Industrie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1946. Het ministerie van Handel en Nijverheid organiseert een persexcursie naar enkele industrieën en ambachtsbedrijven in Nederland.
Bioscoopjournaal uit 1954 over een meerdaags bezoek van leden van de Eerste en Tweede Kamer aan diverse Nederlandse industrieën
Afrikahaven in het Westelijk Havengebied, Amsterdam.
Industriegebied in Stadskanaal.
Botlekbrug en Botlekgebied.
Hoogovens in IJmuiden.

De industrie in Nederland is middelgroot in Europa ten opzichte van de grootste industrie van Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, en Italië. Voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten zijn de belangrijkste industriële activiteiten.

Geschiedenis[bewerken]

Tot in de 19e eeuw was de fabricage van goederen uit grondstoffen uitgevoerd door ambachtelijke bedrijven. Van grootschalige en gespecialiseerde productieprocessen was nog nauwelijks sprake. Tot in de 18e eeuw waren er wel onder meer eenvoudige landbouwwerktuigen, wapenfabricage, glas- en edelsteenslijperijen, weverijen, karren- en rijtuigenbouw en scheepsbouw.

De 19e eeuw bracht onder meer kinderarbeid, het stoomtijdperk en de opkomst van de fabriek met zich mee. De industrialisatie kwam in Nederland in vergelijking met de omringende landen laat op gang. De bijdrage aan het nationaal inkomen van op moderne leest gestoelde industrie was aan het begin van de 19e eeuw nog verwaarloosbaar, slechts 1,4%. In de eerste helft van de 19e eeuw bleef het kleinbedrijf (met minder dan 10 man personeel) overheersen.[1] De industrialisatie kwam pas in de tweede helft van de 19e eeuw goed op gang.[2]

De 20e eeuw bracht de opkomst van nieuwe industrieën, nieuwe fabricageprocessen, benzine-, diesel- en elektromotoren, automatisering, computers. Begin 20e eeuw streefde Minister Harte van Financiën naar verhoging van het invoertarief om de Nederlandse industrie te beschermen.

In het begin van de jaren 1970 leek inflatie nog een bedreiging, maar de oliecrisis van 1973 zou een schaduw werpen op het gehele decennium. Het zorgde definitief voor een einde van een groot deel van de Nederlandse industrie; DAF werd deels overgenomen door Volvo. Ook andere takken werden hard geraakt door de crisis. Een tweede crisis en een rapport wierpen een schaduw over het leven van velen. Voorspeld werd dat de olievoorraden snel zouden opraken.

Industriegebieden[bewerken]

Een industriegebied is een zone die in het plan van ruimtelijke ordening aangemerkt wordt als geschikt voor grote bedrijven en (zware) industrie. Grote industriegebieden en/of steden met veel industrie zijn:

Vakbonden[bewerken]

Arbeidsomstandigheden[bewerken]

Publicaties[bewerken]

  • JaapJan Brouwer en Giedo van der Zwan (2011).'The Dutch Industrial Landscape. 50 inspiring business cases'
  • Gertjan de Groot (2001). Fabricage van verschillen: mannenwerk, vrouwenwerk in de Nederlandse industrie (1850-1940). Aksant, Amsterdam.
  • Ernst Hijmans en Tammo Jacob Bezemer (1949). De overgang van de Nederlandse industrie van stukfabricage op serie- en massaproductie. Met . Nederlands Instituut voor Efficiency.
  • Marc de Smidt en E. Wever (1987). De Nederlandse Industrie, positie, spreiding en struktuur. Van Gorcum, Assen.
  • Ruud Vreeman (1982) De kwaliteit van de arbeid in de Nederlandse industrie: vakbondsaktie en overheidsbeleid

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. O.A.L.C. Atzema, E. Wever (1999). De Nederlandse industrie: vernieuwing, verwevenheid en spreiding. Uitgeverij Van Gorcum. p.16
  2. Industrie en nijverheid in Nederland (1813 - 1850) bertsgeschiedenissite.nl. Bezien14 augustus 2011.