Internettap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een internettap is een hardware-instrument dat een manier voorziet om de datastroom van een computernetwerk te onderscheppen. Als een netwerk tussen punt A en B verbonden is met een fysieke kabel, dan is een netwerktap vaak de beste manier om dat netwerk in de gaten te houden. Een internettap wordt gebruikt door opsporingsinstanties of geheime diensten en valt onder bijzondere opsporingsmethoden.

Een netwerktap heeft minstens drie poorten: een poort A, een poort B en een monitoring poort. De tap die wordt geïnstalleerd tussen A en B leidt al het verkeer om via de monitoring poort en kopieërt het tegelijkertijd. Op deze manier kan een derde partij beschikken over alle informatie die vloeit van het ene naar het andere punt.

Nederland[bewerken]

In Nederland mogen de volgende overheidsdiensten gebruikmaken van internettaps:[1]

De vier Bijzondere Opsporingsdiensten:

De twee geheime diensten:

Deze diensten zijn bevoegd om informatie uit telefoon- en internettaps te gebruiken om bel-, surf- en mailgedrag van verdachten te volgen. Sinds 2002 zijn internetproviders volgens de Telecommunicatiewet verplicht om technische maatregelen te treffen die het mogelijk maken om hun diensten af te tappen. Op grond van de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens dienden providers sinds 2009 de verkeersgegevens van al hun klanten gedurende 6 tot 12 maanden te bewaren.

Bij het aftappen van internetverkeer wordt in Nederland een onderscheid gemaakt tussen een IP-tap en een e-mailtap:

  • Bij een e-mailtap worden alleen de inkomende e-mails van Nederlandse Internet Service Providers onderschept, niet die via buitenlandse diensten zoals Hotmail en Gmail.
  • Bij een IP-tap wordt al het internetverkeer onderschept, waaronder ook uitgaande e-mails en gesprekken via VoIP. Deze laatste zijn echter vaak versleuteld, waardoor de inhoud ook bij een internettap niet afgeluisterd kan worden.[2] [3]

Blijkens een rapport uit 2012 werden hierbij geen filters toegepast en kwam met een IP-tap alle internetverkeer, inclusief gedownloade muziek en films, binnen, wat een zeer grote hoeveelheid data kon opleveren. Een internettap kan worden toegestaan voor een IP-adres, of voor als dat niet bekend is, voor een huisadres, dat dan meerdere IP-adressen kan omvatten. [2] [3]

Kosten[bewerken]

Aftapbaar zijn is een kostbare zaak vanwege de hoge kosten van apparatuur. De kosten van het aftapbaar maken van hun netwerken, moeten grotendeels worden opgebracht door de internetaanbieders zelf. De overheid geeft alleen een kleine vergoeding voor het uitvoeren van tapbevelen en het verstrekken van klantgegevens. Verreweg het grootste deel van de kosten wordt daarom betaald door internetaanbieders.

Voor kleinere providers is daarom in 2002 de Nationale Beheerorganisatie voor Internet Providers (NBIP) opgericht, met als doel apparatuur voor het aftappen gezamenlijk aan te schaffen en zo deze grote investeringen gezamenlijk te delen. Op het moment dat een internetprovider een tapbevel ontvangt, kunnen de bij NBIP aangesloten internetproviders gebruikmaken van de apparatuur van NBIP.

Aantal taps[bewerken]

Over het aantal taps dat de providers in opdracht van de opsporingsdiensten plaatsen, werd tot 2010 in het belang van de staatsveiligheid officieel geen uitspraak gedaan. Na lang aandringen van de Tweede Kamer heeft minister Hirsch Ballin van Justitie in 2010 aangekondigd deze cijfers periodiek bekend te gaan maken. Vanaf 1 januari 2010 zal het Korps landelijke politiediensten (KLPD) het aantal internettaps landelijk gaan registreren.[4]

De stichting NBIP heeft vanaf oktober 2006 ook cijfers op haar website bekendgemaakt over het aantal internettaps.[5] Het ministerie van Justitie heeft de NBIP toegestaan de eigen cijfers te publiceren omdat het gaat om globale aantallen. De NBIP mag vanwege de staatsveiligheid niet aangeven hoeveel van het totaal aantal taps voor de inlichtingendiensten (bv AIVD) is geweest. De onderstaande tabel geeft het aantal taps weer onder de klanten van de bij NBIP aangesloten internetproviders. In 2009 waren dat ongeveer 1,5 miljoen internetters. Een gemiddelde internettap duurt ongeveer twee maanden.[6]

Aantallen internettaps bij NBIP-providers
Jaar Aantal getapte internetgebruikers
alleen klanten van NBIP-providers
Aantal tapmaanden
2003[6] 6 18
2004[6] 10 23
2005[6] 15 40
2006*[6] 31 66
2009[4] 335 8920
*) De cijfers over 2006 zijn een schatting op basis van de gegevens van september/oktober 2006
BRON: NBIP-persbericht d.d. 10 oktober 2006[5]

In 2010 liet het ministerie van Binnenlandse Zaken mede namens het ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer weten dat er in het jaar 2009 in totaal 1078 taps zijn uitgezet door de AIVD en 53 door de MIVD. Daarbij is niet duidelijk gemaakt of het hierbij gaat om telefoon- of internettaps, dan wel of gebruik is gemaakt van microfoons om gesprekken op te vangen.[7] Voor latere jaren zijn dergelijke cijfers niet meer openbaar gemaakt.

Van 2010 t/m 2014 werden blijkens cijfers van het Ministerie van Veiligheid en Justitie door de politie de volgende aantallen internettaps (zowel IP-taps als e-mailtaps) geplaatst:[8]

Aantallen internettaps door de politie
Jaar Internettaps Gemiddeld per dag
2010 1.704 131
2011 3.331 339
2012 16.676 727
2013 17.806 829
2014 25.181 1.386

Sinds 2014 wordt als gevolg van de invoering van een nieuwe interceptiestandaard, geen onderscheid meer gemaakt tussen telefoon- en internettaps. Dat betekent dat de 25.181 taps in dat jaar zowel op telefoon- als internetverkeer betrekking kunnen hebben. De meeste taps worden ook op smartphones worden gezet. De nieuwe interceptiestandaard houdt in dat zowel voor het tappen van telefonie als van internetverkeer, voortaan hetzelfde overdrachtsprotocol gebruikt wordt om de afgetapte gegevens over te dragen. Voordien waren er aparte standaarden voor spraak en voor internet in gebruik.[8] [9]

Literatuur[bewerken]

  • Wim van de Pol, Onder de tap, Afluisteren in Nederland, Uitg. Balans, Amsterdam 2006

Externe link[bewerken]