Huize Lidwina

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huize Lidwina
Herdenkingsmonument Zenderen
Herdenkingsmonument Zenderen
Locatie Zenderen
Coördinaten 52° 19′ NB, 6° 43′ OL
Oorspr. functie rusthuis voor overwerkte moeders
Start bouw 1936
Status vernietigde villa, thans nieuwbouw
Eigenaar Cor Hilbrink jr
Detailkaart
Huize Lidwina (Overijssel)
Huize Lidwina
Afbeeldingen
Expositie Verzetsgroep Huize Lidwina
Expositie Verzetsgroep Huize Lidwina
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Huize Lidwina was een villa op een klein landgoed in het Twentse Zenderen. Het was in de Tweede Wereldoorlog vanaf de zomer van 1944 hoofdkwartier van de Landelijke Knokploegen (KP) in Oost-Nederland en is op 23 september 1944 na een Duitse overval geheel verwoest. Drie personen zijn omgebracht.

De villa voor de oorlog[bewerken]

Sietse Hilbrink, die in 1936 met vervroegd pensioen was gegaan en daardoor weinig inkomsten had, betrok de villa samen met zijn vier kinderen en zijn vrouw, die tijdens de economische crisis hulpacties organiseerde voor werkelozen en hun gezinnen. In de prachtige en afgelegen villa vestigden zij een rusthuis voor overwerkte moeders.

Hoofdkwartier van verzet[bewerken]

Toen de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, verstrekte men eerst onderdak aan KP-Zenderen van verzetsman Johannes ter Horst. De knokploegen van Almelo en Enschede volgden, de laatste omdat het in het eigen hoofdkwartier Holterhof te dicht bij de stad lag en te druk met steeds meer onderduikers. De villa werd voorzien van een elektronisch waarschuwingssysteem, wachtposten en er was contact met paters uit de buurt die inlichtingen verzamelden tijdens hun rondgang door de parochies in de omgeving. Er was zelfs een zendinstallatie met een eigen verbindingsteam die deel uitmaakte van Operatie Jedburgh, waarmee men inlichtingen kon doorseinen naar Londen.

Evacuatie en vernietiging van de villa[bewerken]

Vroeg in de avond van 22 september 1944 werd Ter Horst gearresteerd en besloten de kp’ers Lidwina meteen te ontruimen. De KP moest namelijk nog de ‘oogst’ van een wapendropping door een 'Jedburgh-team' in de nabije buurtschap Tilligte in veiligheid brengen. De Duitsers kwamen nog voordat het gelukt was de villa geheel te ontruimen, niet omdat Ter Horst zou hebben doorgeslagen, maar omdat koerierster Ria Hermans een twaalf man tellend SD-commando erheen leidde. Zij was op 23 september ‘s morgens vroeg opgepakt en is volgens verschillende bronnen onder bedreiging de ‘gids’ geweest, enkele uren na haar aanhouding.

Na een vuurgevecht ontsnapten Henk Michel, Chiel Ploeger en Daan Hillenaar; de laatste door eerst zijn pistool leeg te schieten op de aanstormende SD’ers en daarna een handgranaat tussen hen in te gooien. De bronnen melden niet of niet duidelijk of een aanvaller letsel opliep.

Ook Coen Hilbrink, de zoon van Sietse, vluchtte voor de overmacht. Hij aarzelde toen een van de twee vrouwelijke bewoners, koerierster Hermina Schreurs de echtgenote van Johannes ter Horst bij haar vluchtpoging om hulp riep en werd toen doodgeschoten. Diens vader Sietse en een andere KP’er, Dirk Cornelis Ruiter, werden diezelfde middag gefusilleerd, nagenoeg zeker vanwege de vele gevonden wapens in huize Lidwina. De twee vrouwen werden vrijgelaten en de villa werd met springstof opgeblazen.

Controverse rond Ria Hermans[bewerken]

De nasleep in vredestijd leverde na een halve eeuw een uitzonderlijk heftige polemiek op over de rol van Ria Hermans. Tegen haar leidde een intensief, maar ook warrig onderzoek met een verdwijnend dossier na de oorlog niet tot een veroordeling. Daarna doken verschillende historici hierin. Onder hen was Coen Hilbrink junior de opmerkelijkste, die 17 dagen oud was toen zijn vader Coen senior en zijn grootvader in Lidwina werden doodgeschoten. Dat hij zo vroeg halfwees werd, inspireerde hem geschiedenis te studeren met verzetshistorie als specialisme. Over Ria Hermans citeerde hij voor zijn proefschrift ‘De illegalen’ rijkelijk uit processen-verbaal en rapporten, maar onthield hij zich toch van een duidelijke veroordeling. Pogingen van Hilbrink om Hermans op te sporen voor een volledig verhaal, faalden. Toen in 1995 de journalist Jan Haverkate van Dagblad Tubantia haar vond, liet hij zich overtuigen van door haar beschreven onschuld. In de krant verweet hij Hilbrink een misplaatste schuldigverklaring over Hermans te hebben gecreëerd. De wetenschapper beschouwde dat als smaad, maar kreeg naar zijn mening onvoldoende gelegenheid in de krantenkolommen te weerleggen. Dat deed hij in zijn boek 'Vogelvrij Verleden’. De controverse eindigde toen Tubantia (en alle regionale dagbladen van Wegener) op 13 september 2014 in een oorlogsbijlage twee pagina’s inruimden voor Hilbrink en zijn meningen.

Herbouw[bewerken]

Na de oorlog is op de plaats van de vernietigde villa, door Cor Hilbrink jr. een nieuw huis gebouwd met dezelfde naam.

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • De illegalen, SDU 1989
  • Vogelvrij Verleden, Boon 2001