Interventieradiologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Angiografie op een hybride operatiekamer

Interventieradiologie houdt zich bezig met minimaal invasieve beeldgestuurde behandelingen door een interventieradioloog. Veel van deze radiologische interventies kunnen onder lokale verdoving en in dagbehandeling worden uitgevoerd. Meer complexe behandelingen worden onder narcose uitgevoerd.

Het belangrijkste kenmerk van een radiologische interventie is dat er gebruik gemaakt wordt van een beeldvormende techniek. Met behulp van röntgendoorlichting, echografie, computertomografie (CT) en magnetic resonance imaging (MRI) is het mogelijk de instrumenten en het materiaal door de kleine opening in de huid op de juiste plaats te krijgen in het lichaam. Door bijvoorbeeld een katheter in de liesslagader in te brengen kan deze onder röntgendoorlichting naar vrijwel elke slagader en orgaan in het menselijk lichaam worden gestuurd om daar een behandeling uit te voeren. Soms is de interventieradiologie de enige mogelijkheid voor behandeling.

Interventieradiologische Procedures[bewerken | brontekst bewerken]

Vaatlijden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Angiografie: het afbeelden van bloedvaten (DSA) met behulp van verschillende contrastmiddelen zoals: jodium-houdend contrast, gadolinium (toepassing bij MRI) en CO2 gas.
  • Angioplastiek: met katheters, ballonnetjes of stents vaatvernauwingen en verstoppingen behandelen zonder dat ingrijpende chirurgische ingrepen noodzakelijk zijn.
  • EVAR: Een aneurysma van de aorta is in bepaalde gevallen een levensbedreigende aandoening. Afhankelijk van de grootte en groei van het aneurysma kan deze namelijk barsten. In een team met vaatchirurgen worden deze aneurysmata met een endoprothese behandeld via een kleine incisie in de lies. Een ingrijpende operatie is dan niet nodig.
  • Trombolyse
  • Embolisatie

Neuro-interventies[bewerken | brontekst bewerken]

  • Aneurysma: een aneurysma in het hoofd is een ballonvormige verwijding aan de slagaders in de hersenen. Zo’n aneurysma kan in de loop van het leven ontstaan. Als een aneurysma barst, ontstaat er een bloeding in de ruimte tussen schedel en hersenen, een subarachnoïdale bloeding (SAB). Een aneurysma kan via de bloedvaten van binnenuit worden behandeld , dat noemen we een endovasculaire behandeling. Het doel van de aneurysmabehandeling is om het (opnieuw) barsten van een aneurysma te voorkomen.  Voor deze endovasculaire behandeling zijn de volgende verschillende methoden beschikbaar:
    • Endovasculaire coiling
    • Webplaatsing
    • Stentplaatsing en coiling
    • Flow diverter
  • Herseninfarct: bij een acuut herseninfarct is er een stolsel in een van de slagaders in de hersenen aanwezig die de bloedaanvoer naar de hersenen belemmerd. Daardoor krijgt een deel van de hersenen te weinig zuurstof. Sinds enkele jaren passen is er een nieuwe behandelmethode bij patiënten met een herseninfarct waarbij mechanisch het stolsel uit de slagaders in de hersenen verwijderd wordt. Deze methode heet intra-arteriele thrombectomie (IAT). Dit zorgt ervoor dat er minder hersenschade ontstaat en er een beter functioneren is in het dagelijks leven na behandeling. 

Kankerbehandelingen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Chemo-embolisatie: chemotherapie gekoppeld aan kleine bolletjes die door de interventieradioloog selectief in een slagader naar de een orgaan met een tumor of uitzaaiingen worden gespoten. Zodoende krijgt de tumor een zeer hoge dosis chemotherapie, terwijl de rest van het lichaam een zeer lage dosis krijgt en er dus geringere bijwerkingen ontstaan.
  • Radio-embolisatie: kleine radioactieve bolletjes worden door de interventieradioloog selectief in een slagader naar een orgaan ingespoten. De bolletjes lopen vast in de haarvaatjes van de tumor waarbij de tumor(en) van binnenuit worden bestraald.
  • Radiofrequente ablatie (RF-ablatie): een alternatief minimaal invasieve techniek om tumoren en metastasen te behandelen. Onder narcose of sedatie wordt, door een klein gaatje in de huid, een RFA naald in de metastase in  de lever gestoken en wordt dit gebied zodanig verhit dat de tumorcellen dood gaan. In bepaalde gevallen is dit een goed alternatief voor ingrijpende chirurgie.
  • Cryoablatie: vernietiging van tumorweefsel door middel van bevriezing.
  • HIFU (High Intensity Focused Ultrasound): vernietiging van tumorweefsel door verhitting met ultrasone geluidsgolven.

Non-vasculaire behandelingen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Biopsie
  • PTC (percutane transhepatische cholangiografie) en PTBD (biliaire drainage), eventueel met plaatsing van een biliaire stent
  • Drain plaatsing
  • Nefrostomie plaatsing
  • Percutane gastrostomie plaatsing

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]