Insolventie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Insolventie is in Europa de meest overkoepelende term om alle mogelijke regelingen voor het financieel onvermogen van ondernemingen en particulieren te benoemen. De term is afgeleid van het Latijnse werkwoord solvere, dat betalen betekent. Met het ontkennende prefix ín- heeft het woord insolventie dus betrekking op het niet kunnen betalen.

Insolventie kan betrekking hebben op de liquiditeit of op de solvabiliteit. Wanneer een bedrijf insolvent is op basis van de liquiditeit kan het op korte termijn zijn verplichtingen niet nakomen wegens een gebrek aan liquide middelen. Het is mogelijk dat het nog wel solvabel is en de liquiditeit kan verbeteren, bijvoorbeeld door bedrijfsonderdelen te liquideren (verkopen). Veel insolventieprocedures voorzien in deze mogelijkheid, waarbij het bedrijf door middel van een moratorium op betalingen de tijd krijgt om schoon schip te maken. Voorbeelden van deze procedures zijn het Amerikaanse Chapter 11 en de Nederlandse surseance van betaling. Wanneer het bedrijf insolvent is op basis van solvabiliteit wordt dit lastiger, een onderneming is dan op lange termijn niet in staat zijn verplichtingen na te komen. In een dergelijk geval zal het hooguit nog mogelijk zijn voor een onderneming om te overleven wanneer de verliesgevende onderdelen nog kunnen worden afgestoten, bijvoorbeeld in een sterfhuisconstructie. Zoniet, dan rest slechts een procedure ter liquidatie van de gehele onderneming ten behoeve van alle crediteuren: het faillissement.

Insolventiewetgeving kan vaak worden ingedeeld in herstructureringsprocedures waarbij een schuldenaar adempauze krijgt om zijn schulden (en eventueel inkomsten) te herstructureren, en liquidatieprocedures waarbij het gehele vermogen van de schuldenaar geliquideerd wordt ten behoeve van de schuldeisers. Ook kan men onderscheid maken tussen regelingen voor natuurlijke personen en regelingen voor rechtspersonen.

Natuurlijke personen dienen vaak een liquidatie- en saneringsprocedure van enkele jaren te doorlopen waarna ze al dan niet een schone lei kunnen verkrijgen; voor zover mogelijk wordt actief aangewend om de schulden te betalen en het restant wordt kwijtgescholden. Houden ze zich niet aan de voorwaarden of bestaat een dergelijke regeling niet, dan zullen de schulden na liquidatie van het vermogen en aflopen van de procedure herleven en zit de schuldenaar hier soms levenslang aan vast.

Voor rechtspersonen bestaan in principe zowel herstructureringsprocedures als liquidatieprocedures, waarin bij de laatste ook de rechtspersoon zelf wordt geliquideerd. Directeuren en aandeelhouders zijn in principe niet persoonlijk aansprakelijk, al gelden soms voor directeuren strenge regels voor het moment van aanvragen van faillissement en het melden van de insolventie aan de sociale- en belastingautoriteiten.

Vaak is er niets geregeld voor tussenvormen zoals personenvennootschappen, maatschappen en zelfstandige ondernemers (ZZPers), hetgeen vaak betekent dat teruggevallen wordt op de regeling voor natuurlijke personen. Hierdoor zal in principe het faillissement van de onderneming ook het faillissement van de ondernemer(s) betekenen. Dit risico is vaak een argument om een onderneming in de vorm van een kapitaalvennootschap te drijven.

Nederland en België hebben elk een drietal insolventieregelingen;

Sinds 2002 is de Europese Insolventieverordening van kracht. Deze bepaalt in grensoverschrijdende situaties welke procedure van welk land kan toegepast worden en van welk land de rechtbanken bevoegd zijn. Deze bepaalt ook dat de rechtbanken van de Europese lidstaten elkaars insolventieprocedures helpen uitvoeren.

Dat de verordening verre van perfect is, bewees het Parmalat-schandaal. De Italiaanse regering deed alles om het bijna failliete concern te redden, en wijzigde hiervoor zelfs de wet. De Italiaanse regering en curator trokken de insolventieprocedure naar zich toe, zodat Italiaans recht van toepassing was. Hierdoor kon (zeer kort door de bocht gezegd), de curator in heel Europa een Italiaanse reddingsprocedure in gang zetten. Nederlandse en Ierse schuldeisers zagen zelfs de kans om een klein deel van hun geld terug te zien in rook opgaan.

Externe link[bewerken]