Hypnose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een vrouw wordt onder hypnose gebracht (schilderij van Richard Bergh).

Hypnose (uit het Grieks ὑπνος hupnos, slaap) is een kunstmatig gecreëerde staat van bewustzijn waarin men ontspannen is en geconcentreerd op een bepaald onderwerp. Hoewel de wetenschappelijke geschiedenis van het gebruik van hypnose pas aanvangt met Franz Mesmer in de 18e eeuw werd de techniek reeds lang daarvoor toegepast door tovenaars en genezers.[1]

Algemeen[bewerken]

Sommige mensen zijn van mening dat er slechts één soort hypnose is: zelfhypnose. Zelfs onder begeleiding van een hypnotiseur is het de cliënt zelf die toestaat dat de trance ontwikkelt en laat bestaan. Dus iedere vorm van hypnose begint toch eigenlijk in de eerste plaats steeds bij de gehypnotiseerde zelf, maar aangezien suggesties van anderen dit kunnen teweegbrengen laat men zich dan eigenlijk begeleiden in de zelfhypnose. Zonder aandacht te schenken aan een vreemde suggestie zal geen hypnose intreden.

Anderen stellen dat er twee soorten hypnose zijn:

  • zelfhypnose, waarbij men zichzelf in de hypnotische toestand brengt, ook autosuggestie genoemd.
  • hypnose waarbij een hypnotiseur de hypnotische toestand tot stand brengt.

Er zijn verschillende stadia van hypnose, van licht zoals een lichte roes tot een zeer zware hypnotische toestand met een totaal verlies van (zelf)bewustzijn en waarbij zelfs een blokkade van zintuiglijke en pijnprikkels kan optreden. Een lichte hypnotische toestand kan vergeleken worden met een situatie waarin men alles om zich heen even vergeet, zoals het diep verzonken zitten in een boek of het kijken naar een spannende film waar men helemaal in opgaat.

De hypnotiseur dient integer te zijn en vertrouwen en gezag uit te stralen. Het is voor een diepere hypnose noodzakelijk dat de gehypnotiseerde zijn zelfcontrole en verantwoordelijkheid tot een bepaald niveau overdraagt aan de hypnotiseur. Op die manier kan de gehypnotiseerde een voldoende hogere vernauwing (concentratie) van zijn bewustzijn verkrijgen. Hij maakt als het ware zijn geest los van allerlei standaard processen en verwacht dat deze overgenomen worden door de hypnotiseur.

Hypnose is geen therapie, hoogstens een hulpmiddel om therapeutische doelen te bereiken.

Integriteit van de hypnotiseur[bewerken]

Het komt voor dat de motieven van de hypnotiseur niet zuiver zijn en dat hij zijn toevlucht tot bepaalde methoden en trucs neemt om een bepaald gezag uit te stralen. Men neemt soms zelfs de naam aan van "hypnotherapeut", daarbij de suggestie wekkend dat door middel van hypnose een bepaalde therapie mogelijk is.

Verbeteringen door hypnose aangebracht, kunnen mogelijk op een ander vlak andere problemen doen ontstaan. Alleen zelfwerkzaamheid, dus met eigen bewustzijn en verantwoordelijkheid, kan men een verbetering bewerkstelligen. Indien een hypnotiseur integer is zal hij de grootste terughoudendheid betrachten met de toepassing van hypnose. Ook zal hij geen amnesie veroorzaken zodat de gehypnotiseerde altijd achteraf weet wat er tijdens de hypnose is gebeurd. Respect voor een ander moet steeds voorop staan.

Afhankelijkheid van de hypnotiseur[bewerken]

Bij de zelfhypnose, waarbij de gehypnotiseerde de bewuste controle blijft houden over het hypnoseproces, kan de hypnosetoestand natuurlijk nooit diep zijn. Er is een bepaalde grens waarbij de gehypnotiseerde zijn (o.a. ethische) verantwoordelijkheid overdraagt aan de hypnotiseur. Dan kan een diepere toestand bereikt worden dan bij zelfhypnose. Het zal duidelijk zijn dat de verantwoordelijkheid daarvoor volkomen bij de gehypnotiseerde ligt. Het is in het algemeen niet aan te raden dat dit gebeurt, omdat dan onbekende bewustzijnsinvloeden van de hypnotiseur over kunnen gaan op de gehypnotiseerde. Die kan dit niet duiden en daardoor kunnen (veel) later na de hypnose problemen ontstaan zoals angstdromen of dwanghandelingen.

Posthypnotische suggesties[bewerken]

Het is ook mogelijk dat dwanghandelingen bewust door de hypnotiseur worden geprogrammeerd: we spreken dan van post-hypnotische suggesties. Hierbij zijn in het onbewuste deel van de gehypnotiseerde processen tot stand gebracht die hij ook lang na de hypnose niet zelf meer onder controle heeft. Hij kan dan opeens iets gaan doen of denken wat hij normaal nooit gedaan zou hebben. Op deze manier kunnen ook "gewenste" handelingen worden geprogrammeerd, zoals het niet-roken als men wil stoppen met roken. Echter het nadeel van dit soort programmering is dat het symptoombestrijding is. Een probleem dat bewust overwonnen wordt beklijft, met een truc (zoals in dit geval de posthypnotische suggestie), ontstaat een verschuiving van het onderliggende probleem.

Versterkte waarneming[bewerken]

Het bewustzijn is te vergelijken met een lichtbundel uit een zaklantaarn. Een zwak licht over een groot gebied of een fel licht op een klein gebied. Door concentratie krijgen we een kleine spot die heel erg fel kan zijn. Veel mensen kunnen zich onvoldoende sterk concentreren. Bij hypnose kan dat wel omdat het een geleid proces is, dat min of meer automatisch verloopt. Op een bepaald (concentratie)gebied kan dan heel nauwkeurig waargenomen worden. Dat is dan ook de verklaring dat men zich weer dingen kan herinneren die men vergeten is en op normale wijze niet kan herinneren. Men spreekt er zelfs van, dat dan helderziende waarneming mogelijk is.

Hypnosetechnieken[bewerken]

De hypnotherapeut bereikt de hypnotische toestand door inductietechnieken (Flowers, oogfixatie, snelle inductietechniek, etc). De patiënt volledig te laten ontspannen, in een rustige ruimte zodat de patiënt niet wordt afgeleid door prikkels van buitenaf.

Een hypnose sessie bestaat uit verschillende fases:

1) Inductie, hier wordt een initiële trancestaat opgewekt.

2) Verdiepen, hier wordt de initiële trancestaat intensiever gemaakt met behulp van suggesties als: "Laat je maar zweven, drijven, dromen. Met iedere ademhaling zink je dieper en dieper weg". In therapiesessies worden er vaak visualisatie-oefeningen gedaan, zoals een voorstelling maken dat je op een strand bent.

3) Suggesties, wanneer er een werkbare diepte van trance (dan wel een goed geconditioneerde volgzaamheid) is bereikt, worden er suggesties gegeven. In hypnotherapie ter ontwikkeling van de cliënt en bij showhypnose voor entertainment (voor zowel de cliënt als het publiek).

4) Ontwaken, het ontwaken uit hypnose bestaat uit het ongedaan maken van suggesties (met name bij toneelhypnose ethisch verantwoord) maar het meest belangrijke om een persoon weer helemaal bewust te laten worden en laten merken dat de sessie over is.

Een bepaalde gedachte achter de werking van hypnose[bewerken]

Door middel van hypnose zou contact gemaakt kunnen worden met het onderbewustzijn. Zo kan informatie worden verkregen die in het dagelijks leven door het gewone bewustzijn wordt tegengehouden. Deze blokkade zou het oplossen van problemen en klachten in de weg staan. Problemen zouden volgens sommigen ook veroorzaakt kunnen worden door vroegere ervaringen. Inzet van hypnose zou in deze gevallen opheldering kunnen verschaffen. Dit wordt aangeduid als regressietherapie, hoewel regressietherapie ook kan zonder opwekking van hypnose.

Een andere zienswijze is dat het bestaan van blokkades nuttig is. Het is meestal een gevolg van een trauma. Het nut van blokkades en verdringing is dat geestelijke pijn en onvermogen tot adequaat handelen uitgeschakeld worden. Het dagelijkse leven heeft volgens deze zienswijze een grotere prioriteit dan een volmaakt zuiver bewustzijn. Het bewustzijn doet dat op een vergelijkbare manier als een "zwarte plek" in de "lichtbundel van de waarneming". Het opheffen van deze blokkades kan effectief gebeuren door de daaraan ten grondslag liggende oorzaak aan te pakken door zelfwerkzaamheid, zelfreflectie en verwerking van de oorzaak (het trauma oplossen of de verkeerde zienswijze bijstellen). Indien met hypnose zo'n blokkades op een simpele manier wordt weggenomen, dan kan plotseling een verschrikkelijke geestelijke pijn het gevolg zijn, die dan weer aanleiding geeft tot een nieuw trauma, dat dan complexer is geworden en door de invloed van het bewustzijn van de hypnotiseur een verstrikking kan geven.

