Huize Babberich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huize Babberich
Hoofdgebouw
Hoofdgebouw
Locatie Zevenaar, Nederland
Algemeen
Kasteeltype Compact zaal(toren)kasteel
Bouwmateriaal baksteen
Gebouwd in voor 1363
Herbouwd in 18e eeuw
Monumentnummer  519886
Bijzonderheden Verbonden aan legende
'

Huize Babberich of Halsaf is een landhuis ten zuidoosten van het stadje Zevenaar in De Liemers, in de Nederlandse provincie Gelderland.

Geschiedenis[bewerken]

Het huis wordt in akten uit 1363 en 1380 vermeld, en stamt mogelijk uit de 14e eeuw. Het is onbekend wie de stichter was van dit kasteel. In 1380 werd door Mechteld van Gelre, hertoginweduwe van Kleef, het kasteel overgedragen aan Ernst Momm. Na de familie Momm, die het kasteel meer dan twee eeuwen bezat, kwam het in handen van verschillende eigenaren en families. In de Tachtigjarige Oorlog gebruikt Prins Maurits het kasteel als blokhuis in zijn Staats-Spaanse Linies tegen de Spanjaarden. Dit kasteel, dat in de Middeleeuwen nog een echt kasteel compleet met ophaalbrug was, is in de 18e eeuw afgebroken en vervangen door een landhuis.

In 1784 werd het huis gekocht door Palick Jurriaan van Heerde van Camphuysen, die het aanschafte voor Johan Philip de Nerée en het huis met bijbehorend landgoed behoorde tot 2004 toe aan de familie De Nerée tot Babberich.

Een van de adellijke rechten van Halsaf was de duivenvlucht. Op het landgoed is nog een duiventoren aanwezig uit 1785.

Het landgoed is voor bezoekers toegankelijk, het huis kan bezocht worden.

Legende[bewerken]

Huize Babberich staat ook bekend als Halsaf. Een legende verklaart hoe het kasteel aan die naam komt.

De dienstmeid was 's avonds alleen in het kasteel aanwezig. Een groep van zeven rovers vroegen die avond om binnengelaten te worden. De meid legt uit dat ze niet allemaal tegelijk naar binnen kunnen komen, maar één voor één mogen ze door een opening aan de zijkant van het kasteel naar binnen. Zodra de rovers, hun hoofd door de kleine opening naar binnen steken hakt de dienstmeid het hoofd er met een zwaard af, één voor één, op één na. Zo weet ze de roof in het kasteel te voorkomen. Later werd de dienstmaagd uitgenodigd door een knappe jongeman voor een ritje met zijn koets over de heide van Babberich. Toen zijn pruik afwaaide herkende de dienstmaagd hem als laatste rover en gooide hem van de koets af. De laatste rover viel voor de wielen van de koets, en was op slag dood.

Het verhaal gaat dat zij nog altijd waakt over het kasteel en haar bewoners.

Afbeeldingen[bewerken]