Iep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de Nederlandse kinderfilm uit 2010, zie Iep!
Iep
Hollandse iep (Ulmus ×hollandica)
Hollandse iep (Ulmus ×hollandica)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Ulmaceae (Iepenfamilie)
geslacht
Ulmus
L. (1753)
Iep geplant in 1713 in Gorbio, Frankrijk
Iep geplant in 1713 in Gorbio, Frankrijk
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Iep (Ulmus) (ook bekend als olm) is een geslacht van loofbomen. De bladeren zijn veernervig en hebben een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand. Ze lijken soms op de bladeren van de haagbeuk (Carpinus betulus). Iepenbladeren hebben echter in tegenstelling tot die van de haagbeuk een ongelijke bladvoet. De bloemen bloeien eerder dan dat de bladeren verschijnen. Het bloemdek is klein, groen en aan de slippen zijn ze onderling vergroeid. Daar boven staan de meeldraden met paarse helmhokken en de stamper. De zaden zijn afgeplat en hebben een brede gevleugelde rand.

De iep is gevoelig voor de iepziekte. Deze verwelkingsziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Ophiostoma ulmi. De iepziekte wordt overgebracht door de iepenspintkever, die de genoemde schimmel bij zich draagt. De schimmel groeit in de houtvaten van iepen, waartegen de boom zich verweert met thyllen, waardoor deze houtvaten verstopt raken. Hierdoor verwelken de bladeren en sterft de boom. Van de begin 20e eeuw nog zeer uitgebreide iepenbestanden in Nederland is tussen 1919 en 2000 zeker negentig procent door de iepziekte verdwenen, waardoor het landschap een behoorlijke verandering heeft ondergaan.

Sinds de ontdekking in Nederland van het iepziekte-mechanisme wordt er in diverse landen in Europa en Noord-Amerika gewerkt aan selectie- en kruisingsprogramma's om iepen te ontwikkelen die bestand zijn tegen de iepziekte. Tegenwoordig zijn er weer fors aantal hybride-iepen beschikbaar die goed kunnen worden toegapast.

Iepen groeien bij voorkeur op tamelijk voedselrijke, vochthoudende en kalkrijke grond.

In Nederland is tot de jaren '80 vooral de Hollandse iep veel aangeplant in de kustprovincies. Hij is goed tegen de enigszins zilte zeewind bestand. Tegenwoordig worden de vroege Nederlandse hybriden aangeplant, zoals Lobel, Clusius, Plantijn, Dodoens. Maar nog meer de moderne hybriden zoals Columella, Pioneer, New Horizon, Rebona, Morton, Morton Glossy, Nanguen, Wanoux of Frontier.

Op de schors van iepen kan een grote variatie aan korstmossen groeien.

Soorten[bewerken]

Tot de iepen behoren onder andere de volgende soorten:

  • Fladderiep of steeliep (Ulmus laevis)
  • Gladde iep of veldiep (Ulmus minor of Ulmus carpinifolia)
    • Monumentale Veldiep of Wheatleys iep (Ulmus carpinifolia 'Sarniensis' of Ulmus carpinifolia 'Monumentalis')
    • Kurkiep (Ulmus minor var. suberosa)
  • Ruwe iep of bergiep (Ulmus glabra)
  • Engelse veldiep (Ulmus procera)
  • Hollandse iep (Ulmus ×hollandica) is een kruising van Ulmus minor en Ulmus glabra.
    • Ulmus × hollandica 'Groeneveld' is in 1941 ontstaan en in 1949 geselecteerd.
    • Huntingdon Iep (Ulmus hollandica 'Vegeta')'
    • Goudiep (Ulmus hollandica 'Wredei')

Daarnaast zijn de in Nederland aangeplante rassen veelal kruisingen van de soorten Ulmus glabra, Ulmus wallichiana, Ulmus carpinifolia en Ulmus ×hollandica