse Musea werd de nocturne “Behind the Scenes” georganiseerd waar de voormalige gouvernante van de familie haar herinneringen deelde. Madame Eugénie nam de bezoekers mee naar de oude keuken die normaal niet toegankelijk is voor het publiek.[56]

De organisatie Classes du Patrimoine & de la Citoyenneté deed twee jaar educatieve programma's in het gebouw. De materialen, met vraag- en antwoordbladen en een verzamelingen illustraties, zijn nu ter plaatse beschikbaar voor scholen die het gebouw op een zelfstandige en educatieve manier willen ontdekken.[57]

Relatie met dekolonisatie

[bewerken | brontekst bewerken]
Tentoonstelling over de relatie met Congo

De relatie tussen de art-nouveaustijl en Congo situeert zich in de context van het Belgische kolonialisme onder Leopold II aan het einde van de negentiende eeuw en werd daarom ook wel "Congostijl" genoemd. In België ontwikkelde art nouveau zich in dezelfde periode waarin de exploitatie van de Congo-Vrijstaat a, anzienlijke economische winsten genereerde, wat volgens verschillende historici geen toevallige samenloop was. De opbrengsten uit grondstoffen zoals rubber en ivoor droegen bij aan de financiering van nieuwe architecturale projecten en artistieke experimenten.[58]

Het Hotel van Eetvelde vormt een emblematisch voorbeeld van deze verwevenheid. Van Eetvelde was gouverneur van en dus een sleutelfiguur in het bestuur van de Congo-Vrijstaat, alsook een vertrouweling van Leopold II. Als administrateur-generaal speelde van Eetvelde een centrale rol in zowel de organisatie van het koloniale systeem als in de promotie ervan binnen de Belgische elite.[59] Bovendien functioneerde het gebouw als een semi-officiële ontmoetingsplek voor diplomaten en zakenlieden die betrokken waren bij koloniale exploitatie.

Binnen deze context fungeerde art nouveau niet enkel als esthetische vernieuwing, maar ook als instrument van koloniale propaganda. Het Hotel van Eetvelde werd gebruikt om de rijkdom en moderniteit van het koloniale project te etaleren aan bezoekers en investeerders.[58] Tegelijkertijd werden materialen uit Congo, zoals tropisch hout en ivoor, geïntegreerd in de architectuur en de decoratie, wat de materiële band tussen kunst en kolonie versterkte.[60]

Recente geschiedschrijving (of historiografie) benadrukt bovendien de ideologische dimensie van deze relatie. Sommige onderzoekers stellen dat de dynamische vormen en luxueuze uitstraling van de art nouveau bewust werden ingezet om het koloniale project aantrekkelijk te maken voor de Belgische burgerij.[59] Het Hotel van Eetvelde geldt daardoor niet alleen als een meesterwerk van architectuur (bijvoorbeeld de ruimteconfiguratie van de woning heeft niks met kolonisatie te maken), maar ook als een tastbare getuige van de verwevenheid tussen artistieke innovatie en koloniale exploitatie.[61]

Tentoonstelling Style Congo – Heritage & Heresy

[bewerken | brontekst bewerken]

De tentoonstelling Style Congo, georganiseerd in het kader van Art Nouveau Brussels 2023, had plaats in het CIVA (International Centre for the City and the Architecture) in Brussel.[62] De Belgische fotografe van Congolese afkomst, Chrystel Mukeba, kreeg de opdracht een serie portretten te maken van Belgen met Congolese roots. Zij poseerde haar modellen in art-nouveaugebouwen met een link naar het koloniale verleden van België, waaronder het Hôtel van Eetvelde.[63]

Installatie In the wind blow their stories

[bewerken | brontekst bewerken]

Het werk In the wind blow their stories van de Franse kunstenares Laure Prouvost (1978) bestaat uit een vlag en een mast die in de voortuin van het bijgebouw opgesteld is. Het omvat een symboolzin die verbonden is met de context van zijn creatie, in dit geval dus art nouveau, en meer specifiek het Hotel van Eetvelde en zijn banden met de Belgische kolonie. Het is, sinds 24 mei 2024, een eerbetoon aan verhalen die door de wind gedragen worden en zo ver generaties heen zweven. Het werk werd gecreëerd in het kader van de art-nouveaustrategie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als voortzetting van het Art Nouveau Brussels 2023 project.[28][64]

Het Gemeentebestuur Schaarbeek bezit het schilderij "Palmerstonshuis door Victor Horta" (1997, 30 x 40 cm) van de Etterbeekse schilderes Agnès Bogaert (1955).[65]

  • Horta, V., Mémoires. Texte établi, annoté et introduit par Cécile Dulière, Ministère de la Communauté française de Belgique, Brussel, 1985, pp. 77-80.
  • Van der Wee, B, A House in Transition 1895-1988. Hotel van Eetvelde-Victor Horta – A Study for Restoration and Adaptive Use, Katholieke Universiteit Leuven, Leuven, 1988.
  • Van der Wee, B, Vanderbreeden, J., L'Hotel van Eetvelde, Figaz en ASBL Sint-Lukasarchief, Brussel, 1996.
  • Van der Wee, B., L'étude du bâti et la recherche en archives. Deux phases complémentaires de la restauration, Actes du Colloque Horta du 20 novembre 1996, Académie Royale de Belgique, Brussel, 1997, pp. 57-69.
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Hotel van Eetvelde van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.