Inkomstenbelasting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Inkomstenbelasting is een internationaal veel voorkomende belasting op inkomen die door een staat (of een lager overheidsorgaan) wordt geheven van (natuurlijke en rechts-) personen.

Voor de bepaling van het inkomen dat aan belasting is onderworpen, wordt veelal onderscheid gemaakt tussen personen die in die staat wonen (inwoners van de staat), dan wel van personen die niet in die staat wonen, maar die daarentegen wel inkomen genieten dat in die staat zijn oorsprong vindt (niet-inwoners van de staat).

In Nederland wordt de term inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de rijksbelasting op het inkomen van natuurlijke personen (vanaf het jaar 2001 Wet inkomstenbelasting 2001 en tot die tijd Wet inkomstenbelasting 1964). In Nederland is de rijksoverheid het enige overheidsorgaan dat een inkomstenbelasting heft en volgens de huidige wet mag heffen. Het inkomen van rechtspersonen is in Nederland in de regel onderworpen aan een andere specifieke rijksbelasting, te weten de vennootschapsbelasting (Wet op de vennootschapsbelasting 1969).

In België zijn de inkomstenbelastingen (meervoud) de algemene noemer voor alle belastingen op het inkomen, ook die van vennootschappen en andere rechtspersonen.

Een aantal staten, waaronder de Verenigde Staten van Amerika, heft inkomstenbelasting in de eerste plaats op basis van de nationaliteit van personen: een persoon met bijvoorbeeld de Amerikaanse nationaliteit is in beginsel voor zijn gehele inkomen in de Verenigde Staten van Amerika aan de aldaar geldende federale inkomstenbelasting onderworpen, zelfs indien die persoon niet in die staat woont. De Verenigde Staten van Amerika zijn voor wat betreft inkomstenbelastingen ook in een ander opzicht een bijzonder land: niet alleen de federale overheid heft een inkomstenbelasting, ook lagere overheidsorganen zoals de afzonderlijke staten en zelfs gemeenten mogen inkomstenbelastingen heffen.

Bronnen en object[bewerken]

Naar Nederlandse jurisprudentie bestaat er een bron van inkomsten als er voldaan is aan al deze voorwaarden:

  • er is sprake van deelname aan het economische verkeer
  • het belastingsubject heeft de inkomsten beoogd
  • de inkomsten zijn redelijkerwijs te verwachten

Het belastingobject kan het daadwerkelijke inkomen zijn, maar ook fictief inkomen is denkbaar. In Nederland wordt het inkomen uit sparen en beleggen (box 3 inkomen) gesteld op een forfaitair rendement van 4%. Sommigen vinden dit dan geen inkomstenbelasting meer, maar een vermogensbelasting. Bij het invoeren van deze vermogensrendementheffing is de vermogensbelasting afgeschaft.

Geschiedenis[bewerken]

Inkomstenbelastingen zijn een tamelijk recent fenomeen. In de 19e eeuw kwam er in oorlogstijd een inkomstenbelasting in Engeland, maar deze werd later weer afgeschaft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voerden veel Europese landen een inkomstenbelasting in. Sindsdien zijn ze niet meer weg geweest. In België (en ook in andere landen) ontstonden eerst zogenaamde cedulaire inkomstenbelastingen, dat wil zeggen aparte belastingen op welbepaalde categorieën van inkomsten zoals de grondbelasting (op grondinkomsten), de mobiliënbelasting (op roerende inkomsten) en de bedrijfsbelasting (op bedrijfsinkomsten). Pas in 1963 werden deze aparte heffingen omgevormd tot voorschotten of heffingen op een geglobaliseerde inkomstenbelasting op het totale inkomen. De laatste tijd is er weer een trend om voor bepaalde inkomsten terug te keren naar zogenaamde "bevrijdende" voorheffingen; in dat geval wordt de globale regularisering weer achterwege gelaten.

Huidige stelsels in Nederland[bewerken]

Inkomstenbelasting[bewerken]

Zie Wet inkomstenbelasting 2001 (Europees Nederland) en Wet inkomstenbelasting BES (Caribisch Nederland).

Loonbelasting[bewerken]

Wet op de loonbelasting 1964

Vennootschapsbelasting[bewerken]

Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Andere belastingen[bewerken]

Enkele belastingen kunnen als voorheffing werken op een inkomstenbelasting, of ervan uitgezonderd zijn, bijvoorbeeld:

Huidig stelsel in België[bewerken]

België kent één enkel Wetboek van de Inkomstenbelastingen met daarin vier belastingen, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners. Hetzelfde wetboek beschrijft de drie voorheffingen en de manier waarop zij verrekend worden, de onroerende voorheffing, de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing. Er is ook voorzien in de mogelijkheid om voorafbetalingen te doen. Soms is er een vermeerdering voor wie niet voorafbetaald heeft, soms een vermindering voor wie wel voorafbetaald heeft.

Internationaal[bewerken]

Maximaal percentage inkomstenbelasting per land
Nuvola single chevron right.svg Zie Belastingverdrag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Veel staten belasten hun inwoners voor hun totale inkomen, dat wil zeggen inkomen dat zijn oorsprong zowel binnen als buiten die staten vindt (dit inkomen wordt aangeduid met de term wereldinkomen). Anderzijds belasten veel staten ook inkomen van niet-inwoners van die staten dat zijn oorsprong binnen hun grondgebied vindt. Door deze conflicterende heffingsbeginselen kan zogenaamde internationale dubbele belasting ontstaan. Om dat verschijnsel te vermijden of althans te verminderen hebben veel staten bilaterale belastingverdragen tot vermijding van dubbele belasting afgesloten. In zulke verdragen wordt onder meer afgesproken welke staat bepaalde typen van inkomen mag belasten en, indien beide staten een bepaald type inkomen in de heffing mogen betrekken, hoe dubbele belasting wordt verminderd. Veel belastingverdragen zijn gebaseerd op het zogenoemde OESO modelverdrag.

Zie ook[bewerken]