Geschiedenis[bewerken]

In Griekenland en ook in Egypte bestonden slaaptempels, een soort kuuroord voor de geest waar mensen heengingen om te genezen. In de Griekse tijd was de tempel van Asclepius in de stad Epidaurus beroemd.

In de Middeleeuwen maakten de kabbalisten en alchemisten aanspraak op het bezit van hypnose als een geheime wetenschap, waarvan de praktische toepassing tot bijzondere prestaties in staat zou stellen.

Spiritisten uit de vorige eeuw konden de hypnose goed gebruiken om hun mediums in de vereiste trancetoestand te brengen om ontvankelijk te worden voor boodschappen van overledenen. Tegenstanders plaatsten dit in de sfeer van occultisme.

De Weense arts Franz Anton Mesmer ontwikkelt aan het eind van de 18e eeuw het therapeutische magnetisme, het mesmerisme, een techniek, deels verwant aan de hypnose, maar op een andere basis werkend. De Schotse mijnarts James Braid gebruikte hypnose om zijn patiënten mee te verdoven bij operaties. Hij is overigens de vader van de naam hypnose. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat het magnetisme van Mesmer niet bestond en feitelijk op onbewuste hypnose berustte. De arts Jean-Martin Charcot past de hypnose toe binnen de psychiatrische praktijk van het 19e-eeuwse Parijs. Hij toonde aan dat onder hypnose de symptomen van hysterie verdwenen. Beiden artsen richten zich met de hypnose de aandacht op het psychische en daarom kunnen we ze beschouwen als voorlopers van Sigmund Freud. Freud verving hypnose snel door vrije associatie en droomstudie, vanwege het feit dat hij niet in staat was te hypnotiseren.

Toepassingen en kanttekeningen[bewerken]

  • Een toepassing van hypnose is het niet ervaren, of sterk verminderen van pijn.
  • Als therapeutisch hulpmiddel (Hypnotherapie) (zie: Sigmund Freud)
  • Een omstreden, maar veel toegepaste en doeltreffende toepassing van hypnose is regressie, waarbij wordt teruggegaan naar het verleden om een gebeurtenis terug te halen in het bewustzijn. Dit wordt door sommigen aanbevolen als methode om bewijs in de rechtszaal te verkrijgen.
  • Hypnose is gestoeld op de inmiddels achterhaalde theorie van Freud dat het brein uit een bewust en onderbewust gedeelte bestaat. Uit neuro-wetenschap blijkt deze redenering foutief te zijn. Wat het "onderbewustzijn" is, zijn eigenlijk ingesleten patronen die door herhaling versterkt zijn.
  • Trancetoestand is nog nooit bewezen. Er is daarom ook een tweedeling tussen staat-theoristen, zij die geloven in een trancetoestand en niet-staattheoristen, zij de geloven dat hypnose een sociaal-cognitief karakter hebben en dat het suggestie is dat het werk doet en niet een specifieke gedachtentoestand; The Amazing Kreskin is voor de rechter gedaagd door een hypnotiseur, omdat Kreskin beweerd had dat er geen trance bestaat. De rechter heeft Kreskin in het gelijk gesteld na het zien van zijn demonstraties.
  • Trancetoestand zal wellicht ook nooit wetenschappelijk te testen zijn, aangezien de tests (het gebruik van suggestie) de tests beïnvloeden en er dus altijd sprake is van een placebo-effect.
  • Hypnose wordt wel met succes toegepast als vervanging van (plaatselijke) anesthesie, o.m. in de tandartspraktijk.[2]

De uit hypnose verkregen informatie kan echter beïnvloed worden door fantasie of vervorming van herinneringen. Andere factoren die meespelen zijn een groot vertrouwen in de hypnotherapeut (waardoor men gemakkelijker onthullingen doet), de behoefte om aan de verwachtingen van de hypnotherapeut te voldoen en (sterke) behoefte aan een verklaring voor onbegrepen klachten en problemen. Uit wetenschappelijke experimenten is dan ook geen eenduidig beeld gekomen over de betrouwbaarheid van hypnose. Dit kan verklaard worden uit het feit dat er zoveel verschillende factoren meespelen, zoals verwachtingen, oprechtheid, motieven, integriteit van zowel de hypnotiseur als de gehypnotiseerde en conflicterende ervaringen in het onderbewustzijn uit het verleden die voor iedereen verschillend zijn.

Hypnose in de kunst[bewerken]

André Breton, een Frans dichter en essayist, oorspronkelijk beoefenaar van het Dadaïsme en later initiator van het surrealisme deed vijf jaar systematische proefnemingen met 'automatisch schrijven' en met de hypnotische slaap. Het Manifest van het Surrealisme, dat hij in 1924 publiceerde, was daar de vrucht van.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties