Hymenophyllum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hymenophyllum
Platte vliesvaren (Hymenophyllum tunbrigense)
Platte vliesvaren (Hymenophyllum tunbrigense)
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Clade:Tracheophyta
Clade:Euphyllophyta
Clade:Monilophyta
Klasse:Polypodiopsida
Orde:Hymenophyllales
Familie:Hymenophyllaceae (Vliesvarenfamilie)
Geslacht
Hymenophyllum
Sm. (1793)
Afbeeldingen Hymenophyllum op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Hymenophyllum op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Hymenophyllum is een groot geslacht met ongeveer 350 soorten varens uit de vliesvarenfamilie (Hymenophyllaceae). Het zijn kleine terrestrische of zelden epifytische of lithofytische varens die enkel op zeer vochtige plaatsen te vinden zijn.

Ze kennen een wereldwijde verspreiding. In Europa zijn twee soorten inheems, één ervan, de platte vliesvaren (Hymenophyllum tunbringense), is ooit ook in België aangetroffen.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniemen: Amphipterum (Copeland) Presl (1849-51), Apteropteris (Copel.) Copeland (1938), Buesia (Morton) Copeland (1938), Buesia Morton (1932), Charitophyllum v. d. Bosch (1856), Chilodium Presl (1843), Cycloglossum Presl (1843), Dermatophlebium Presl (1849-51), Diplophyllum v. d. Bosch (1861) [non Lehm. 1814], Euphorophyllum van den Bosch; Plant. Jungh. 1. (19) (1856), Hemicyatheon (Domin) Copeland (1938), Leptocionium C. Presl (1843), Mecodium Presl (1849-51), Mecodium Presl ex Copeland (1938), Meringium C. Presl (1843), Myriodon (Copel.) Copeland (1938), Myrmecostylum Presl (1843), Pachyloma Van den Bosch (1861), Ptychomanes Hedw. (1800), Ptychophyllum Presl (1843), Rosenstockia Copeland (1947), Sphaerocionium C. Presl (1843), Tetralasma Philippi (1860)

De botanische naam Hymenophyllum is een samenstelling van Oudgrieks ὑμήν, humēn (vlies) en φύλλον, phullon (blad).

Kenmerken[bewerken]

Hymenophyllums zijn kleine tot zeer kleine overblijvende planten. De bladen zijn bijna transparant, slechts één cellaag dik, en dragen geen huidmondjes. Ze zijn veelvoudig gaffelvormig vertakt en hebben een getande bladrand.

De sporenhoopjes zitten op de tot buiten het blad verlengde nerven een dragen tweekleppige of buisvormige dekvliesjes.

De gametofyten zijn meercellige draad- of lintvormige en kunnen zich, onafhankelijk van de sporofyt, ongeslachtelijk voortplanten door knopvorming of door scheuten.

Habitat en verspreiding[bewerken]

Hymenophyllum-soorten zijn terrestrische of af en toe epifytische of lithofytische planten die vooral op zeer vochtige groeiplaatsen te vinden zijn, zoals op bemoste rotsen nabij watervallen of in grotopeningen. Ze kennen een wereldwijde verspreiding, met het zwaartepunt in subtropische en tropische streken.

Twee soorten, de platte vliesvaren (H. tunbrigense) en Wilsons vliesvaren (H. wilsonii), komen in Europa voor, waarvan de eerste ook in België en het Groothertogdom Luxemburg is aangetroffen.

In Madeira vinden we ook nog de zeer zeldzame, endemische Hymenophyllum maderense.

Taxonomie en fylogenie[bewerken]

In de recente taxonomische beschrijving van Smith et al. (2006) is het geslacht Hymenophyllum uitgebreid met de soorten van de voormalige geslachten Cardiomanes, Hymenoglossum, Rosenstockia en Serpyllopsis[1]. Daarmee omvat het geslacht ongeveer 350 soorten.

De typesoort is Hymenophyllum tunbrigense (L.) Sm. (1794).