In de wind

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
In de windse koers met klapperende zeilen

In de wind ligt een schip wanneer de wind recht of praktisch recht van voren in komt. Dit gebied beslaat voor langsgetuigde schepen ongeveer 30-45 graden over beide boegen. Voor een zeilschip is dit een koers die niet te bezeilen is. Het wordt ook wel een in de windse koers genoemd en de hoek ten opzichte van de windrichting de dode hoek.

Voor grote, dwarsgetuigde schepen is de hoek van de in de windse koers zelfs veel groter: tot 70-90 graden over beide boegen.

Als de bestemming in een in de windse richting ligt moet er aan de wind worden gevaren. Door een aantal keer overstag te gaan en over de andere boeg te gaan varen wordt een zigzagkoers gevaren, het opkruisen of laveren. Op deze wijze kan de tegen de wind in liggende bestemming toch bereikt worden, zij het dat dit wel veel extra tijd kost (er worden veel extra mijlen gevaren om bij de bestemming te komen). Een schip dat dus hoog aan de wind kan varen, is het snelst ter bestemming.

Andere koersen ten opzichte van in de wind zijn aan de wind, halve wind, ruime wind, voor de wind.

Zie ook[bewerken]