Iraanse Culturele Revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Iraanse Culturele Revolutie (Farsi: انقلاب فرهنگی) was een proces waarbij westerse en niet-islamitische invloeden uit de Iraanse cultuur werden gezuiverd, en dat de jaren 1980 - 1987 besloeg, volgend op de Iraanse Revolutie. De zuivering richtte zich voornamelijk op de Iraanse universiteiten. Het doel was de islamisering van de samenleving en de vernietiging van de linkse oppositie, die zijn machtsbasis vooral op de universiteitscampussen had. Het concept lijkt te zijn ontleend aan de Chinese Culturele Revolutie.

Verloop[bewerken]

1980 - 1983[bewerken]

De linkse oppositie en de rechtse geestelijkheid aanvankelijk zij aan zij hadden gestreden tegen de sjah. Links begon zich nadien te verzetten toen bleek dat de geestelijkheid niet van plan was de macht te delen, en Iran wilde omvormen tot een theocratie. Binnen het (wereldlijk) onderwijs waren er echter nog steeds linkse en pro-Westerse professoren en studentenbonden. De universiteiten maakten gebruik van Westerse onderwijsmethoden en stonden in contact met hun Westerse tegenhangers. Volgens Khomeiny en diens aanhangers waren de universiteiten bolwerken van individualisme, nationalisme en Westers kolonialisme, en onverenigbaar met de waarden van de islam. Simultaan aan de aanval op politiek links, opende Khomeiny in 1980 de aanval op het hoger onderwijs.

Na het vrijdaggebed van 18 april 1980, hield Khomeiny een vlammend betoog tegen Westers-beïnvloedde universiteiten. Dezelfde dag werd in Teheran een lerarenopleidingsfaciliteit kort en klein geslagen door de Hezbollah, vurige aanhangers van de Revolutie (niet te verwarren met de Libanese Hezbollah). In het daaropvolgende weekend volgde een golf geweld door het hele land: universiteiten in Shiraz, Mashad, Ahwaz, Isfahan en Rasjt werden aangevallen. Universiteitsgebouwen werden vernield en studenten en docenten werden gemolesteerd. Twintig personen vonden bij deze rellen de dood, en honderden tot duizenden moesten ziekenhuisbehandeling ondergaan.

Op 12 juni 1980 sloot Khomeiny alle universiteiten in Iran. Ze zouden tot 1983 dicht blijven. Direct na de sluiting publiceerde Khomeiny een open brief waarin hij sprak over de behoefte aan een Culturele Revolutie teneinde on-islamitische en buitenlandse 'koloniale' invloeden uit de Iraanse cultuur te verwijderen. Tevens werd op dezelfde datum het zogenaamde Culturele Revolutionaire Hoofdkwartier opgericht, een comité belast met de uitvoering van de Iraanse Culturele Revolutie. Een Comité ter Islamisering van de Universiteiten kreeg de taak alle universitaire studies en cursussen te beoordelen op 'islamitisch gehalte' teneinde een 'islamitische atmosfeer' in de universiteiten te creëren.

1983 - 1987[bewerken]

In 1983 openden de universiteiten hun deuren weer, maar de zuiveringen gingen door. Studenten en docenten werden gescreend en wie niet geschikt werd bevonden werd de toegang tot de universiteit als student dan wel docent ontzegd. Zo moest men praktiserend moslim zijn en trouw zweren aan de Velayat-e faqih. Niet-(shia-)moslims mochten slechts accounting en buitenlandse talen studeren, en moesten zich onthouden van 'gedrag waar moslims aanstoot aan konden nemen'. Naar schatting 700 professoren werden van de universiteiten verwijderd.

Een ander belangrijk aspect van de Iraanse Culturele Revolutie was de zuivering van de media. Slechts staats- en religieuze TV-programma's waren toegestaan. Ook werden bekende figuren die zich tegen de theocratie uitspraken of 'niet islamitisch genoeg' waren, vernederd en bedreigd.

Op 9 december 1984 werd het Culturele Revolutionaire Hoofdkwartier omgezet tot de Opperste Culturele Revolutionaire Raad, en naar 17 personen uitgebreid. De groep kreeg zeer brede bevoegdheden om de Iraanse cultuur gelijk te schakelen, en hield zich tijdens de tweede fase van de Culturele Revolutie bezig met screening en zuivering van studenten en docenten, alsmede het toepassen van censuur en verbieden van bepaalde boeken.

Na 1987[bewerken]

Deze commissie bleef ook na afloop van de grote zuiveringen bestaan. Recentere ontwikkelingen waren de naamswijziging in 1996 tot Hoge Raad voor de Culturele Revolutie, de benoeming van Khatami tot voorzitter in 1996, diens opvolging door Ahmadinejad in 1997, en de uitbreiding naar 36 leden in 1999. Anno 2011 spreekt deze Raad zich uit voor strenger staatstoezicht op internet, en een tweede zuivering van de Iraanse universiteiten naar aanleiding van studentendeelname in de protesten tegen het bewind in 2010 en 2011. Professoren die zich te kritisch over het regime zouden uitlaten, zouden gedwongen met emeritaat worden gestuurd. De Raad blijft belast met de taak het Iraanse onderwijs en de Iraanse cultuur '100% islamitisch' te houden, naar de wensen van Khomeini.

Organen en sleutelfiguren[bewerken]

Ayatollah Ruhollah Khomeiny gaf in 1980 de aanzet tot de Iraanse Culturele Revolutie. Ali Khamenei was de eerste voorzitter van de Raad en schijnt nog steeds vanaf de achtergrond toezicht op de werkzaamheden. De achtereenvolgende voorzitters waren:

  • Ali Khamenei 1983 - 1996
  • Mohammed Khatami 1996 - 1997
  • Mahmoud Ahmedinejad 1997 - heden

Gevolgen[bewerken]

De Iraanse Culturele Revolutie heeft geleid tot een grote uitstroom van intelligentsia naar andere landen, omdat ze in Iran niet meer konden of wilden studeren of doceren. Het land heeft hierdoor een flinke achterstand opgelopen in de technische en industriële ontwikkeling.