Hugenoten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Hugenoten is de benaming die in de 16e, 17e en 18e eeuw in Frankrijk werd gegeven aan protestanten. De herkomst van het woord is onduidelijk. Mogelijk verwijst het naar Besançon Hugues, de leider van een religieuze revolutie in Genève, of is het een verbastering van het woord "Eidgenossen" waarmee dan impliciet het zogenaamd niet-Franse karakter van het protestantisme beklemtoond wil zijn. Dat komt ook tot uiting in een herleiding tot het Nederlandse (Vlaamse) 'Huis der Genooten'. Bezijden deze speculatieve verklaringen kan het woord eerder afstammen van 'le Hugon', dit betekent kwade geest. De katholieken gebruikten de term 'Hugenoten' als scheldnaam. Later namen de protestanten in Frankrijk deze term als eretitel over.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Hugenoten zijn aanhangers van het Calvinisme, de Franse vorm van het Protestantisme. Dit geloof verspreidde zich in het zuiden van Frankijk op de voedingsbodem van het ‘ketterse’ geloof van de Katharen, ook wel Albigenzen genoemd. Dat werd door de kerk van Rome met behulp van de koning van Frankrijk in een aantal kruistochten uitgeroeid in de eerste helft van de 13de eeuw. Alleen de Waldenzen bleven daarvan over; zij verscholen zich in de bergen van Piemonte waar ze terugrokken vanuit de steden van Lombardije.

Opkomst van het calvinisme in de 16de eeuw[bewerken]

Franse Hugenoten in Amsterdam, 1715

Twee eeuwen later is er dan een nieuwe, nu Calvinisme geheten beweging, die zich met een goede organisatie in Frankrijk verbreidt en dan met name in Normandië, Poitou (de Vendée), Angoulême (de Dordogne), Guyenne (Gascogne), de Languedoc, het bergland (de Cevennes) van Auvergne, en de Dauphiné. Het aantal Hugenoten neemt tot het midden van de 16de eeuw toe tot een half miljoen. Talrijke adellijke families bekennen zich tot het calvinisme en geven het macht en aanzien. Ook aan het koninklijk hof in Parijs wordt hun invloed groot. Inmiddels ontwikkelt zich een geweldadige burgeroorlog om de macht in Frankrijk. Bij de 'Michelade van Nîmes' in 1567 doden de Hugenoten tachtig katholieke priesters en monniken - een voorafspiegeling van wat zou volgen. De latere koning Hendrik IV kiest daarin partij en leidt de calvinistische troepen in een aantal veldslagen. De strijd blijft echter onbeslist en in 1572 proberen de katholieken deze in Parijs te beslechten in een massale moordpartij op calvinistische leidende personen en hun volgelingen; deze massamoord op naar schatting minstens 10.000 Hugenoten wordt sindsdien de Bartholomeüsnacht genoemd. Om zijn aanspraak op de troon te behouden stapt Hendrik IV over naar de katholieke partij maar dat wordt niet vertrouwd, waarna hem huisarrest wordt opgelegd. In 1576 ontsnapt hij en ijvert hij voor een religievrede. Die komt op beperkende wijze tot stand in de vaststelling en erkenning van een aantal vrijplaatsen voor de Hugenoten, waar zij hun godsdienst mogen beoefenen. Daarbuiten hebben zij dan geen aanspraak meer op rechten. In 1589 wordt Hendrik IV dan koning van Frankrijk maar niet nadat hij zich heeft bekeerd tot het katholieke geloof. Zijn pragmatisme blijkt uit zijn laconieke uitspraak dat "Parijs een mis waard is". Het Edict van Nantes brengt in 1598 rust door de garantie van godsdienstvrijheid, zij het in een aantal strikt voorgeschreven gemeenten. Daarna dicteert de contrareformatie steeds meer de gang van zaken en gaandeweg worden met spitsvondige redenen de vrijplaatsen, meestal steden, in aantal beperkt. Zo verdwijnt het Calvinisme uit veel streken, zoals met name Normandië.

Ondergang van het calvinisme in de 17de eeuw[bewerken]

Het aantal Hugenoten halveert door het toenemende aantal koninklijke decreten tegen het onderwijs en de godsdienstuitoefening van de Hugenoten toe. Ze worden uit openbare ambten ontslagen en de meesterdiploma’s van handwerkers en artsen worden ongeldig verklaard. Zo wordt de armen- en ziekenzorg een katholiek monopolie, alleen beschikbaar voor katholieken. Lastenverwaringen en erfrechtbelemmeringen dienen ertoe de financiële draagkracht te verzwakken. 'Dragonnades', inkwartiering van soldaten in particulere woonhuizen van Hugenoten, maken hun dagelijks leven ondraaglijk. In talrijke conflicten worden Hugenotenkerken met opzet beschadigd waarna hun herbouw verboden kon worden en zij onbruikbaar worden. Uiteindelijk blijven er nog 170 kerken in gebruik, amper een kwart van het oorspronkelijke aantal.

Verbod en vlucht[bewerken]

Na de intrekking van het Edict van Nantes in 1685 zijn de Hugenoten persoonlijk vogelvrij. Het vervangende Edict van Fontainebleau), verklaart het openlijk belijden van het calvinisme tot een strafbaar feit dat bij veroordeling leidt tot de confiscatie van hun goederen. Dit leidt uiteindelijk in de keuze tussen ‘terugkeer naar de moederkerk’ of emigratie. [1]. Sindsdien gold het absolutistische dogma 'un roi, une loi, une foi' ofwel diende in Frankrijk voor ieder te gelden: 'één koning, één wet, één geloof'. Tot 1710 vertrekken daarop meer dan 300.000 van hun: 100.000 naar Zwitserland en daarin zijn ook de Waldenzen begrepen die zich tegelijkertijd hun bergdorpen in Piemonte verlieten. Verder ruim 70.000 naar Nederland, bijna 50.000 naar Duitsland (vooral Pruisen en Württemberg), eveneens 50.000 naar Engeland, en kleinere aantallen naar Scandinavië en Rusland en vooral ook naar Zuid-Afrika. Onder de naam 'Camisards' weten kleine gemeenschappen Hugenoten hun bestaan dan nog een eeuw te rekken in afgelegen gehuchten in de Cevennes waar zij zich uiterlijk als katholiek voordoen. Militaire expedities en inkwartieringen brengen hen niet verder dan een uiterlijke bekering tot de kerk van Rome. Predikanten en onderwijzers die ontdekt of verraden worden, krijgen een veroordeling tot galeislaaf.

In 1787 wordt het opheffing van het Edict van Nantes weer ongedaan gemaakt en dan kunnen de overgebleven en ondergedoken Hugenoten weer openlijk voor hun geloof uitkomen. Tijdens de Franse Revolutie nemen zij een belangrijke plaats in en werken zij mee aan de ontkoppeling van Franse staat en Rooms-katholieke Kerk.

Vluchtplaatsen[bewerken]

Württemberg en Pruisen

Württemberg huisvestte Hugenoten in aparte stadswijken en in dorpen, soms omdat deze in de Dertigjarige Oorlog waren ontvolkt geraakt. Tot ver in de 19de eeuw werd daar nog Frans gesproken. In Pruisen werden de grotere steden en dan vooral Berlijn een centrum van Hugenoten. Daarvan getuigt nog steeds de 'französischer Dom' als beeldbepalend gebouw op de Gendarmenmarkt in het centrum van de stad. In die tijd was een kwart van de bevolking van Berlijn afkomstig uit Frankrijk. De koning van Pruisen stelde twee van zijn regimenten samen uit Hugenoten. In de gelederen van de Pruisische adel (zie de PruisischeJunker) werden de adellijke emigranten opgenomen en talrijke families met Franse namen zijn een rol gaan spelen in het bestuur en vooral ook de officierenkaste van het Pruisische, latere Duitse, leger.

Engeland en Noord-Amerika

Een groep Hugenoten emigreerde naar Engeland en een deel vandaar naar Ierland waar zij in Dublin een getalsmatig grote gemeente vormden die er het Engelse gezag ondersteunde. Velen traden in militaire dienst van de Engelse koning prins Willem III in de strijd tegen de katholieke Ieren, die op hun beurt door de Franse koning werden gsteund. Ook voeren ze naar Noord-Amerika waar ze in 1689 New Rochelle stichtten, in de buurt van het huidige New York, genoemd naar La Rochelle, een van de tot het laatst verdedigde Hugenotensteden in Frankrijk.

Zuid-Afrika

Een andere groep vertrok naar Zuid-Afrika, waar ze het gezag van de VOC versterkten. Nog steeds valt in Franschhoek, nabij Paarl, de Franse sfeer te proeven; daar staat een monument en is een museum ingericht ter nagedachtenis aan de Hugenoten. De Afrikaners (voor ongeveer een vijfde) en ook vele Kaapse kleurlingen stammen van Hugenoten af, met achternamen als Terblanche, Pienaar, Trichardt, Viljoen, De Klerk, Marais, Cilliers, Du Plessis, Du Preez, De Villiers, Du Toit, Boshoff, Jacobs, Malherbe, Labuschagne, Du Pisanie, Retief, Malan, Cronjé, Naudé, Fouché, Viljee, De la Rey enzovoort. Hun culturele invloed in de ontstaansgeschiedenis van de genoemde twee groepen in Zuid-Afrika, die verder met name van Nederlanders, Duitsers, inheemse Khoisan en slaven uit India, Indonesië en Madagaskar afstammen, was verhoudingsgewijs veel groter dan hun aantal, omdat ze in tegenstelling tot de andere groepen vooral uit de bourgeoisie en zelfs de aristocratie voortkwamen. Zuid-Afrika heeft onder andere het ontstaan van haar wijncultuur in grote mate aan de aldaar gevestigde Hugenoten te danken.

Nederland

Een groot aantal vestigde zich in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Alleen in Amsterdam al 12.000 Hugenoten waarmee rond 1700 ongeveer 6% van de Amsterdammers van afkomst Frans; zij verenigden zich in de al bestaande Waalse kerk genoemd, eerder opgericht als organisatie van gevluchte Franstalige calvinisten uit de zuidelijke Nederlanden (Wallonië). Deze Waals-Franse gemeenten bestonden al of werden nu voor het eerst opgericht in de meeste steden van Holland maar ook in de grotere steden binnen de andere provincies. Zij was deel van de [Nederlandse Hervormde Kerk]], die tot 1815 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk' werd genoemd. Tot in de 20ste eeuw kerkten ook de beter gesitueerde burgers zonder Franse of Waalse afkomst, en daarbij ook de leden van het Oranje-vorstenhuis, in de 'Waalse kerk' vanwege de Franstalige en vaak intellectueel hoogstaande preek.

Onder de duizenden vluchtelingen waren veel militairen die in dienst waren geweest van Lodewijk XIV. Bijna driehonderd officieren werden in 1685 door prins Willem III in het Staatse leger opgenomen. In 1688 gingen zij mee naar Engeland en namen zij deel aan Slag aan de Boyne in 1690 tegen de katholieken.

Andere Hugenoten kwamen terecht in het boekenvak, omdat dit gilde vreemdelingen toeliet. Van de 230 uitgevers die Amsterdam tussen 1680 en 1730 telde, waren er 80 in handen van Hugenoten. Zij verzorgden ook een aanzienlijke boekproductie van Franstalige werken die in Frankrijk zelf verboden waren. De kerkgemeentelijk die ontstonden uit deze groepen van vluchtelingen werden bekend onder de naam "Refuge".
Er kwamen ook Fransen in Groningen, Utrecht en Leiden studeren, al voordat het Edict van Nantes werd herroepen. Sommigen promoveerden en werden hoogleraar. Jacques Loisel werd hoogleraar in 1667 en was verantwoordelijk voor het opzetten van de universiteitsbibliotheek.

Suriname

Vanuit Nederland zijn ook enkele families naar Suriname getrokken. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck had in 1683 van de West-Indische Compagnie een derde deel van de kolonie Suriname gekocht en werd door de twee partners (de stad Amsterdam en de WIC) tot gouverneur benoemd. Suriname was zwaar verwaarloosd toen hij daar in 1683 aankwam want er was in 1678 een opstand van Indianen uitgebroken, in de tijd dat Johannes Heinsius gouverneur was. Hij was blij met de immigranten die de plantages weer tot bloei zouden kunnen brengen, hetgeen geschiedde.

In de geschiedenis van Suriname duiken later allerlei namen van Hugenoten op. Wigbold Crommelin werd er gouverneur. Zijn huis staat nog in Paramaribo. Jean André Tourton werd raadslid in den Hove van Politie en Criminele Justitie. Een andere Hugenoot was luitenant Daniel Digues de la Motte, zijn enige zoon overleed kinderloos waarmee de Surinaamse tak van de familie uitstierf.

Literaire verwerking[bewerken]

Het verhaal van een Surinaamse Hugenotenfamilie wordt beschreven in de historische roman De stille plantage (1931) van de Surinaamse schrijver Albert Helman en veel later ook in Ma Rochelle Passée, Welkom El Dorado (1996) van Cynthia McLeod. In 1964 heeft de Nederlandse auteur Jan Overduin zijn roman Tragedie in Toulouse aan de Hugenoten gewijd. Andere literaire werken over de Hugenoten zijn "De Hugenoten, hun lijden en Strijden" ( 1885)van de hand van Pieter Vergers, "De kinderen van de Hugenoot" van P.J. Andriessen en het boek "Jan Taffijn, de man Gods: een prediker uit de dagen der hervorming" door T.J. Servatius (Marnix-Stichting, 1941)'.

Namen[bewerken]

Dat sommige Nederlanders een Hugenootse achtergrond hebben, is soms alleen bekend door de Nederlandse schrijfwijze van de Franse achternaam: Filippo (Philipeau), Plessius (du Plessis), Pieket (Picquet), Blansjaar (Blanchard), Dusseljee (in plaats van Du Cellier), de Jeu (du Jeu), Fremouw (Fremaux), Morre Morée (Morré), Fransooijs (François), Labrijn (La Brit), Lenoble (Le Noble), Kanaar (Canard), Zuurmond (Sur Mont), de Kool (de Gaulle), Allijn (Alain), Kwant (Quant), Benoist (Benoit) en De Koff (Le Cauf). Ook werd de Franse achternaam wel vertaald: de Liefde (l'Amoureau) of afgekort: Odé (Odde La Valée).

Het Hugenotenkruis[bewerken]

Hugenotenkruis sedert 1688

Het Hugenotenkruis dateert uit de zeventiende eeuw, de exacte herkomst is nog steeds een raadsel. Vermoed wordt dat het kruis ontworpen is door de edelsmid Maystre uit Nîmes in 1688, drie jaar na de herroeping van het Edict van Nantes. Het kruis was onmiddellijk een succes, omdat het de protestantse gelovigen de mogelijkheid gaf een kruis te dragen dat anders was dan het gehate rooms-katholieke symbool. In het begin deden alleen de Hugenoten dat, sinds de 19e eeuw geldt het als algemeen calvinistisch symbool.

Externe link[bewerken]