Naar inhoud springen

Indische trap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Indische trap
IUCN-status: Kritiek[1] (2018)
Een mannelijke Indische trap in Gujarat, India.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Otidiformes
Familie:Otididae (Trappen)
Geslacht:Ardeotis
Soort
Ardeotis nigriceps
(Vigors, 1831)
Verspreidingsgebied van de Indische trap.
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Indische trap op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Indische trap (Ardeotis nigriceps) is een vogel uit de familie van de Otididae (Trappen). Het is een ernstig bedreigde, endemische vogelsoort in India.

De vogel is 92 tot 122 cm lang en weegt 3,5 tot 6,7 kg (vrouwtjes) en 8 tot 14,5 kg (mannetjes). De vogel is onmiskenbaar een grote soort trap. Het mannetje is wit van onder met een bruine band over de borst en bruin van boven met een zwarte kruin. Het vrouwtje is kleiner en mist de bruine band en is grijs op de keel en hals.[2][1]

Verspreiding en leefgebied

[bewerken | brontekst bewerken]

Deze soort is endemisch in noordwestelijk en Midden-India en het oosten van Pakistan met vroeger grote leefgebieden in de Tharwoestijn en het Hoogland van Dekan. Het is een vogel van droge gebieden, licht golvende halfwoestijnen met verspreid grasland en struikgewas en zeer extensief gebruikt agrarisch land. De vogel is uit meer dan 90% van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied verjaagd, het kerngebied ligt nu nog in Rajasthan.

Voedsel en voortplanting

[bewerken | brontekst bewerken]

De Indische trap bewoont aride en semi-aride graslanden met verspreid lage struiken en extensieve landbouw op vlak of licht golvend terrein. De soort gebruikt verschillende microhabitats voor verschillende activiteiten: relatief hoge en dichte vegetatie van 25 tot 100 cm met veel insectenrijkdom voor het nestelen, korte schaarse vegetatie van minder dan 25 cm op licht verhoogde grond voor de balts, en middelhoge vegetatie of kleinere bomen voor schaduw en rust. Het broedseizoen valt in de midzomer en de moesson. De vogel nestelt op de kale grond en legt slechts één legsel per jaar, bestaande uit één en zeer zelden twee eieren. Buiten de broedtijd legt de soort vermoedelijk lokale en mogelijk lange-afstandsverplaatsingen af op zoek naar voedselrijke gebieden. De gemiddelde generatieduur bedraagt circa 15,6 jaar.[3]

De Indische trap heeft een extreem klein en sterk gefragmenteerd verspreidingsgebied. De populatie nam af van naar schatting 1.260 vogels in 1969 tot ongeveer 300 in 2008, een daling van circa 82% over 47 jaar (drie generaties). BirdLife International plaatste de populatie in 2018 in de bandbreedte van 50 tot 249 volwassen individuen, met een dalende trend en ten minste zes deelpopulaties. Telling in de Tharwoestijn in 2014 leverde nog circa 155 individuen op, terwijl in Maharashtra in 2014 slechts drie vogels en in Kachchh minder dan twintig werden waargenomen. Historisch werd de soort vooral bedreigd door bejaging voor sport en consumptie; in Pakistan werden tussen 2004 en 2008 49 van de 63 waargenomen vogels gestroopt. De huidige hoofdbedreigingen zijn habitatverlies en degradatie door landbouwexpansie en irrigatie, mijnbouw, wegen, windturbines en hoogspanningsmasten met aanvaringsslachtoffers, alsmede verstoring en predatie van nesten door vrij rondlopende honden en huiskraaien (Corvus splendens). De soort staat sinds 2011 als ernstig bedreigd (kritiek) op de Rode Lijst van de IUCN en is opgenomen in CITES-bijlage I en CMS-bijlage I. In India is de soort opgenomen in Schedule I van de Wildlife (Protection) Act, en in Rajasthan loopt sinds 2013 het programma Project Great Indian Bustard met onder meer broedomheiningen en habitatherstel.[3]