Hyperborea

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor het hiernaar genoemde muziekalbum van Tangerine Dream, zie Hyperborea (album).
Zie artikel Voor het geslacht van vlinders van de familie spinneruilen (Erebidae), zie Hyperborea (geslacht).

Hyperborea of Hyperboria (Grieks: Ὑπερβορέα, 'aan de andere kant van het Noorden') was volgens de traditie van de Griekse mythologie het land van de Hyperboreeërs, een mythisch volk dat in het verre noorden van Griekenland woonde. Dit land was perfect, met 24 uur per dag zonneschijn.

De Grieken dachten dat Boreas, de god van de noordenwind, in Thracië woonde, en daarom was Hyperborea een ongedefinieerde natie in de noordelijke gebieden van Europa en Azië. Alleen Apollo, als enige van de Twaalf Olympiërs, werd vereerd door de Hyperboreanen: tijdens de winter verbleef hij bij hen. Van de zijde van de Hyperboreeërs werden mysterieuze geschenken verzonden, verpakt in stro, die eerst bij Dodona terechtkwamen en vandaar doorgegeven werden van volk op volk totdat ze terechtkwamen bij Apollo's tempel op Delos (Pausanias). Ook Theseus en Perseus bezochten de Hyperboreeërs.

Op Griekse landkaarten uit de tijd van Alexander de Grote wordt Hyperborea afwisselend afgebeeld als een schiereiland of eiland, geplaatst voorbij Frankrijk, maar zowel in noordelijke als westelijke omvang groter. Blijkbaar is Hyperborea een gecombineerd idee van huidig Groot-Brittannië en Noorwegen/Zweden. Andere beschrijvingen plaatsten het ongeveer in de richting van de Oeral.

Het opmerkelijke aan Hyperborea is dat het één van een aantal terrae incognitae was van de Grieken en de Romeinen, waar Plinius en Herodotus, alsook Vergilius en Cicero, verslag doen van een volk dat leeftijden behaalde tot 1000 jaar en genoten van levens in complete gelukzaligheid. Volgens Herodotus (4.13) leefden de Hyperboreeërs voorbij de Arimaspi en werden ze bezocht door Aristeas, van wie men zegt dat hij een gedicht in hexameters over hen geschreven heeft (nu verloren gegaan). Hesiodus noemt de Hyperboreeërs, volgens Herodotus, "en Homerus ook in de Epigonoi, als dat werkelijk van zijn hand is". Bovendien zou de zon slechts één keer per jaar opkomen en ondergaan in Hyperborea. Grote hoeveelheden goud bevonden zich daar, bewaakt door griffioenen.

Net als met andere van dit soort legendes kunnen sommige details in overeenstemming gebracht worden met moderne kennis. Ten noorden van de poolcirkel schijnt 's zomers de zon 24 uur per dag. Aan de noordpool komt de zon slechts één keer per jaar op en gaat slechts één keer per jaar onder – waarschijnlijk de oorzaak van de foutieve conclusie dat een "dag" voor zo'n persoon een jaar lang duurt, en waardoor duizend dagen leven gelijk zou staan aan duizend jaar leven.

Abaris en Ilithyia zijn Hyperboreeërs.

Theosofie[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens de theosofie, in 1888 uiteengezet in De Geheime Leer van Helena Blavatsky, was Hyperborea een continent dat bestond tijdens het Devoon, Carboon en Perm, dat hier Primair wordt genoemd. Hyperborea werd voorafgegaan door 'het onvergankelijke Heilige Land', dat zoals de naam zegt nooit verging. Daarna ontstonden het continent Lemurië in het Secundair en Atlantis in het Tertiair. Net als later Lemurië en Atlantis ging Hyperborea door overstromingen ten onder. De theosofie hanteert een eigen chronologie die afwijkt van de wetenschappelijke tijdperken. Het Primair zou zich grofweg tussen 150 en 50 miljoen jaar geleden hebben afgespeeld.[1][2] Sinds 1.6 miljoen jaar leven we volgens de theosofie op het 'vijfde' continent (Amerika, Europa en Klein-Azië), in het Kwartair.

Groenland en Spitsbergen zouden overblijfselen zijn van dit tweede continent Hyperborea, 'het gezegende land van het eeuwige licht en de eeuwige zomer', achter Noorwegen of Scandinavië 'van de korte nachten en lange dagen'. Tijdens het 'Mioceen' hadden Groenland en Spitsbergen 'een bijna tropisch klimaat' en was er op Groenland 'een overvloed van bomen, zoals de taxis, de roodhoutboom, de reuzenpijnboom, verwant aan de Californische soorten, beuken, platanen, wilgen, eiken, populieren en notebomen, en ook een magnolia en een zamia'.[3]

Ariosofie[bewerken | brontekst bewerken]

Na 1900 werd term "Hyperborea" gebruikt door de ariosofen, een antisemitische religieus-politieke stroming in Duitsland en Oostenrijk, die de esoterische leer van Blavatsky verwrong en misbruikte. De aanhangers van deze stroming meenden dat het Arische of blanke ras uit een mythische noordelijke provincie stamde, die Hyperborea of Thule werd genoemd. Deze overtuiging werd door de nazi's overgenomen en tot hoeksteen van hun rassenpolitiek gemaakt.[4]

Volgens De Geheime Leer van Blavatsky resulteerde de beschaving van Hyperborea in die van Lemurië en vervolgens in die van Atlantis. Van Atlantis ging de beschaving over in dat van het vijfde wortelras, dat van de Ariërs ('nobelen') in Midden-Azië. Uit dit kerngebied (waar nu de Gobi woestijn ligt) ontwikkelden zich de Indiase, Perzische, Keltische en Germaanse(Scandinavische)-Slavische culturen en Annie Besant en Charles Webster Leadbeater spraken ook van de Arabische cultuur als 'arisch'. De theosofie benadrukt daarom de 'oerreligie' ('archaïsche wijsheidsreligie'), die aan alle religies in de wereld ten grondslag ligt en heeft juist niets met racisme of totalitarisme van doen. Blavatsky maakt ook duidelijk dat er tegengestelde partijen op 'occult' gebied bestaan: er is 'witte', maar ook 'zwarte magie'. Kennis kan in het algemeen zowel ten goede als ten kwade worden gebruikt. Gedegen onderzoek naar theosofie en ariosofie is dan ook noodzakelijk om goed onderscheid daartussen te kunnen maken. Volgens de theosofie kwamen de 'arische' Germanen niet van Hyperborea of Atlantis, maar net als alle andere Indo-europese volkeren uit Midden-Azië.

Voor de term 'Borea' speelt de Duits-Nederlandse geleerde Herman Wirth een belangrijke rol, die in 1935 door SS-leider Heinrich Himmler tot directeur van de Deutsche Ahnenerbe werd gemaakt.

De verzonken beschavingen van Atlantis en Hyperborea spelen een belangrijke rol in het werk van de Franse esotericus René Guénon (1886-1951), grondlegger van de filosofie van het traditionalisme, die zich met name op Wirth beroept.[5] Guénons eerste boek tegen theosofie was Le Théosophisme: Histoire d'une pseudo-religion (1921). De reactionair-esoterische filosoof Julius Evola gebruikt voor deze beschaving het woord 'boreaal'.

De term Hyperborea wordt sinds de jaren negentig gebruikt door nationalistische en neofascistische bewegingen in de Russische Federatie om het woongebied van de etnische Russen aan te duiden. Het woord heeft een racistische en antisemitische connotatie, doordat in deze optiek joden en moslims als verdringers van de oorspronkelijke ("arische") bevolking gezien kunnen worden.[6] Met name de invloedrijke, nationalistische politiek-filosoof Aleksandr Doegin geeft de term een centrale plek in zijn publicaties. In zijn hoofdwerk The Hyperborean Theory (Giperboreiskaia teoriia, Moskou 1993) en in latere bijdragen geeft hij uitvoerig aandacht aan het werk van Herman Wirth en Julius Evola.[7] Hyperborea staat bij hem voor de beschaving van het Euraziatische continent, het geopolitieke centrum van de Russische federatie, dat contrasteert met de maritieme wereld van de door hem bekritiseerde Angelsaksisch-Amerikaanse cultuur.

Divers[bewerken | brontekst bewerken]

De term "Hyperboreeër" wordt heden ten dage soms gebruikt als aanduiding van iemand die in een koud klimaat leeft.

Het classificatiesysteem van de Library of Congress bevat een subklasse "Hyperboreaanse talen" als verzamelnaam voor de – linguïstisch gesproken los van elkaar staande – talen van volken die in de Arctische gebieden wonen, zoals de Inuit.

Hyperborea is de naam van een fictief continent waar een deel van de verhalen van Clark Ashton Smith zich afspeelt.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]