IJsbergtheorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
ijsberg, alleen de top is te zien.

De ijsbergtheorie (in het Engels: Iceberg Theory of The principle of the iceberg) is de metafoor waarmee Ernest Hemingway zijn schrijfstijl beschreef.

Hemingway ontdeed de tekst van zijn verhaal van alles wat afbreuk deed aan de essentie, of wat de lezer zelf zou kunnen achterhalen of invullen. De lezers construeren dus zelf voor een deel het verhaal en vervolledigen het met wat aan de oppervlakte niet zichtbaar is, net als een ijsberg waarvan het grootste stuk aan de blik is onttrokken. De handelingen en dialogen van de personages moeten duidelijk maken welke spanningen er in het verhaal spelen, hoewel de schrijver ze niet expliciet maakt. Hemingway streefde zelf grote soberheid na in zijn schrijven, door adjectieven weg te laten en korte, kernachtige zinnen te maken.

Zijn beroemde "ijsbergtheorie", ook wel bekend als de "theorie van het weglaten", is afkomstig uit zijn verhandeling over stierenvechten, Death in the Afternoon:

Aanhalingsteken openen

Als een schrijver van proza goed weet waar hij over schrijft, kan hij dingen weglaten, en de lezer zal dan, als de schrijver waarachtig genoeg schrijft, die dingen even goed kunnen aanvoelen als wanneer de schrijver het allemaal had uitgelegd. Een ijsberg beweegt zo waardig omdat maar een achtste deel ervan boven het water uitsteekt.[1]

Aanhalingsteken sluiten

Zie ook[bewerken]


Genres epiek en tekstsoort:anekdote · ballade · broodjeaapverhaal · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · literair genre · mythe · novelle · overlevering · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · sterk verhaal · tekstsoort · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn:catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina (verhaallijn) · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · rode draad · scène · setup · startplotscène · synopsis · verhaallijn
Begin en einde:ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage:aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning:cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en -instantie:afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetisch · heterodiëgetisch · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · rhema · voice-over
Motief & thema:abstract en concreet motief · isotopie · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte:eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl:directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario:premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode:middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie:driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse