Huis van Leyden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huis van Leyden
Huis van Leyden
Huis van Leyden
Locatie Rapenburg 48, Leiden
Oorspr. functie Woonhuis
Bouw gereed 1642
Bouwstijl Classicistisch
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 25550
Architect Arent van 's-Gravesande
Eigenaar Particulier
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Huis van Leyden is het stamhuis van de familie Van Leyden van Leeuwen, die hier van 1665 tot 1791 woonde. Het huis is gelegen aan het Rapenburg 48 in de binnenstad van de Nederlandse stad Leiden.

Historie[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Voor de totstandkoming van het Huis van Leyden stond op deze plek een woonhuis dat in bezit was van de universiteit, die het vanaf 1603 verhuurde aan de bekende hoogleraar theologie Jacobus Arminius. Toen deze in 1609 stierf, mochten zijn vrouw en kinderen er tijdelijk blijven wonen. Vervolgens nam Antonius Walaeus hier in 1619 zijn intrek, toen hij in Leiden tot hoogleraar in de theologie werd benoemd. Walaeus woonde hier met zijn vrouw, zes kinderen en verschillende studenten. Vanuit de achterzijde van zijn woning had Walaeus uitzicht op het Pieterskerkhof.[1]

Huis van Leyden[bewerken]

Wouter van Halewijn (1563-1640), afkomstig uit Brugge en sinds 1586 poorter van Leiden, kocht in 1640 de bestaande panden van de stad en aansluitend ook een achterterrein en een huis aan het Pieterskerkhof. De opstallen werden gesloopt en naar plannen van Arent van 's-Gravesande werd het Huis van Leyden gebouwd. Het kreeg een brede gevel in classicistische stijl met een imposante ionische orde, waarbij de pilasters vanaf een laag basement over twee bouwlagen doorlopen. De gevel bestaat uit geverfde zandsteen met festoenen boven de vensters. De hardstenen verhoogde deurstoep is voorzien van een smeedijzeren leuning. In 1641, na Halewijns dood, kwam het huis gereed en in 1642 werd het als "volbout" ingeschreven in het verpondingskohier. Zoon Benjamin van Halewijn kocht in 1645 nog een achterliggend terrein aan het Pieterskerkhof om een koetsenstalling te maken met een woning voor de stalknecht. In 1665 kwam het huis in handen van Diederick van Leyden, lid van de familie Van Leyden van Leeuwen, een regentengeslacht waarvan de leden van opvolgende generaties belangrijke functies vervulden in het openbaar bestuur van Leiden en daarbuiten. In 1743 is het pand aan de achterzijde fors uitgebreid en intern verbouwd tot een stadspaleis met twee binnenplaatsen.

In 1789 en 1790 werd het huis door de familie verhuurd aan Prins Willem Frederik van Oranje tijdens diens studie in Leiden. Het werd in 1791 verkocht aan Pieter Jan Marcus (1736-1811), onder meer Burgemeester en hoofdofficier van Leiden. Het huis bleef in gebruik als woonhuis met als laatste bewoner Coenraad Cock, van 1902 tot zijn dood in 1908. Hierna werd het huis in 1909 gekocht door de Vereeniging van Roomsch Katholieke Parochiale Jongensscholen te Leiden en verbouwd tot schoolgebouw. Aan de zijde van het Pieterskerkhof werd een gymnastiekzaal gebouwd met gebruikmaking van de tuinmuur. In 1924 werden het koetshuis en de rest van de tuinmuur gesloopt en vervangen door de R.K. ULO-school. In 1940 werd het familiewapen van Leyden van Leeuwen boven het bordes gerestaureerd op gezamenlijke kosten van het R.K. Schoolbestuur en de Historische vereniging Oud Leiden. Het grondig schoonmaken en in juiste kleuren brengen van het wapenschild geschiedde door de Haagse kunstschilder Gerhard Jansen.[2] Op een later moment is het wapenschild echter in één kleur overgeschilderd, gelijk aan de overige geveldecoratie. Later is het complex in gebruik geweest als "inloophuis psychiatrie" en als sportschool. Het was lange tijd eigendom van de gemeente Leiden.

21e eeuw[bewerken]

Het gebouw bestaat tegenwoordig uit drie delen: het woonhuis uit de 17e eeuw aan het Rapenburg, een tussenstuk uit de 18de eeuw en een gedeelte uit de 20e eeuw aan het Pieterskerkhof 4a. Dat laatste deel bestaat uit een sportzaal. Het pand Rapenburg 48 is een rijksmonument, Pieterskerkhof 4 is een gemeentelijk monument.

In 2012 werd bekend dat het complex zou worden verbouwd tot een viersterrenhotel. Het zou worden verkocht aan een projectontwikkelaar onder voorwaarde dat er daadwerkelijk een hotel zou verschijnen.[3][4] In januari 2014 werd bekend dat de gemeente de overeenkomst met de ontwikkelaar had opgezegd, omdat die nog steeds geen geldige bouwvergunning zou hebben aangevraagd.[5]

Sinds eind 2016 is het pand eigendom van een zakenman en kunstverzamelaar uit Warmond, die er een museum voor Joods-christelijke kunst zou willen vestigen.[6]

Galerij[bewerken]