Ioannis Capodistrias

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Ioannis Kapodistrias)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ioannis Capodistrias
Ioannis Capodistrias, geportretteerd door Thomas Lawrence omstreeks 1818-1819.
Geboren 10 of 11 februari 1776
Corfu (Republiek Venetië)
Overleden 9 oktober 1831
Nauplion (Eerste Helleense Republiek)
Politieke partij Russische partij
Handtekening Handtekening
Eerste gouverneur van Griekenland
Aangetreden 18 januari 1828
Einde termijn 27 september 1831
Voorganger Andreas Zaimis
Opvolger Augustinos Kapodistrias
Russische minister van Buitenlandse Zaken
Aangetreden 1816
Einde termijn 1822
Monarch Alexander I van Rusland
Voorganger Nikolaj Roemjantsev
Opvolger Karl Robert von Nesselrode
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Ioannes Antonios Capodistrias (Grieks: Κόμης Ιωάννης Καποδίστριας, Komis Ioannis Kapodistrias; Italiaans: Giovanni Antonio Capo d'Istria; Russisch: граф Иоанн Каподистрия) (Korfoe, 11 februari 1776 - Nauplion, 9 oktober 1831) was een Griekse graaf en diplomaat van het Russische Rijk en daarna het eerste staatshoofd van het onafhankelijke Griekenland sinds de onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Jeugd en afkomst[bewerken | brontekst bewerken]

Hij werd geboren op het Griekse eiland Korfoe (Kerkira) in een aristocratische familie en was een zoon van graaf Antonio Capo d'Istria.[1] Zijn familie was zowel van Grieks-Cypriotische afkomst, als van Sloveense. Zijn familie had aan de zijde van de Venetianen gevochten tegen de Ottomanen en waren daarvoor beloond met een adellijke titel.[2] Na zijn schooltijd op Korfoe vertrok hij naar Italië om er verder wijsbegeerte en geneeskunde te studeren aan de Universiteit van Padua.[3]

Start politieke loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Na zijn studies keerde hij naar Korfoe terug en ging hij aan de slag als arts. In 1797 werden de Ionische Eilanden onderdeel van Frankrijk, maar de Franse bezetting was van korte duur. Twee jaar later werden de eilanden veroverd door de Britten en de Russen en werd de Republiek van de Zeven Eilanden opgericht waar de lokale edelen de regering over kregen.[2] Capodistrias was in 1803 betrokken bij het opstellen van de tweede grondwet van het land en werd hij de eerste minister van de eilandenrepubliek.[1] Deze functie vervulde hij tot de Fransen in 1807 de eilanden heroverden.

In Russische dienst[bewerken | brontekst bewerken]

Toen de Fransen in 1807 de Ionische Eilanden bezetten, vluchtte Capodistrias naar Rusland en trad daar vervolgens in dienst. Daar was hij actief als diplomaat bij het Russische leger: zijn diplomatieke kwaliteiten waren dermate groot dat hij het bracht tot zaakgelastigde voor Buitenlandse Betrekkingen. Tussen 1813 en 1815 behoorde hij tot de persoonlijke staf van tsaar Alexander I van Rusland voor hij tot diens minister van Buitenlandse Zaken werd benoemd.[4]

Capodistrias speelde dan ook een belangrijke rol voor de Russen bij het Congres van Wenen. De Oostenrijker Friedrich von Gentz omschreef hem als "een man van eer, uiterst integer (...) maar helaas schiet zijn oordeelsvermogen af en toe tekort. Door de wat liberale ideeën die hij erop na hield werd hij ook door Klemens von Metternich gezien als de kwade genius en liet hij hem schaduwen. Capodistrias was toegewijd aan de Russische belangen, maar tegelijkertijd stond hij ook achter de liberalen en nationalisten. Hij probeerde dan ook om zijn liberale ideeën en zijn angst voor een revolutie met elkaar in overeenstemming te brengen.[5]

Als minister van Buitenlandse Zaken vergezelde zijn tsaar enkele malen bij de congressen van de Quadruple Alliantie. Zo was hij aanwezig bij het Congres van Aken in 1818.[6] Twee jaar later was Capodistrias ook present bij het Congres van Troppau. Bij dit congres vertegenwoordigde Capodistrias het standpunt van zijn vorst en pleitte hij dat de alliantie een interventiedoctrine zouden ontwikkelen tegen ieder land dat zijn grondwet dreigde aan te passen en zo een bedreiging zou vormen voor de bestaande orde zoals die was geschapen door het Congres van Wenen. Tevens bleef hij voor de tsaar pleiten voor een vreedzame oplossing.[7]

In ongenade[bewerken | brontekst bewerken]

Toen de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak werd hij door de onafhankelijkheidsstrijders benaderd om de tsaar te overtuigen om de Griekse opstandelingen te steunen. Capodistrias ging hier niet op in, omdat hij wist dat de tsaar niet ten strijd zou trekken tegen het Ottomaanse Rijk.[8] Metternich beschuldigde hem niettemin ervan Griekse propaganda te verspreiden. Capodistrias ontkende dit, maar hij was wel besmet geraakt. Hierdoor nam Alexander I afstand van zijn minister en kon hij niet anders dan langdurig verlof te vragen. Hij trok zich terug in Zwitserland en behield tot 1827 zijn ambtstitel van de Russische diplomatische dienst.[9]

Staatshoofd van Griekenland[bewerken | brontekst bewerken]

Na de bevrijding werd hem dan ook verzocht president te worden van de jonge natie, wat hij met genoegen aanvaardde. Gebruik makend van de ervaring die hij in Rusland had opgedaan reisde hij naar alle Europese hoofdsteden, op zoek naar steun en sympathie voor het kleine Griekenland, dat na vierhonderd jaar Ottomaans bewind en acht uitputtende oorlogsjaren totaal verarmd en verwoest was achtergelaten. Aan het hoofd van zijn voorlopige regering, slaagde Capodistrias in zijn opzet het land te organiseren en het economische en culturele leven in enkele jaren tijd weer op gang te brengen.

De moord op Capodistrias, geschilderd door Charalambos Pachis.

Toch had hij ook zijn vijanden, die zijn haast obsessionele zin voor orde en wettelijkheid niet altijd wisten te appreciëren. Een deel van de Griekse bevolking beschouwde hem als een tiran die zijn doelen realiseerde ten koste van hun persoonlijke vrijheid. Daarom werd een van de grootste helden van het moderne Griekenland op 9 oktober 1831 in de straten van de voorlopige hoofdstad Nauplion vermoord door twee broers uit de Mavromichalis-clan, "omdat hij een agent van de Russische tsaar was".

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

Vóór de invoering van de euro prijkte zijn afbeelding op de Griekse bankbriefjes van 500 drachme, momenteel staat zijn afbeelding ook op het Griekse muntstuk van 20 eurocent.

Zie de categorie Ioannis Kapodistrias van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.