Hultschiner landje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Hultschiner landje in de grenzen van 2010

Het Hultschiner landje of land van Hultschin (Tsjechisch: Hlučínsko; Duits: Hultschiner Ländchen) is een landstreek rond de stad Hlučín (Duits: Hultschin) in Tsjechisch Silezië in de regio Moravië-Silezië, Tsjechië.

Gemeenten[bewerken | brontekst bewerken]

Gemeenten in het Hultschiner landje zijn Bělá, Bohuslavice, Bolatice, Darkovice, Dolní Benešov, Hať, Hlučín, Hněvošice, Chlebičov, Chuchelná, Kobeřice, Kozmice, Kravaře, Ludgeřovice, Markvartovice, Oldřišov, Píšť, Rohov, Služovice, Strahovice, Sudice, Šilheřovice, Štěpánkovice, Třebom, Velké Hoštice, Vřesina en Závada.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het Hultschiner landje behoorde van oudsher tot Moravië, kwam in de veertiende eeuw aan het Silezische vorstendom Troppau (Opava), in 1501 aan Bohemen, daarmee in 1526 aan het huis Habsburg en in de Silezische Oorlogen (1742) aan Pruisen. In dat laatste land behoorde het sinds 1816 tot het district Ratibor in het Regierungsbezirk Oppeln in de provincie Silezië (1919-1920 Opper-Silezië). Tot 1918 behoorde het tot het Duitse Keizerrijk. Het was van economisch belang vanwege zijn steenkool. De bevolking was voor 85% Moravischtalig maar door het onderwijs tweetalig gemaakt. In twee dorpen was de meerderheid primair Duitstalig geworden. Na de Eerste Wereldoorlog kende het Verdrag van Versailles het Hultschiner landje toe aan de nieuwe staat Tsjecho-Slowakije, omdat de bevolking een Moravisch dialect sprak en zodoende tot de Tsjecho-Slowaakse natie zou behoren. De bevolking dacht daar in zoverre anders over dat zij in meerderheid het verlangen had bij Duitsland te willen behoren en in een in 1919 gehouden niet-bindende volksraadpleging daarvoor met een meerderheid van 94% uitsprak. Het gebied, 286 km² met 45.396 inwoners, werd op 4 februari 1920 door de Duitse overheid ontruimd en vervolgens door Tsjecho-Slowaakse troepen bezet. De definitieve grenzen werden in 1924 vastgesteld.

De bevolking bleef voor een groot deel Duitsgezind ondanks haar tweetaligheid. Zij vroeg (tevergeefs) om herstel van het Duitstalige onderwijs. De overheid voerde een tsjechiseringpolitiek om het behoud van het gebied voor de staat te verzekeren. Dat riep ressentiment op en bij de verkiezingen van 1936 behaalde de Duits-nationale 'Sudeten-Duitse Partij' de meerderheid. Met de bezetting van het Sudetenland na de annexatie volgens het Verdrag van München, kwam ook het Hultschiner landje in 1938 weer bij het Duitse Rijk. Het werd in 1939 echter niet ingedeeld bij de nieuwe rijksgouw Sudetenland, maar opnieuw bij de provincie Silezië (1941-1945 Opper-Silezië) gevoegd. In 1945 werd het gebied weer Tsjecho-Slowaaks. De Duitsgezinde minderheid werd verdreven voor zover zij had gecollaboreerd hoewel daarvoor lagere normen werden aangelegd dan voor de Sudetenduitsers, en ook tegenwoordig kent het Hultschiner landje nog een Duitse minderheid (zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog).