Io (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Io en Zeus, schilderij van Giovanni Ambrogio Figino

In de Griekse mythologie was Io de dochter van Inachus, een riviergod. Op een dag merkte Zeus haar op en ze werd al snel een van zijn vele minnaressen. Hun relatie duurde voort totdat Hera hen bijna ontdekte. Dat werd echter vermeden door Zeus, die Io in een prachtige zilveren koe veranderde. Hera echter was niet gek en vroeg Zeus om haar de koe als geschenk te geven.

Toen Hera Io had gekregen, plaatste ze haar onder de toeziende ogen van Argus, het honderdogige monster dat zijn ogen om de beurt kon laten slapen, en zo altijd een oog op Io te kunnen houden zodat ze niet zou wegvluchten, om haar bij Zeus weg te houden. Zeus beval Hermes Argus te doden. Dat lukte hem door alle honderd ogen in slaap te zingen. Hera stuurde een horzel om Io te steken wanneer ze op aarde liep. Uiteindelijk kwam ze Prometheus tegen, na het pad tussen de Propontis en de Zwarte Zee over te steken, dat toen de naam Bosporus (ossenpassage, dus hetzelfde als Coevorden of Oxford) kreeg. Prometheus maakte haar toen bovenop de Caucasusberg vast en zei haar dat ze uiteindelijk weer mens zou worden en ze een van de voorvaderen zou worden van een grote held (Herakles). Io vluchtte over de Ionische Zee naar Egypte, waar ze uiteindelijk terug werd veranderd in een mens door Zeus. In Egypte schonk ze het leven aan haar zoon Epaphus. Later trouwde ze met Telegonus, een Egyptische koning.