Idesbaldus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Heiligen Godelieve en Idesbald in het Duinenkerkje te Oostende.

Idesbald (+ Koksijde, 1167) was abt van de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen te Koksijde en werd in 1894 door de Katholieke Kerk zalig verklaard.

Levensloop[bewerken]

Het is onduidelijk of hij oorspronkelijk een kanunnik van de Sint-Walburgakerk (Veurne) was. Onder de naam Idesbald trad hij binnen in de jonge abdij van Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen te Koksijde. Hij kreeg er de functie van cantor: hij organiseerde de liturgie en beheerde de liturgische boeken van de abdij. Toen abt Albero in 1155 vertrok uit de Duinenabdij, koos de gemeenschap Idesbald als derde abt en als eerste van de eigen gemeenschap. Onder zijn leiding kwam de abdij tot bloei; hij wist het bezit uit te breiden en tolvrijstellingen te bekomen in Vlaanderen, Engeland en Guines. In 1167 is Idesbald gestorven als abt van de Duinenabdij. Hij werd begraven in een loden kist.

In oudere literatuur wordt een herkomst als herenboer in Eggewaartskapelle als hypothese geformuleerd; die wordt thans algemeen afgewezen.

Dat hij van der Gracht heette, is een zeer laattijdige toeschrijving van de familienaam, die in eigentijdse bronnen niet aangetroffen wordt.

Na zijn dood[bewerken]

In de 13de eeuw werd een nieuw abdijcomplex uitgebouwd. Daarbij werd in 1237 de loden kist van Idesbald naar de nieuwe kapittelzaal overgebracht. Bij opening van de kist bleken zijn stoffelijke resten goed bewaard.

Monniken van de abdij ontdekten op 13 november 1623 een loden kist onder het puin van de kapittelzaal van de inmiddels verwoeste abdij, met daarin het ongeschonden lichaam van Idesbald. De kist werd eerst in de abdijhoeve Ten Bogaerde bewaard. Daar werden zijn stoffelijke resten officieel erkend door de bisschop van Ieper. Daarna bevestigden mirakels zijn vermeende heiligheid. Ook aartshertogin Isabella kwam zijn stoffelijk overschot begroeten. Bij de vlucht van de Duinheren uit Koksijde via Nieuwpoort naar Brugge werd ook zijn kist overgebracht. Hij werd definitief begraven in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Potteriekerk te Brugge op 6 april 1831.

Bij Gérardine Rychaert uit Veurne werd in 1624 een duiveluitdrijving uitgevoerd na een bezoek aan Idesbaldus. Eerdere pogingen waren mislukt. Op 2 oktober 1625 bezocht Dame Marie Briois, cisterciënzerin uit Marquette (bij Rijsel) de relieken van Idesbaldus en werd genezen van haar zware migraine. De kustbewoners begonnen Idesbald te vereren en er werd een kruis geplaatst op de plaats waar hij werd gevonden. Op 11 juni 1798, in de nadagen van de Franse Revolutie, werd dit kruis verwijderd en verbrand om in 1983 door een nieuw te worden vervangen. In 1819 hadden de vijf laatste monniken van de abdij van Koksijde een kapel op de vindplaats gebouwd.

In 1894 werd Idesbald door paus Leo XIII zaligverklaard. Zijn feestdag is op 18 april. Hij is patroonheilige van de zeelieden en wordt aangeroepen tegen koorts, jicht en reuma.

De naam Idesbaldus werd gegeven aan de badplaats Sint-Idesbald in Koksijde.

Opening kist[bewerken]

In 2015 werd het reliekschrijn van de zalige Idesbald voor de twaalfde keer geopend voor onderzoek. Onderzoekers wilden daarmee een inzicht verwerven in ziektebeelden en voedingspatronen uit het verleden.

In juni 2015 bleek dat de kist niet het stoffelijk overschot van de zalige Idesbald kon bevatten, aangezien de aangetroffen resten 250 jaar jonger waren. Vermoedelijk zijn het de resten van een andere abt.[1]

Literatuur[bewerken]

  • Nivardus VAN HOVE, Het leven, mirakelen ende wonderlycke vindinge van het heyligh ende ongeschonden lichaem van den S. Idesbaldus, derden abt van de vermaerde abdye van Duynen, nu binnen de stadt van Brugghe, Brugge, 1687, 261 blz. (beschikbaar op Google Books). Heruitgaven 1723 en 1828.
  • A. DE LEYN, Idesbald van der Gracht, in: Biekorf, 1890.
  • Guido GEZELLE, Idesbald van der Gracht, in: Biekorf, 1894.
  • H. CLAEYS, Het leven van den zaligen Idesbald van der Gracht (...), Roeselare, 1895.
  • A. DE LEYN, Le Bienheureux Idesbald van der Gracht. Son culte à Bruges (1627-1831), Brugge, 1896.
  • Pater NEREUS, Sint Idesbald,. De bloem der Vlaamsche kust, Koksijde, 1934.
  • J. DE CUYPER, Idesbald van der Gracht, Brugge-Roeselare, 1946.
  • Jean DE VINCENNES, L'abbaye dus Dunes. Saint Idesbald, Charleroi, 1956.
  • H. VAN ROYEN, 'Het monastieke leven van de broeders van Ten Duinen (1107-1833)', in: D. Vanclooster (red.), De Duinenabdij van Koksijde : cisterciënzers in de Lage Landen. Lannoo, Tielt, 2005.
  • L. MEULEBROUCK, De aanwezigheid en verering van de zalige Idesbald te Brugge (1627-1831), in: Biekorf, 2012.
  • L. MEULEBROUCK, Idesbald in de Potterie in Brugge vanaf 1831, in: Biekorf, 2013.
  • D. VAN BELLEGHEM, Idesbald wordt onderzocht. Kist is heropend op vraag van Abdijmuseum Koksijde, in: Ministrando, 2015.
  • M. VAN STRYDONCK e.a., C-dating of the skeleton remains and the content of the lead coffin attributed to, the Blessed Idesbald (Abbey of the Dunes, Koksijde), in: Jpournal of Archeological Science Reports, 2016.
  • Jean-Luc MEULEMEESTER, Brugse feesten voor de zalige Idesbald in 1896, in: Brugs Ommeland, 2016.

Externe links[bewerken]