Inversie (anatomie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beschrijving van bewegingen in de anatomie
In frontaal vlak: Abductie - Adductie
Lateroflexie
In sagittaal vlak: Flexie - Extensie
Anteflexie - Retroflexie
Plantairflexie/Palmairflexie - Dorsaalflexie
In transversaal vlak: Endorotatie - Exorotatie
Bewegingen van de schoudergordel: Protractie - Retractie
Elevatie - Depressie
Laterorotatie - Mediorotatie
Overig: Pronatie - Supinatie
Eversie - Inversie
Radiaalabductie - Ulnairabductie
Circumductie

Inversie is een van de termen die binnen de functionele anatomie gebruikt wordt om een beweging in een gewricht te beschrijven. Deze termen zijn, als onderdeel van de zogenaamde descriptieve termen, onderdeel van de internationaal aanvaarde nomenclatuur van de anatomie.

Inversie staat voor de beweging van de voetzool naar het mediane vlak. De tegenovergestelde beweging is eversie. Inversie en eversie worden niet resp. supinatie en pronatie genoemd, analoog aan de bewegingen van de hand. Supinatie en pronatie vinden in de onderste extremiteit (benen) niet plaats in de enkel (daar waar dus wel de eversie en inversie plaatsvindt) maar in de middenvoetsbeentjes. Hierbij is de supinatie een naar binnen draaiende beweging van de middenvoetsbeentjes en is pronatie een naar buiten draaiende beweging van de middenvoetsbeentjes, analoog aan de bewegingen van de hand. Supinatie en pronatie in de voet zijn alleen mogelijk wanneer er respectievelijk inversie en eversie optreedt.

De spieren verantwoordelijk voor deze beweging zijn de musculus tibialis anterior en de musculus tibialis posterior. De beweging vindt plaats in het gewricht tussen talus (sprongbeen) en calcaneus (hielbeen).

Bij een enkelverzwikking is er meestal ook sprake van een inversiebeweging die ten grondslag ligt aan de ontstane blessure. In dat geval wordt dan ook wel van een inversietrauma gesproken.